Alle specialisten zijn boos maar op "wie' is onduidelijk; Ordinaire ruzies en verwijten drijven medisch specialisten steeds verder uit elkaar

ROTTERDAM, 14 JUNI. De medisch specialisten zijn het onderling al lang niet meer eens. Hoe groot hun verdeeldheid is zal vandaag blijken in de Jaarbeurs in Utrecht. De Landelijke Specialisten Vereniging (LSV) houdt daar een demonstratieve vergadering als protest tegen maatregelen die staatssecretaris Simons (volksgezondheid) neemt om de stijging van de uitgaven voor specialistische hulp af te remmen.

De specialisten zullen, zo is de bedoeling, beslissen over acties die zij de komende tijd willen ondernemen tegen Simons. Maar de kans is groot dat ze het vooral met elkaar aan de stok krijgen. Bovendien zal een groot deel van de specialisten in Utrecht ontbreken: uit protest tegen de vergadering. Volgens de tegenstanders loopt de LSV “te zacht en niet effectief” tegen Simons te hoop, moeten de specialisten eerst eens orde op zaken stellen in eigen huis, heeft niemand zin om een dag inkomen in te leveren voor “groot verdieners en overschrijders” en heeft de LSV "hun' organisatie (de Nederlandse Specialisten Federatie) met te weinig egards behandeld.

Een ding hebben vrijwel alle specialisten gemeen: ze zijn boos. Maar op vragen "op wie' en "waarom' komen uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige antwoorden. Er zijn groepen specialisten die alles bij het oude willen houden en alleen pleiten voor hogere tarieven. Maar er is ook een groeiend aantal specialisten dat discussieert over en zoekt naar veranderingen in de manier waarop ze worden gehonoreerd en in hun relatie met de ziekenhuizen.

Dat is deels een reactie op de afspraken die de LSV eind 1989 voor een periode van drie jaar maakte met de landelijke organisaties van verzekeraars en ziekenhuizen. Simons borduurt sinds eind 1992 voort op dit 'Vijf Partijen Akkoord' omdat de partijen zelf het niet eens konden worden over het beleid na afloop van het akkoord. Hij continueerde het uitgangspunt van het Akkoord door het bedrag dat in 1989 door de vrij gevestigde medisch specialisten bij de verzekeraars en de overheid (de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten - AWBZ) werd gedeclareerd als basis te nemen voor het bepalen van het budget waarover de specialisten in 1993 kunnen beschikken.

Dat resulteerde in een verlaging van de tarieven, per 1 april, voor een periode van twaalf maanden met zo'n twaalf procent. Door deze maatregel zullen de uitgaven, zo verwacht Simons, 369 miljoen gulden minder stijgen. Hij baseerde zich op de gang van zaken in 1991. In dat jaar kregen de specialisten, ondanks de afspraak dat tot 1993 jaarlijks niet meer zou worden gedeclareerd dan in 1989, ruim 380 miljoen gulden meer.

In april besloot Simons de maatregel te verlengen tot eind 1994. Toen was duidelijk geworden dat de specialisten in 1992 hun budget met nog meer hadden overschreden. In een brief aan de Tweede Kamer noemde Simons een bedrag van 560 miljoen. Maar Simons kondigde daarin ook aan dat dit de laatste keer moest zijn dat zo'n ingreep in de tarieven plaats zou vinden: op korte termijn wil de staatssecretaris een andere manier van honoreren van de medisch specialisten.

Vorige week publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek de cijfers over 1992. Daaruit blijkt dat Simons er met zijn schatting over de omzet van de specialisten niet ver naast zat. Het CBS komt tot een overschrijding met zo'n 520 miljoen gulden. De cijfers van het CBS laten ook zien dat de stijging in 1992 zowel absoluut als relatief vergeleken met die in 1991 minder groot is. In 1991 stegen de uitgaven ten opzichte van 1990 met 225 miljoen gulden ofwel 8,6 procent, in 1992 waren de uitgaven (2,9 miljard gulden) 170 miljoen ofwel 6,3 procent hoger dan in 1991 en dus 520 miljoen gulden, dat is ruim twintig procent, hoger dan in 1989. Simons verwacht dat deze groei doorzet als niet wordt ingegrepen.

Dat het budget is overschreden wordt door de specialisten niet ontkend. Ze zijn vindingrijk in het aandragen van verklaringen (vergrijzing, meer patiënten) die tot dusver nauwelijks door betrouwbare cijfers kunnen worden gestaafd. Maar veel meer steekt het grote groepen specialisten dat zij worden geconfronteerd met een korting van twaalf procent op hun tarieven voor wat zij voelen als een “straf voor fouten van een ander”. Deze specialisten vinden de maatregel “onrechtvaardig” omdat zij zich in de afgelopen jaren redelijk aan het afgesproken budget hebben gehouden. Zij worden nu gekort op hun omzet - dus ook op hun inkomen - omdat anderen een hoger inkomen wisten te verwerven. Volgens gegevens over 1991 “scoren” cardiologen, urologen, oogartsen, dermatologen en plastisch chirurgen wat dat betreft hoog.

Met die inkomensverschillen is ook een andere oorzaak voor de grote verdeeldheid tussen de specialisten aangegeven. Het zijn “ridicule inkomensverschillen die niet zijn gebaseerd op inzet of meer competentie of 'disutility' (onregelmatige werktijden, vooral in avond, nacht of weekeinde, red.), maar vaak op aantallen door derden uitgevoerde verrichtingen”, schreef onlangs voorzitter J.W. Plasman van de staf van het Roosendaalse Franciscus Ziekenhuis in Medisch Contact.

Anderen hekelen openlijk de situatie waarbij de specialisten met de "kantoorbanen' en de hardstwerkende assistenten, de hoogste bedragen op de giro krijgen bijgeschreven. Reden voor zo'n tien klinische wetenschappelijke verenigingen (van onder meer vrouwenartsen, chirurgen, anaesthesisten en kinderartsen) om zich te verenigen en van de LSV te eisen dat op korte termijn van alle specialismen betrouwbare omzetcijfers op tafel komen.

Zover is het nog niet. Voorlopig vraagt de "strijd' met de Nederlandse Specialisten Federatie nog alle aandacht van het bestuur van de LSV. De NSF, in 1990 opgericht door specialisten (voornamelijk cardiologen, hartchirurgen, radiodiagnosten en plastisch chirurgen) die vonden dat de LSV hun financiële belangen onvoldoende behartigde, zoekt naarstig naar erkenning als volwaardige onderhandelingspartner voor verzekeraars en overheid. De LSV, die tot dusver in de wet als enige vertegenwoordiger voor de specialisten wordt erkend, verzet zich hier hardnekkig tegen.

Het gaat niet echt van harte dat de LSV verklaart samen met de NSF acties te willen voorbereiden. Tussen beide specialistenverenigingen breekt dan ook heel platvoers een ruzie uit over de vraag of het actiecomité de NSF wel op tijd heeft uitgenodigd, of de NSF wel met voldoende mensen in dat comité vertegenwoordigd is en zo nog meer. De NSF verwijt de LSV "pseudo-samenwerking' en verklaart "geschokt en geschaad' te zijn door de LSV. De LSV schrijft de NSF op haar beurt in een woedende reactie dat “het uit den boze is haar in een kwaad daglicht te stellen”. Voor de ledenvergadering van de LSV was deze ruzie aanleiding om donderdag het bestuur flink op de vingers te tikken.

Voorzitter J.C. de Valois van de NSF zal vandaag nog wel spreken, maar dan toch vooral het standpunt van zijn organisatie toelichten. “Er zullen geen nieuwe initiatieven in de richting van de LSV meer worden ondernomen”, zo heeft de NSF de specialisten al geschreven.

Het is dan ook vraag of waarnemend voorzitter G. Booij van de LSV vanavond tevreden terugkijkt op de vergadering. “Als we ten strijde trekken tegen onrecht medisch specialisten aangedaan, moet dat door alle medisch specialisten in Nederland worden gedaan. Wij rekenen daarbij op steun en inzet van LSV-leden, niet-leden en NSF-leden. Alleen gezamenlijke acties zullen effect hebben”, schrijft hij in de specialistenbrief. Dat lijkt een vergeefse oproep.

    • Quirien van Koolwijk