Wrak en koet

Voor wie niet voldoende tijd of geld heeft om naar de wrakken in de Bermudadriehoek, het scheepskerkhof in de Sargossazee te gaan kijken, zijn er nog altijd de Amsterdamse grachten. Wrak blijft wrak. Het maakt in wezen weing verschil of het dat van een Indiëvaarder, de Titanic, een roeiboot of een woonschip is; de aanblik van een schip aan het einde van zijn leven is altijd tragisch, desolaat. De deur naar de horizon is gesloten, de illusie van onafhankelijkheid voorbij. Nog altijd zijn de Amsterdamse grachten rijk aan deze requisieten der vergankelijkheid.

Maar wil men ervan genieten dan moet men zich haasten. Wethouder Frank de Grave heeft de opdracht gegeven, de Amsterdamse wateren wrakkenvrij te maken. Amsterdam wrakkenvrij, te water en te land, dat zal door de hele bevolking worden toegejuicht. De Kinkerbuurt was al kernwapenvrij en nu de hele stad wrakloos. Het moet kunnen, de Pontijnse moerassen zijn destijds ook drooggelegd. Maar er zijn ook nadelen.

Het lichten van een wrak is een mooi schouwspel dat veel bekijks zal trekken maar je kunt het maar één keer doen. Daarom zou er een typisch Amsterdams wrak moeten worden uitgezocht dat in het seizoen één maal per week wordt gelicht en dan weer afgezonken, in het Singel tegenover de Universiteitsbibliotheek of in de Prinsengracht, kruising Leidsestraat - in ieder geval waar veel buitenlanders komen. Een drijvende poffertjeskraam met een terrasje in de onmiddellijke nabijheid en aan wal nog een kunstevenement als unieke trekpleister. Op die manier wordt het nu dreigende wrakkengebrek ondervangen.

En dan is er nog een nadeel, ernstiger. Ieder wrak heeft zijn eigen fauna. Je kunt niet met alles rekening houden en waar geruimd wordt komen nu eenmaal daklozen. Maar ik weet een paar wrakken waarvan het schuin aflopende dak, of de voor- of achterplecht op de scheiding van water en lucht dienen tot broedplaats van bepaalde soorten koeten. De coördinaten van deze nesten zal ik niet verraden, want daardoor zou ik een belangstelling stimuleren die het broeden niet ten goede komt. De vraag is, wat heeft hier prioriteit: het lichten van het wrak of de rust van de koeten? We zullen ons niet van de wijs laten brengen door bureaucratische praatjes. Waar een dier ook woont en broedt, het kan nooit een illegaal dier zijn. Het antwoord ligt daarom voor de hand: de rust van de koeten gaat voor de reinheid van de gracht.

    • S. Montag