VAN NAAKTE ASCETEN EN THEOSOFISCHE RITUELEN

My Father's Guru. A Journey through Spirituality and Disillusion door Jeffrey M. Masson 174 blz., Addison-Wesley 1993, f 44,80 ISBN 0 201 56778 4

Jeffrey Masson is sanskritist en psychoanalyticus, en beroemd geworden door publiekelijk af te rekenen met alles waar hij eerst heilig in geloofde. Het laatste ging er het eerste aan. Ruim tien jaar geleden stootte hij in The Assault on Truth Sigmund Freud van zijn voetstuk. Masson vond Freud een verrader van zijn eigen ontdekking en van zijn patiënten, toen hij de verleidingstheorie opgaf en de verhalen over seksueel misbruik in de jeugd als produkten van de kinderlijke fantasie ging beschouwen. In Final Analysis rekende Masson vervolgens af met zijn eigen psychoanalyse en in Against Psychotherapy zelfs met iedere vorm van psychotherapie.

Toen was hij weer terug bij af. Voor hij zijn analytische opleiding begon was hij sanskritist geweest. Uit zijn nieuwe boek blijkt nu dat er ook met het Sanskriet nog een rekening te vereffenen viel. De zoon van een joodse handelaar in edelstenen en textiel ging niet zomaar - en zeker niet rond 1960 - een zo dode en zo exotische taal studeren.

Woorden in het Sanskriet behoorden tot de vroegste intellectuele bagage van Masson, die opgroeide in "de zwevende hemel', die de IKON-tv de laatste weken zo fascinerend in beeld heeft weten te brengen. Die typisch westerse wereld van oosterse spiritualiteit, meditatie, yoga, karma en rencarnatie, die in 1993 vooral lijkt te bestaan uit op drift geraakte christenen, bestond in 1953 al in Californië. De familie Masson had niet alleen toen al een zwembad in de tuin, maar ook een goeroe op de logeerkamer.

's Avonds werd er na de vegetarische maaltijd in de huiselijke kring gemediteerd en op de voorplaat van het boek zit de jonge Jeffrey Masson in kamerjas en beginnende lotushouding naast een ascetisch uitziende oudere heer in kimono. Op het eerste gezicht een boeddhistische monnik, maar de gelaatstrekken verraden hem toch onvermijdelijk als iemand die Raphael Hunt kan heten. Hij was de huisgoeroe van de familie Masson en hun gids in de mystieke mist van vooral de theosofie van mevrouw Blavatsky.

Hunt noemde zichzelf Paul Brunton, liever nog dr. Paul Brunton, maar in de familiekring van de Massons werd hij eenvoudig "P.B.' genoemd. Hij was zeker geen slechte of heerszuchtige goeroe en Masson beschrijft hem ook met enige warmte als een vriendelijke oom, een wat zwijgzame en zelfs wat mensenschuwe man, die moeilijke vragen met een diepe gedachten suggererende glimlach wist te omzeilen. Hij beschouwde zichzelf zeker als een gezant van een andere planeet, maar wachtte zich er wel voor zich al te duidelijk als een wezen van hogere orde te presenteren.

GEHEEL VERZWAKT

Bruntons invloed op vooral Jeffreys vader was overigens zo al groot genoeg en dat heeft Masson sr. persoonlijk en ook zakelijk veel geld gekost. Een streng vegetarisch regime lijkt op zichzelf nog wel onschuldig, maar een weken durende vasten, die het echtpaar Masson ten slotte geheel verzwakt in bed deed belanden, is dat natuurlijk al minder. In de strijd om spirituele zuiverheid werd ook de seksuele omgang tot een minimum beperkt, terwijl de waarschuwing voor een derde wereldoorlog de familie Masson er zelfs toe bracht de Verenigde Staten te verlaten en zich in Uruguay te vestigen. Daar zou het volgens "P.B.' veel veiliger zijn. De Massons waren rijk genoeg om ook in Montevideo comfortabel te kunnen leven, maar minder rijke takken van de familie en andere volgelingen van "P.B.' zijn door diens adviezen toch in niet geringe problemen gekomen.

Brunton schreef wel boeken, die veel gelezen schijnen te zijn, maar meed verder iedere publiciteit en openbaarheid. Hij reisde veel en bezocht overal op de wereld volgelingen en collega-goeroes, waarschijnlijk in een soort poging een wereldomspannend net van meditatie tegen de ondergang van de wereld te spannen. Wat later zou de Transcendente Meditatie-beweging zoiets op grote schaal gaan doen, zoals zoveel van wat de Massons en hun goeroe gewoon vonden, later bij grotere groepen en veel publiekelijker ingang zou vinden.

Ook de reizen naar goeroes in India, die Jeffreys vader al in de jaren veertig maakte en in de jaren vijftig nog eens met zijn zoon, zouden pas een generatie later gewoon worden. Ik herinner me overigens van een van mijn eigen ooms hoe hij in de jaren vijftig al gefascineerd raakte door Indiase muziek en hindoestische filosofie en zo raakte ik ook al vroeg vertrouwd met begrippen als mantra of mandala. Ook de gedachte mogelijk al eerdere levens te hebben gehad, vond ik bepaald prikkelend.

OOSTERSE WIJSHEID

Het bijzondere van de Massons is natuurlijk toch geweest dat zij niet zo maar wat koketteerden met wat zij voor oosterse wijsheid hielden, maar er werkelijk een grote plaats aan gaven in hun leven, dat verder blijkens de foto's uit het familiealbum in alle opzichten de perfecte American Dream was. Binnen nauwelijks meer dan een generatie waren de Massons opgeklommen van immigranten tot succesvolle zakenlieden. Mevrouw Masson zag er uit als een filmster en er was genoeg geld om niet alleen comfortabel in de betere wijken van Los Angeles te kunnen leven, maar ook veel te reizen en de kinderen in Zwitserland naar kostschool te sturen.

Het is niet de sfeer waarin de gedachte aan bijna naakte asceten en hindoestische rituelen goed lijkt te passen, maar wat dat betreft waren de Massons misschien wel net de historische schakel tussen de deftige en rijke aanhangers van de theosofie aan het begin van deze eeuw en de volgelingen van de goeroes die we in de tijd van de hippies en van de eerste goedkope vliegreizen naar India hebben leren kennen.

Het raadsel van de aantrekkingskracht van "P.B.', zijn uitermate vage leer en zijn behoorlijk dwingende praktijk is daarmee niet opgelost. Ook Jeffrey Masson lost het niet op. Hij beschrijft heel aardig hoe hij langzaam maar zeker sceptischer begint te worden, zeker toen hij als student ontdekte dat Sanskriet in feite een gewone taal is. Brunton gebruikte wel veel woorden uit het Sanskriet, maar blijkt de taal zelf helemaal niet te beheersen. Losse begrippen uit het Sanskriet zijn bij hem een heel eigen leven gaan leiden, los van hun oorspronkelijke betekenis.

Wat Masson - en hier spreekt zijn psychoanalytische achtergrond weer mee - wel vermoedt, is dat zijn eigen vader in "P.B.' toch vooral de vader heeft gezocht, die hij in alle opzichten in zijn eigen leven gemist had. Masson sr. had immers geen contact met zijn vader, geen vaderland en zelfs geen moedertaal. Zijn hele leven is hij een ontwortelde en rusteloze man gebleven, eeuwig op reis en altijd op doortocht. De suggestieve vaagheid van "P.B.", gecombineerd met behoorlijk strenge leefregels en het gevoel de favoriete volgeling van de goeroe te zijn, zal hem waarschijnlijk toch de nodige stevigheid in het bestaan hebben gegeven.

Op latere leeftijd heeft ook vader Masson afstand genomen van Brunton, maar toch op de manier waarop je dat van een goede vader doet: hij is hem blijven waarderen en op goede voet met hem gebleven. Zijn hele leven heeft vader Masson ernaar verlangd door meditatie en het volgen van strenge leefregels een moment van mystieke vervoering, van onthechting, verlichting of extase te mogen meemaken. Dat moment is altijd uitgebleven, maar, zo eindigt Masson zijn boek, op zijn tachtigste is hij er nog steeds naar op zoek.

    • Paul Schnabel