Unieke sociologische verkenning naar de eigenaardigheden; Veel grote subsidies bieden vooral steun aan de eigen parochie; Bezuinigingen hebben de meeste subsidies vrijwel niet aangetast

Het ministerie van financiën heeft een stapel standaardformuleren met subsidieregelingen van een kaft voorzien en gebundeld. Het is een administratief dossier van 734 pagina's en hoewel Financiën aan geen van de regelingen een inhoudelijk oordeel verbindt, is de lading explosief. Een overzicht van de nationale subsidiegekte.

DEN HAAG, 10 JUNI. In dit grootboek van Sinterklaas staat geregisteerd wie in Nederland zoet is en lekkers krijgt van de overheid. Het Subsidie-overzicht bij de rapportage gentegreerd subsidiebeleid bevat alle zevenhonderd subsidieregelingen van de rijksoverheid. Dit levert veel meer op dan een nuttig handboek voor subsidiologen, het is vooral een sociale kaart van Nederland. Want de "subsidiebijbel' geeft een beeld van de manier waarop ambtelijk en politiek Den Haag de Nederlandse samenleving tracht te sturen. Politieke voorkeuren, ideologische kleuring, ambtelijk hobbyisme, de macht van onzichtbare lobbies, de aandacht voor doelgroepen en de onuitputtelijke vrijgevigheid voor de achterban worden inzichtelijk gemaakt. De subsidiebijbel vormt een sociologische verkenning van de eerste orde naar de eigenaardigheden van Nederland.

Aan subsidies geeft het rijk bijna evenveel uit als het aan BTW ontvangt. Dit jaar staat 38.821.500.000 gulden voor zevenhonderd subsidies beschikbaar, verdeeld over alle ministeries. Afgezet tegen de totale uitgaven op de rijksbegroting voor 1993 (209 miljard gulden) bedragen de subsidies 18,6 procent. Als alle subsidies op één begroting zouden staan, zou dit de grootste afzonderlijke uitgavenpost van het Rijk zijn. Andere uitgaven zoals rentebetalingen over de staatsschuld, ambtenarensalarissen, gemeente- en provinciefonds, investeringen, lopende uitgaven, sociale zekerheid, gezondheidszorg en de bijstand behoren niet tot de categorie subsidies. De meeste subsidies (562) zijn niet aan een bepaalde tijdsduur gebonden, voor 238 regelingen geldt een beperkte duur. Voor velen geldt een jaarlijkse automatische verlenging.

Nederlanders zijn brave burgers of de ambtenaren zijn goedgelovig. Want van de zevenhonderd subsidieregelingen zijn er slechts 42 aangemerkt als gevoelig voor "misbruik en oneigenlijk gebruik'. De fraudegevoelige subsidies zijn wel precies die waar de grootste bedragen in omgaan en ze concentreren zich bij Volkshuisvesting. Van de twintig grootste subsidies (zie tabel) zijn er zes, met een totaalbedrag van 11,3 miljard gulden, als fraudegevoelig aangemerkt.

De subsidiebijbel maakt melding van "ombuigingen' in het kader van de Tussenbalans uit 1991. Daarbij valt op dat het overgrote deel van de subsidieregelingen de bezuinigingswoede van de Tussenbalans ongeschonden zijn doorgekomen. Ongeveer de helft van de subsidieregelingen is op een of andere manier "geëvalueerd'. De opmerkingen hierover in het rapport zijn niet eenduidig, maar in 111 gevallen is sprake van een positief oordeel. Slechts 15 subsidies deugen niet. Bij 141 "geëvalueerde' subsiedies is geen oordeel vermeld en in 84 gevallen zijn aanpassingen aanbevolen. Veel "positieve' evaluaties stellen summier vast dat de regeling voldoet aan het gestelde doel of bijdraagt aan de "beleidsvoorbereiding' van het betreffende ministerie. Sociale Zaken vermeldt dit bij vrijwel al zijn 46 subsidieregelingen.

Sommige ministeries zijn reusachtige subsidiefabrieken, die meer dan de helft van hun begroting aan de regelingen uitgeven: VROM (78 procent), Verkeer en Waterstaat (51,9 procent) en WVC (51,6 procent). Als percentage van de begroting blijven de subsidies van slechts drie ministeries onder de tien procent: Binnenlandse Zaken (0,4 procent), Defensie (0,9 procent) en Buitenlandse Zaken (8,4 procent).

Het hoogste subsidiebedrag dat het rijk dit jaar beschikbaar stelt is 4.335.500.000 gulden voor studiefinanciering. Het kleinste bedrag is 2.000 gulden voor de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap.

Vorig jaar publiceerde Financiën voor het eerst een subsidie-overzicht. Vergeleken met het vorige overzicht is voor 4,7 miljard aan subsidies geschrapt en voor 620 miljoen aan nieuwe subsidies toegevoegd. Bijna de helft van de nieuwe subsidies bestaat uit een bijdrage van VROM om "excessieve bouwkosten bij de bouw van woningen op de juiste plaats' te beperken. Het is subsidiologie ten voeten uit: als de bouwkosten op de juiste plaats te hoog zijn, brengt subsidie uitkomst. De gesubsidieerde huursector vaart er wel bij - ook al bleek uit een evaluatie in 1991 en 1992 dat juist deze regeling ondoelmatig is.

In vergelijking met vorig jaar zijn subsidies beperkt bij onder meer leningen voor woningwetwoningen (VROM, min 681 miljoen), uitkering voor wegen aan provincies (Verkeer en Waterstaat, min 883 miljoen), mediabeleid (WVC, min 1,2 miljard) en oorlogsgetroffenen (WVC, min 837 miljoen).

Veel ministeries onderhouden een eigen onderzoeksinstituut of instellingen die rechtsstreeks met het beleid van het ministerie van doen hebben. Zo staat bij Verkeer en Waterstaat de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek naar de Verkeersveiligheid op de lijst (3,4 miljoen) en de Stichting Nederland Distributieland (1 miljoen). Sociale Zaken subsidieert de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (900.000 gulden) en het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (3,4 miljoen). Financiën ondersteunt het Instituut voor Onderzoek naar Overheidsuitgaven, de Beroepsopleiding Financieel-economisch Beleidsmedewerkers en de Stichting Effectenvernieuwingsbureau (totaal 127.000 gulden). Binnenlandse zaken subsidieert de wetenschappelijke instituten en het vormingswerk van de politieke partijen en steunt de politieke kadervorming in Oost-Europa (respectievelijk 5,2 en 2 miljoen). Justitie heeft 3,5 miljoen beschikbaar voor de Stichting studiecentrum rechtspleging en 5,5 miljoen voor extern wetenschappelijk onderzoek. Buitenlandse zaken onderhoudt voor 27 miljoen gulden het Koninklijk Instituut voor de Tropen en samen met Defensie en Onderwijs het Instituut Clingendael (totaal 6,7 miljoen gulden).

Economische Zaken stelt 9,3 miljoen (na 1993 snel oplopend) beschikbaar voor "vergroting van de relevantie voor het bedrijfsleven van het onderzoek aan universiteiten'. WVC heeft een "algemene subsidie' van 1,4 miljoen gulden voor "onderzoeksopdrachten aan derden die dienstbaar zijn aan de actuele beleidsvoering'. Landbouw, Natuurberheer en Visserij beschikt over 200.000 gulden voor de uitvoering van "beleidsondersteunenende onderzoeksprojecten met een routinematig karakter'.

Veel subsidies zijn bedoeld om het overheidsbeleid beter over te dragen. Algemene Zaken geeft voor 95.000 gulden steun aan het Perscentrum Nieuwspoort, het Kabinet voor Antilliaanse en Arubaanse Zaken stelt 150.000 gulden beschikbaar aan het ANP voor berichtgeving uit de Antillen. Buitenlandse Zaken subsidieert voorlichting en bewustwording over ontwikkelingszaken via het NCO (17 miljoen), Economische Zaken trekt voor voorlichting aan het Midden- en Kleinbedrijf 49,7 miljoen en voor Consumentenbeleid 13,6 miljoen uit. Het NIBUD (budgetvoorlichting) krijgt van Sociale Zaken 140.000 gulden.

Indrukwekkend is het aantal stichtingen met ideële doelstellingen in Nederland dat gesubsidieerd wordt door Haagse ministeries. Uit de subsidiebijbel blijkt dat 65 begunstigden in hun naam het woord stichting of vereniging hebben staan. Ze zijn bij alle ministeries te vinden en gericht op alle soorten van goede doelen. Meestal gaat het om kleine bedragen. Deze stichtingen vormen een indicatie van wat in Den Haag politiek correct wordt bevonden. Hoog scoren vandalismebestrijding, minderheden, anti-racisme, ongewenste intimiteiten, emancipatie, 'Europa', vrouwen, homoseksualiteit en milieu. Bij Defensie gaat het om geestelijke begeleiding van de krijgsmacht.

Ministeries zijn goed voor hun eigen achterban. Buitenlandse zaken subsidieert talrijke lokale "ontwikkelingsactiviteiten' en onderhoudt op het gebied van internationale betrekkingen de Europese Beweging Nederland (350.000) en samen met Defensie de Atlantische Commissie (totaal 916.000) en de Stichting Jason (43.000). Bij Onderwijs kan het Landelijk Aktiecomié Scholieren (260.000) terecht. Organisaties van wooncomsumenten (8 miljoen) en van bewoners (3 miljoen) alsmede scholing van woonconsumenten (1 miljoen) worden gesteund door VROM. Verkeer en Waterstaat subsidieert Veilig Verkeer Nederland (7,4 miljoen), Bescherming van voetgangers (1,3 miljoen), de Echte Nederlandse Fietsenrijdersbond (100.000), Stop de Kindermoord (300.000), Verkeersbrigadiers (25.000), Stichting Reinwater (60.000), Werkgroep Noordzee (100.000).

Sociale Zaken onderhoudt de Vereniging van directeuren van sociale diensten (Divosa) met een subsidie van 392.000 gulden ("draagt bij aan een evenwichtige beleidsvoorbereiding en - uitvoering'). Tot de meer opmerkelijke subsidies behoort de steun van Defensie aan de Koninklijke Marine Jachtclub (132.000) en de Marine Watersportvereniging (81.000) met het doel de "bevordering van de nautisch vormende invloed op het personeel'.

De grote subsidieregelingen van Onderwijs en Wetenschappen, Landbouw, Sociale Zaken en van WVC hebben een hoog gehalte van steun aan eigen parochie. Onderwijs is bedreven in de subsidiëring van alle doelgroepen in het onderwijs: leerlingen, ouders, leraren. Het geeft ook subsidie voor het begeleiden van de invoering van onderwijshervormingen. Bij het ministerie van landbouw komen alle stadia van de landbouw, de veeteelt en de visserij voor subsidiëring in aanmerking. En natuurlijk ook mest. Vanaf 1994 is in totaal 274 miljoen gulden voor mestbeleid beschikbaar. Plus 305 miljoen voor herinrichting van het platteland en 171,8 miljoen voor natuurberheer.

En waar zouden welzijn, cultuur en volksgezondheid zijn zònder de geldelijke steun uit Rijswijk? De welzijnssector slokt het meeste op met asielzoekers, vluchtelingenhulp, jeugdhulp, sociale vernieuwing en bejaardenoorden. Alle sectoren van de kunst, musea, bibliotheken en monumenten, maar ook cultuurspreiding zijn afhankelijk van subsidies. Bij volksgezondheid gaat geld naar opleidingen en onderzoek, naar geneesmiddelenbeleid, gezondheidsbevordering, patiëntenbelangen en de bestrijding van specifieke aandoeningen.

Bij Sociale Zaken ten slotte gaan de grootste bedragen naar vormen van arbeidsmarktbeleid, banenpools, jeugdwerkgarantieplan en sociale werkplaatsen. Kleinere subsidies zijn bestemd voor een groot aantal projecten voor vrouwenemancipatie, voor noodhulp aan Turkije en voor scholingsprojecten van vakbonden.

Het boekwerk van Financiën geeft geen antwoord op de klemmende vraag die na doorworsteling van de 700 subsidieregelingen overblijft: waar is het allemaal goed voor?