Rondom Tien

Martin zei dat ieder mens een geheim heeft, iets dat groot en duister is, dat koste wat kost verborgen moet blijven, dat hem zou vernietigen als het onder woorden werd gebracht.

“En dat vertellen ze dan in Rondom Tien”, zei Ronald.

“Of dat nieuwe programma van Jos Brink”, zei ik, “Heb je dat al eens gezien? Ook NCRV. Dat is geen omroep meer, dat is een ziektebeeld.”

Toen Jos Brink was afgehandeld, kwam Martin terug op het geheim dat in de kern van ieder leven zit. “Dat vertellen ze nooit”, zei hij, “want dat kun je niet vertellen.”

“Gelul!” Ronald zoog een mondvol rook uit een nieuwe sigaret. “Rugnummers moet ik hebben!” Een grijns verrimpelde zijn gezicht. “Vertel me jouw geheim Martin en ik zal je geloven. En ik zal het niet verder vertellen!”

“Ja”, zei Martin.

“Nee”, zei Martin

“Dat kan natuurlijk niet”, zei hij.

“Want dan is het je geheim niet meer”, zei ik. “Nee Martin, je probeert er een loterij zonder nieten van te maken.”

“Dat kan natuurlijk niet”, herhaalde hij. Hij kwam naar voren. Hij keek ons vorsend aan. Hij dempte zijn stem en legde zijn troef op tafel. “Want je weet het zelf niet, je weet zelf niet wat het is, je weet het niet!”

Hij trok zijn wenkbrauwen op. Hij zwaaide met zijn vingertje. Hij zei: “Jawel, zo is het Koos. En Dostojevski wist dat al!”

    • Koos van Zomeren