Politie wil tips over milieumisdrijven

ZOETERMEER, 12 JUNI. “We zitten te springen om tipgevers”, zegt het hoofd van de Regionale Criminele Inlichtingendienst (RCID) Zuid-Holland Zuid, afdeling milieucriminaliteit, D. Schouten.

Normaal gesproken werkt de inlichtingendienst met informanten uit het criminele milieu. Dat ze nu in de openbaarheid treedt en openlijk het publiek - onder belofte van geheimhouding - om inlichtingen vraagt, mag een unicum heten.

Samen met drie andere inlichtingendiensten zit de RCID Zuid-Holland Zuid - ondersteund door de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) - in een "pilot-project' dat tot doel heeft “inzicht te krijgen in de wereld van de zware, georganiseerde milieucriminaliteit”. “De recherche is van oudsher gewend om in de onderwereld naar informatie te zoeken”, aldus een woordvoerder van de CRI. “Ze kunnen in café's met mannen in leren jassen omgaan, maar met criminelen ga je op een andere manier om dan met gewone mensen. We moeten nu óók leren informanten te werven in de bovenwereld. Het is tenslotte het milieu van alle burgers dat wordt verpest.”

De RCID Zuid-Holland Zuid heeft onlangs een telefoonnummer opgengesteld. De CRI-woordvoerder hoopt dat “bij voorbeeld iemand die in een bouwput graaft en de olie ziet bovendrijven, terwijl hij weet dat er geen schoongrondverklaring is afgegeven, de politie zal bellen”. Op 1 januari 1991 had de politie drie meldingen gekregen over milieucriminaliteit van een "bovenlokaal karakter'. “1 Januari 1992 waren dat al 163. Die worden verder onderzocht.”

De deelnemers aan het pilot-project vermoeden dat er in de wereld van vuilverwerkers, bodemsaneerders en afvaltransporteurs van alles gebeurt wat het daglicht niet kan verdragen. Er wordt een x-hoeveelheid afval geproduceerd, maar slechts een gedeelte van die hoeveelheid wordt gestort en verbrand. Daar ligt kortom een gat. De CRI spreekt in haar jaarverslag 1992 van “afvallijnen naar Afrika en Oost-Europa” en banden van Nederlandse en Belgische milieucriminelen. Aan de RCID's de taak om in samenspraak met milieu-officieren van justitie en andere specialisten op milieugebied deze criminele netwerken open te breken en op te rollen.

“We zitten wat betreft de "afval-branche' nog op nul”, zegt mr. O. Dros van de regio Utrecht. “Twintig jaar geleden zaten we in een zelfde positie ten opzichte van drugs. Als nu de gemiddelde rechercheur hoort dat ergens tien kilo wit ligt, weet hij wat hij kan verwachten. Dat zal hij in de toekomst ook moeten weten wanneer hij de aanduiding "polycyclische aromatische koolwaterstoffen' hoort. Dat geeft aan dat het een nieuw terrein met specifieke knelpunten is.”

Waarom zouden mensen uit de afval-wereld naar de politie stappen?

“Misschien gaat hun geweten spreken en willen ze niet dat hun kleinkinderen op vervuilde grond spelen”, oppert Schouten. Zijn collega - hoofd van de RCID Hollands-Midden - A.M. Mosterd, stelt zich voor dat afvalcriminelen, net als drugscriminelen, zeer wel genegen zullen zijn om over de handel en wandel van hun concurrenten te vertellen.

Een andere knelpunt zou de onwil kunnen zijn van gemeentelijke en provinciale bestuurders om aan onderzoek mee te werken. Er zijn voorbeelden bekend van ambtenaren die afvaltransport vergunningen antedateren om maar snel van hun afval af te zijn.

Dat doet de RCID'ers opveren, inderdaad, dat is het soort informatie waar ze op uit zijn. Misschien is er een zekere laksheid ontstaan in het naleven van vergunningen. Het gaat hen er niet alleen om mensen strafrechtelijk te vervolgen, ook het voorkómen van milieudelicten behoort tot hun taakstelling. Dat zou bereikt kunnen worden door het vergunningenbeleid weer aan te scherpen.

    • Hans Moll