Pensioen Heidemij begint bij 60 jaar

Oudere werknemers zullen langer moeten werken als de Vut wordt afgeschaft. Maar bekommeren bedrijven zich wel voldoende om hun oudere werknemers? Derde deel in een korte serie.

ARNHEM, 11 JUNI. De 53-jarige E. Grote schrok zich een hoedje toen zijn werkgever hem een andere baan aanbood. Deed hij zijn huidige werk dan niet naar behoren? Zijn halve leven had hij doorgebracht op de afdeling bosbouw van het ingenieursbureau Heidemij. Was hij nu te oud? Nee, Heidemij zocht gewoon een secretaris voor de centrale ondernemingsraad die dicht bij de mensen stond en veel van de werkzaamheden afwist. Bijna automatisch viel de keuze op het or-lid Grote.

Grote kijkt nu heel tevreden op de overstap terug. “Ik werk in een ontspannen sfeer. In mijn oude functie als hoofd uitvoering zag ik toch wel ontwikkelingen die op termijn een bedreiging zouden vormen. Zo werd de concurrentie om opdrachten binnen te halen steeds heviger. Dat drukt zwaar op je.”

Inmiddels is Grote 59 jaar oud en maakt hij zich op om volgend jaar het bedrijf te verlaten. Grote zou liever in dienst blijven; hij geniet van zijn werk en voelt zich nog lang niet oud. Maar Heidemij is onverbiddelijk. Iedereen is verplicht op zijn zestigste het pand te verlaten. De filosofie daarachter: liever inspirerend uittreden dan transpirerend doorwerken.

Directeur personeelszaken L.J. Kuipers: “Tussen hun 25ste en 60ste levensjaar doen wij een groot beroep op onze mensen. Dan hebben ze daarna hun rust verdiend.” Bij Heidemij heet dit vroeg-pensioen. Kuipers benadrukt dat de leeftijdsgrens geen middel is om de "kneusjes' uit het bedrijf te verwijderen. Ook goede krachten worden verplicht na hun zestigste jaar op te stappen.

Pag 17: Ouderen buiten ontslag

Op 1 januari 1997 behoort de regeling voor de vrijwillig vervroegde uittreding (Vut) bij Heidemij tot de verleden tijd. Daartoe heeft het ingenieursbureau vijf jaar geleden besloten. In die jaren sparen werknemers èn werkgever geld bijeen voor het vroeg-pensioen; het personeel leverde de afgelopen jaren al 3,5 roostervrije dag en eenmalig 2,5 procent op de lonen in, de Heidemij stopt ook geld in de pot. Aan de totale secundaire arbeidsvoorwaarden (pensioen, scholing, arbeidsomstandigheden) is Heidemij tien tot vijftien procent meer kwijt dan de concurrenten.

Dat heeft consequenties voor de primaire arbeidsvoorwaarden, waaronder het loon. “Daarmee zitten we niet aan de hoogste kant. We proberen jongeren voornamelijk te winnen door hen scholing aan te bieden”, aldus Kuipers. Maar hij benadrukt dat, als een bedrijf nieuwe en jonge arbeidskrachten wil aantrekken, het niet teveel onder het salaris van de concurrent kan zitten.

De constante scholing speelt binnen de Heidemij een grote rol. Cursussen en trainingen zijn voor iedereen toegankelijk en oudere werknemers worden gestimuleerd zich bij te scholen. Verder is Heidemij een platte organisatie en genieten de werknemers een grote zelfstandigheid. De projecten en de daarmee samenhangende werkzaamheden zijn afwisselend.

Deze drie factoren (scholing, autonomie en afwisselend werk) dragen bij aan het creëren van een "wij-gevoel' bij de Heidemij. Een baan bij de onderneming in Arnhem is in veel gevallen een baan voor het leven. De Heidemij versterkt dat gevoel door de helft van de aandelen voor het personeel te bestemmen. Bovendien heeft iedere werknemer - van directeur tot monteur - een gelijke hoeveelheid aandelen. Van de sleutelposities wordt 75 procent bezet door eigen mensen.

Doordat de onderneming een zekere vorm van bedrijfsvoering voor staat, is het een bepaald type mens dat een baan bij de Heidemij ambieert. Geen dragers van geitenwollen sokken, maar wel mensen met een sterk maatschappelijk bewustzijn. Zoals Grote, die ruim dertig jaar geleden voor de Heidemij koos vanwege “het idealisme”. Of zoals de gepensioneerde werknemers die langs de wegen rijden en zeggen: “kijk, dat is van mij”. Kuipers: “Je moet niet vergeten dat die mensen een kwart van Nederland op de schop hebben gehad.”

Soms werd die schop te zwaar. De functie van uitvoerder bij voorbeeld, stelt hoge eisen aan de geestelijke en fysieke gezondheid. Om hun taak te verlichten, worden oudere uitvoerders omgeschoold tot toezichthouders. Ze dienen hun jongere collega's nu van advies. Ook het takenpakket van de stratenmakers is uitgebreid tot het onder meer het inrichten van plantsoenen.

Alle zorg voor de werknemers ten spijt, blijkt ieder jaar twee procent van de drieduizend werknemers niet aan de verwachtingen van de onderneming te voldoen. Ook hier is Heidemij onverbiddelijk; ze moeten het bedrijf verlaten. Meestal gaat het om mensen tussen de 35 en 40 jaar. Werknemers vanaf 50 jaar komen nauwelijks op straat te staan. Waar bedrijven als Hoogovens, DSM en Fokker de afgelopen maanden er de voorkeur aangaven hun oudere werknemers als eersten te onslaan, genieten de 50-plussers bij Heidemij in tijden van inkrimping ontslagbescherming.

Van werknemer Grote mag die "bescherming' wel langer duren. Volgend jaar wordt hij zestig en moet hij met pensioen. In het vooruitzicht liggen een hoop vrije tijd en geen specifieke hobby's. Daarentegen ziet de 50-jarige directeur personeelszaken Kuipers zijn toekomst anders. “Ik heb hier zalig gewerkt, maar als ik zestig word, stap ik direct op. Dan ga ik veel reizen.”