"Nieuw idee van vrijheid vaak verkeerd begrepen'

MAGDEBURG, 12 JUNI. Moest die reünie met kerstmis na "die Wende' nog wel doorgaan? Zou er nog wel iemand komen? Voelden oud-leerlingen zich misschien echt zo misbruikt als in Westduitse kranten werd gemeld?

Maar zo makkelijk gaven ze die traditie niet uit handen. Dit kon het laatste schoolfeest zijn. Ze versierden de gangen met clubvlaggen en dennetakken, net zoals andere jaren. De zoete geur van vruchtenbrood vulde alle schoollokalen. En de aula zat vol toen het voltallige docentencorps door de zij-ingang naar binnen schreed. Dat was een gewijd moment geweest. Als bij een bedevaart. Eerbewijs aan een gedeeld verleden.

Horst Pabenmeier, directeur van het sportgymnasium Magdeburg, vertelt dit verhaal met ingehouden pathos. In zijn bunker van een kantoor, dat is afgescheiden van de buitenwereld door dubbele deuren, bedekt met opgevuld leer. Een prent van Kandinsky aan de muur. De gehandschoende prothese aan zijn rechterarm heeft hij met een klap op de tafel gelegd.

Het zijn moeilijke jaren geweest voor wat in de DDR nog Kinder und Jugend Sportschule Magdeburg heette. Buiten op de speelplaats ziet alles er zo vredig uit, met jongens die blokjesvoetbal spelen en meisjes die een radslag maken. Maar binnen heeft er een oorlog gewoed, net zoals eigenlijk overal in Oost-Duitsland. Staccato, Horst Pabenmeier: “We hebben gevochten voor ons voortbestaan.”

Al snel na de val van de muur waren de docenten verdeeld in twee kampen. Zij, die op de oude manier wilden doorgaan. Alsof er niets was veranderd. Alsof ze met hun kop in het zand niet onthoofd konden worden. En zij die zich zo snel mogelijk wilden aanpassen aan het nieuwe Duitsland. Om zo het lot in eigen hand te houden. “Om zo het goede te behouden” zegt het schoolhoofd. “Want wat lichtvaardig wordt vernietigd, krijg je niet zo eenvoudig meer terug.”

Pabenmeier, sinds 1983 leraar aardrijkskunde, behoorde tot het kamp van de hervormers, dat de Magdeburger schoolstrijd won. De Oostduitse opzet van de middenschool werd zo snel mogelijk ingeruild voor de Westduitse schoolvorm van het gymnasium. Ook werd bij de gemeente en binnen het nieuwe Bundesland Sachsen-Anhalt brede politieke steun gevonden. Door dit snelle, doelgerichte handelen kon de leegloop van leraren en leerlingen worden voorkomen, die veel collega-scholen meezoog naar de ondergang.

Anders dan de meeste andere van de 24 kinder- en jeugdsportscholen die de Deutsche Demokratische Republik bij haar ineenstorting telde, wenste Magdeburg geen concessies te doen aan het sportkarakter van de school. Veel scholen vreesden dat ze niet genoeg aanmeldingen zouden krijgen als ze zich alleen nog op sporters zouden richten. Ook leek het of ze zich geneerden voor hun afkomst. Ze stelden de school ook voor niet-sporters open. “Maar daarmee haal je ook de andere meningen in huis die de juiste instelling voor de sport ondermijnen”, stelt Pabenmeier vast. “Dat is het begin van het einde.”

Vroeger zorgde het Oostduitse sportsysteem er wel voor dat de scholen vol kwamen. Kandidaten voldoende. Op kleuterscholen en lagere scholen werden alle kinderen van het land op hun sportieve aanleg beoordeeld. De besten konden zich bekwamen in trainingscentra. En de allerbesten van dit keurkorps kregen een plaatsje op een sportschool aangeboden. Weinigen die voor die eer bedankten. Want een sportschool, dat betekende status. Dat betekende reisjes naar het westen. Een zekere arbeidsplaats.

Pabenmeier is er trots op dat zijn school geen moeite heeft gehad om haar omvang van 600 leerlingen te behouden. Terwijl er toch geen functionarissen van de Deutsche Turn und Sportbund meer rondlopen om scholieren te werven en er ook geen toekomstgaranties meer in het vooruitzicht worden gesteld. En nog altijd moeten kandidaten een uitgebreid fysiek examen ondergaan en bij voorkeur door een sportclub worden aangemeld. Maar het schoolhoofd wil best erkennen dat het sportief niveau van de leerlingen flink gedaald is sinds de teloorgang van het Oostduitse selectiesysteem.

Er is wel meer veranderd. Ten goede en ten kwade. Vroeger stond de school volledig in dienst van de sport. Tegenwoordig is er meer balans tussen onderwijs en training. Leerlingen worden ook niet meer zo eenzijdig ontwikkeld als in die oude tijden. Een handballer deed alleen maar aan handbal, een zwemmer alleen maar aan zwemmen. Onder het nieuwe regiem beoefenen ze in de gymnastiekles alle grote sporten. Een roeier krijgt ook een cijfer voor atletiek.

De school is ook niet meer zo meedogenloos als vroeger, minder prestatiegericht. Als in het verleden bleek dat een tiener de top toch nooit zou halen, dan kon hij zijn bullen pakken, dan moest hij van school verdwijnen. “Vaak diep gekwetst”, weet Pabenmeier. “Maar zo was het systeem. Alleen maar oog voor winnaars.” In het grote Duitsland hoeven de scholieren niet meer bang te zijn dat ze worden verwijderd op basis van zwakke sportprestaties. “Tot verdriet van de trainers”, voegt het schoolhoofd daaraan toe.

De trainers klagen toch al dat het tegenwoordig zo moeilijk is om jonge sporters te motiveren. Daar hadden ze vroeger in de gedisciplineerde DDR-maatschappij geen last van. Maar de tieners “hebben grote moeite met de overschakeling van het ene naar het andere maatschappelijk systeem”. “Vooral de innerlijk aanpassing valt hen zwaar”, zegt Pabenmeier. “Ze begrijpen het nieuwe idee van vrijheid vaak verkeerd. Ze voelen zich aan niets meer gebonden. Ze snappen niet dat iedereen in deze samenleving voor zichzelf verantwoordelijk is.”