Minderheidsdeelname

Een jaar of tien geleden zaaide de Europese Commissie nogal wat onrust door bezwaar te maken tegen een minderheidsdeelneming (21,9 procent) van sigarettenfabrikant Philip Morris in concurrent Rothmans.

De zaak belandde uiteindelijk bij het EG Hof dat in 1987 besliste dat het kopen van aandelen in een concurrent onder bepaalde marktomstandigheden in strijd kan zijn met het Europese mededingingsrecht. Tot die marktomstandigheden rekende het EG Hof de aanwezigheid van een beperkt aantal ondernemingen (oligopolistische marktstructuur), het bestaan van hoge marktdrempels en de afwezigheid van daadwerkelijke prijsconcurrentie.

In zo'n geval, zo voegde het EG Hof er aan toe, moet de Europese Commissie extra waakzaam zijn: die moet dan met name nagaan of een minderheidsdeelneming in een concurrent uitsluitend een passieve investering is dan wel veeleer een instrument om het commerciële beleid van die onderneming te benvloeden of om die concurrent, in een later stadium, zelfs geheel over te nemen. Vooral die laatste woorden werden destijds door de Europese Commissie met gejuich begroet. Men was in die tijd net bezig de Raad een fusiecontroleverordening te ontfutselen, die de Europese Commissie de bevoegdheid zou geven voorafgaande controle uit te oefenen op marktconcentraties binnen de EG. En juist op een moment dat bepaald niet alle lidstaten elkaar stonden te verdringen om de Commissie een dergelijk verreikende bevoegdheid te geven, leek het EG Hof aan de bestaande verdragsbepalingen een uitleg te geven die wetgeving op dit gebied tot op zekere hoogte overbodig maakte. Of dat ook werkelijk allemaal zo in de Philip Morris-uitspraak besloten lag, is niet echt uitgevochten. Dat was niet nodig: de Europese Commissie kreeg eind 1989 haar fusiecontroleverordening en heeft sedertdien al weer meer dan honderd marktconcentraties beoordeeld zonder op de Philip Morris-uitspraak te moeten terugvallen.

Intussen blijkt de Europese Commissie die beslissing uit 1987 niet te zijn vergeten. Zij heeft zich namelijk onlangs opnieuw gekeerd tegen een minderheidsdeelneming in het aandelenkapitaal van een concurrent. Het slachtoffer van haar belangstelling is dit keer Gilette en de betrokken markt die van natscheerprodukten (scheermesjes, (wegwerp)scheerapparaten e.d.). Op die markt opereren zowel binnen als buiten de EG maar een beperkt aantal hoofdproducenten: Gilette, Wilkinson Sword (het merk van een Zweedse onderneming), Schick (het merk van geneesmiddelenfabrikant Warner-Lambert) en BIC. Van deze vier producenten is het vooral Gilette die de markt lijkt te domineren met een marktaandeel van 59 procent (naar volume) en 70 procent (naar waarde) voor de EG als geheel. Het merk Wilkinson Sword komt op de tweede plaats met een EG-aandeel van 12 procent (naar waarde).

Een ander gegeven waaraan de Europese Commissie veel betekenis hechtte was dat de laatste vijftien jaar in de EG geen nieuwe concurrent op de markt van natscheerprodukten is verschenen. Dat wijst, aldus de Commissie, op toegangsdrempels: kennelijk begeeft men zich niet gemakkelijk op deze markt. En in dat verband voert de Commissie aan dat Gilette voor de ontwikkeling van een nieuw scheermesje zojuist 200 miljoen US dollar en voor de nodige reclamecampagne 175 miljoen dollar heeft uitgegeven. Daarbij komt dat, om rendabel te zijn, een nieuwe fabriek per jaar ongeveer 600 miljoen scheermesjes moet produceren en dat een dergelijke produktiefaciliteit een investering van 150 miljoen dollar zou vergen (uit de beslissing blijkt dat de Europese Commissie deze informatie heeft ontleend aan concurrent Warner-Lambert die een en ander kennelijk belangeloos ter beschikking heeft gesteld). Onder deze omstandigheden is geen concurrentie van nieuwkomers te verwachten, terwijl de bestaande vier fabrikanten het kennelijk moeten hebben van produktvernieuwing, intensieve reclame of overname van een concurrent.

Eind jaren tachtig bewandelden de marktpartijen evenwel een andere weg. De Zweedse firma verkocht het merk Wilkinson Sword met alle bijbehorende activiteiten aan een speciaal daartoe opgerichte Nederlandse vennootschap, Eemland. En bij die transactie bood Gilette financiële hulp. Zij nam een aandeel van 22 procent in Eemland, maar verkreeg daarmee, afgezien van recht op rente, geen enkel gebruikelijk aandeelhoudersprivilege zoals stemrecht, vertegenwoordiging in het bestuur, toegang tot de aandeelhoudersvergadering en dergelijke. Voorts verstrekte Gilette via allerlei leningen meer dan honderd miljoen dollar aan Eemland, die op haar beurt alle activiteiten onder het merk Wilkinson Sword buiten de EG en de VS aan Gilette verkocht. In afzonderlijke overeenkomsten werd nog eens vastgelegd dat Eemland zich buiten de EG en de VS niet met de betreffende merkprodukten op de markt zou begeven, terwijl omgekeerd Gilette die produkten niet in de EG of de VS zou leveren.

Men had evenwel buiten de waard gerekend, want de Europese Commissie haalde een streep door de hele rekening. Zij stelde dat Gilette niet alleen misbruik had gemaakt van een machtspositie, maar ook in strijd had gehandeld met het verbod concurrentiebeperkende afspraken te maken door aldus in Eemland, een concurrent, een belang van 22 procent te nemen. Door niet alleen grootaandeelhouder te worden in zijn belangrijkste concurrent, maar zich ook nog op te werken tot de grootste crediteur van Eemland had Gilette zich bovendien in een positie gewerkt, waarmee Eemland te allen tijde rekening zou moeten houden. Met deze transactie werd de toch al geringe concurrentie op de betreffende markt nog kwetsbaarder gemaakt. De Europese Commissie stelde zich dan ook op het standpunt dat alle overeenkomsten ongedaan moesten worden gemaakt. Gilette kreeg aldus opdracht alle aangekochte activiteiten onder het merk Wilkinson Sword buiten de EG aan Eemland terug te geven. Verder moet Gilette haar positie als geldverstrekker opgeven en voor een bepaalde datum haar deelneming in het aandelenkapitaal van Eemland ongedaan maken. In de publiek gemaakte versie van haar beschikking heeft de Europese Commissie weggelaten wat precies de uiterste datum is. Maar het kwaad is natuurlijk al geschiedt. Er zijn deze dagen voor een prikkie aandelen in een scheermesfabrikant te koop. Wie biedt?