KLAUS KINKEL; Harde kop, losse tong, blinde vlek

BONN, 12 JUNI. “In zekere zin was ik de arme stakker die kop van jut moest gaan spelen”. Dat zei de gisteren tot FDP-voorzitter gekozen Klaus Kinkel ruim een jaar geleden, toen hij zijn politieke pleegvader Hans-Dietrich Genscher na een bloederig intern gevecht in de FDP mocht opvolgen als minister van buitenlandse zaken. Hij was toen pas een jaar partijlid en had al een pijlsnelle ambtelijke en politieke carrière in de slipstream van Genscher achter de rug.

Want al in 1970 koos Genscher, toen net minister van binnenlandse zaken, de jonge ambtenaar Kinkel als persoonlijk medewerker, die hij in 1974 meenam naar Buitenlandse zaken. Van '79 tot '82, de jaren waarin Genscher zich afkeerde van zijn toenmalige coalitiepartner SPD, was Kinkel chef van de Westduitse inlichtingendienst (BND) in het Beierse Pullach. Na Genschers Wende van najaar '82 naar Helmut Kohls CDU/CSU, werd de partijloze Kinkel staatssecretaris op Justitie.

Praktisch iedereen in het partijbestuur en de Bondsdagfractie had de dagen, weken en maanden die aan Genschers vertrek vooraf gingen ongegeneerd tegen praktisch iedereen gentrigeerd in de erkende slangenkuil die de FDP is. Vele liberale topfiguren kwamen zwaar bepleisterd (en wraakzuchtig) uit de strijd om Genschers erfenis.

Kinkel maakte zijn overstap van Justitie, waar hij begin '91 minister was geworden, dus onder moeilijke omstandigheden wat zijn eigen partij betrof. Maar ook overigens begon hij aan een zwaar karwei. De populaire veteraan Genschmann had aan de Adenauerallee in Bonn liefst negentien jaar leiding gegeven aan 7.000 ambtenaren en diplomaten. Bovendien was sinds de Duitse eenwording en de implosie van het communisme in Oost-Europa zowel de wereld, de wereld voor Duitsland als Duitsland voor de wereld zeer veranderd. Probleem: voor bijna alle dossiers waren snel nieuwe concepten nodig, maar steeds onder het motto "Het beleid van Genscher wordt voortgezet'.

Tussentijds, nu een half jaar geleden, kwam de ambiteuze concurrent Jürgen Möllemann op Economische Zaken ten val en moest Kinkel óók vice-kanselier worden. Voorts was er het rechts-radicale geweld - waarin de steden Rostock, Mölln en Solingen een dramatische symboolwaarde kregen - dat de Duitse minister van buitenlandse zaken zeer bezighoudt. Volgens Kinkel heeft hij totnutoe een derde van zijn tijd in het buitenland moeten besteden aan vragen en gesprekken daarover.

Nu het FDP-congres hem gisteren ook nog koos als opvolger van de aftredende partijchef Otto graaf Lambsdorff, móet Kinkel dus wel de harde kop hebben die hij zichzelf toeschrijft: Ich bin ein Schwäbischer Dickschädel. Dat mag zo zijn, binnen en buiten de FDP groeit intussen scepsis over Kinkels tactische talenten. Hij draagt - heel anders dan Genscher - het hart soms op de tong en heeft in een aantal gevoelige gevallen naam gemaakt als flapuit tussen zijn NAVO- en EG-collega's. Voorbeeld: officieel maakt het verenigde Duitsland (nog) geen aanspraak op een vaste plaats in de Veiligheidsraad van de VN, want die komt dat volgens Bonn pas aan de orde als de V-raad ooit wordt uitgebreid. Tot dan kunnen de EG-partners Frankrijk en Groot-Brittannië de Duitse belangen heel goed behartigen. Maar Kinkel heeft ook al zó vaak geroepen dat de echte “politieke muziek” in de V-raad wordt gemaakt dat Bonns partners die officieel terughoudende positie met een korrel zout nemen.

Dat Kinkel vorige zomer, na een paar maanden ministerschap, openlijk aanbeval om de Serviërs desnoods naar de onderhandelingstafel te bombarderen was op zichzelf al vreemd. Des te vreemder was dat waar Duitsland alleen al om voor de hand liggende historische redenen zelf niet aan militaire (vredes)acties in het vroegere Joegoslavië kan deelnemen.

Ook anderszins blijkt dat Kinkel soms een blind vlekje heeft voor de finesses van het spel. Hij wil enerzijds dat het nieuwe Duitsland zo snel mogelijk mee gaat doen aan vredesbewarende én vredesafdwingende militaire acties van de Verenigde Naties. Maar aan de andere kant wil of kan de FDP-jurist Klaus Kinkel zich bij de uitleg van de Duitse grondwet niet ver verwijderen van opvattingen van de SPD (en zijn voorganger Genscher). Met als gevolg dat hij - het wordt nu echt ingewikkeld - twee maanden geleden als minister van buitenlandse zaken een klacht indiende bij het Constitutionele Hof in Karlsruhe tegen een kabinetsbesluit. Namelijk het besluit Duitse militaren mee te laten doen aan AWACS-waarnemingsvluchten van de NAVO (voor de VN) boven Bosnië.

Ja, zo'n klacht moest hij dan ook nog indienen in de hoop dat zij zou worden afgewezen, zoals (in eerste instantie) geschiedde. Wie lachte daar in het struikgewas? Kanselier Helmut Kohl, die het misschien ook wel daarom zo goed met Kinkel kan vinden.

Kinkel moet in de Bondsdagverkiezingen volgend jaar de voor de FDP zeer hoge score van elf procent verdedigen die zij onder Genscher in '90 haalde. Dat moet hij doen zonder veel interne steun; het was veelbetekenend dat Lambsdorff in zijn afscheidsrede gisteren uitdrukkelijk om eenheid en steun voor de nieuwe voorzitter vroeg. Én hij moet dat doen in de spanning tussen het vereiste van continuteit en berekenbaarheid op Buitenlandse zaken én het vereiste van een voortdurende, liefst spectaculaire mediapresentie als lijsttrekker. Genscher, de beheerst-drukke meester van het beslissende midden, kon dat. Kinkel wil, zegt hij, de FDP “een belangrijke sprong voorwaarts” laten doen. Alleen: nog niemand weet precies waarheen.

    • J.M. Bik