KINDERFOTO

Zes weken na de geboorte van hun eerste zoon besloten ze naar de studio van de Chinese fotograaf in de stad te gaan.

Ze kamde het haar van haar kind in de mooiste kuif van de wereld en trok hem het nieuwe hemdje aan dat ze voor die gelegenheid in een koffertje met geurige kamfer-bolletjes had bewaard. Hij wreef intussen met een doek zijn fiets schoon en controleerde de schroeven van de bagagedrager. Ze zou zitten wiebelen, met het kind op de arm, vandaar. Toen ze naar buiten kwam vroeg ze lachend of de fiets ook op de foto moest, maar hij reageerde geprikkeld. Het was de eerste keer dat hij zo'n eind zou fietsen, met zijn vrouw en zoon achterop, en hij gaf nog een extra draai aan het schroefje, waar toch al bijna geen beweging in zat. Hij controleerde of hij zijn portemonnee bij zich had, met het briefje van tien gulden erin. De foto zou acht gulden vijftig kosten, had hij gehoord. Dat was veel geld, maar goed, eerste zoon.

Anderhalf jaar later herhaalde het tafereel zich. De eerste dochter. Hij vond het wat overdreven, maar ze stond erop. Waarom de jongen wel en het meisje niet? Hun tweede kind kreeg een gebloemd jurkje aan, dat ook naar kamfer rook, maar in de studio moest worden uitgetrokken omdat ze erop had gespuugd. Half naakt op een tafeltje waarop ze een baddoek had gespreid, tegen de achtergrond van een slordig geschilderd strand met palmbomen. Het kind begon vreselijk te huilen, rammelaars en troostende woordjes hielpen niet, ze werd opgetild en gesust, voorzichtig weer op de baddoek gelegd, waarop ze weer begon te gillen. De Chinees zei dat hij niet telkens de lampen aan en uit kon doen.

Toen het derde kind geboren werd zei ze niets. Hij bespaarde acht gulden vijftig.

Het vierde kindje, een meisje, werd weer wel gefotografeerd, maar niet in een fotostudio. Op haar eerste verjaardag kwam een kennis, die in het bezit was van een eigen fototoestel. Eerbiedig bekeek hij het toestel van alle kanten en bedacht dat hij de kennis te vriend moest houden.

Het was trouwens voor het eerst dat ze een verjaardag van een kind vierden. Hindoestanen hebben die gewoonte niet. Als iemand het toevallig onthouden heeft, krijgt het kind 's morgens een extra zoen en misschien een stuiver om iets voor zichzelf te kopen. Bij creolen ging dat anders. Zij vierden alle jaardagen (""Omdat ze zoveel van dansen houden'', had hij knorrig tegen zijn vrouw opgemerkt toen ze met het voorstel kwam de jaardag van hun vierde te vieren); het jarige kind kreeg een ritueel bad en als er geen geld was voor een feestje, dan werd het gewoon uitgesteld tot het einde van de maand. Op de dag zelf werd de jarige netter gekleed: schoenen met veters, in plaats van slippers, jongens in lange broek en meisjes met kraaltjes in hun vlechtjes. Als het even kon werd iets lekkers meegestuurd om op school te trakteren: snoepjes van een cent per stuk of, als men het breder had, twee pakjes speculaas.

Onder druk van zijn vrouw was hij langzaam begonnen meer aandacht te besteden aan de jaardagen van de kinderen. In het begin werd er alleen iets speciaals gekookt: Javaanse nasi met een stuk geroosterde kip. Een keer had hij, ter gelegenheid van een jaardag van het derde kind, een flinke doks op de markt gekocht en op de bagagedrager vastgebonden. Het beest bleef luid kwaken, de hele weg van markt naar huis. Alle voorbijgangers lachten hem uit, maar het kon hem niets schelen. Het was zijn zoon. Thuis had hij het beest zelf geslacht (omdat zijn vrouw dat vertikte) en kruidig bereid. Bleek het ventje niet van doksenvlees te houden. Om het goed te maken en om van het gezeur van zijn vrouw af te zijn, stapte hij op zijn fiets, ging naar de stad en kocht een blikken autootje. Knalrood.

Zo was de traditie van cadeautjes begonnen. Maar op de volgende jaardagen liet hij het bij praktische geschenken: dikke schriften en vulpennen, voor de meisjes witte poeder in doosjes waarop de hoofden van The Beatles waren afgebeeld. Zijn vrouw vond dat dat geen echte jaardagscadeautjes waren, maar ze wikkelde ze toch in mooi geschenkpapier.

Die kennis met dat fototoestel nodigde hij dus vaker uit. Zo verzamelden ze steeds meer familiefoto's. Hij kocht een album en plakte de foto's met zelfklevende driehoekjes in de juiste volgorde. Het viel hem toen niet op dat er van zijn tweede zoon bijna geen foto's waren. Als hij wel op één ervan stond, dan ergens ver en onduidelijk op de achtergrond, of met afgesneden oor of voorhoofd.

Toen het hem tien jaar later wel opviel, verdiende hij genoeg om zelf een fototoestel te kopen. Maar hij deed iets wat niemand begreep: hij gaf het toestel aan die zoon. Een fototoestel geven aan een kind? Waarom niet, zei hij. Het ding was toch niet moeilijk te bedienen? Iedereen kon zo'n stom knopje indrukken. Het was een sneer in de richting van de kennis met het fototoestel, met wie hij ruzie had gekregen, waardoor er in de fotokroniek van zijn gezin een gat van minstens vijf jaar was gevallen.

De zoon fotografeerde de godganse dag. Iedereen werd vastgelegd: moeder die de was deed, broer die met de fiets wegreed, zusje met pop, oudere zus met olijven op azijn in de mond, vader die met vlijmscherpe houwer boom omhakte, vader met verband om de vinger.

Aan één ding had hij niet gedacht: de zoon fotografeerde iedereen, behalve natuurlijk zichzelf. Ze hadden nu wel zes volle albums, maar er was maar één foto waarop z'n tweede zoon stond, toen hij ongeveer drie jaar oud was. Hij zelf zat rechts, op een van de twee rieten schommelstoelen die zijn vrouw als huwelijksgeschenk had meegekregen. Voor hem zat de oudste zoon, in kleermakerszit te kijken in een tijdschrift. Naast de vader stond het eerste meisje, met vlechtjes en een zuur gezicht. En de tweede zoon dus leunde links tegen zijn moeder, die in de andere schommelstoel zat, met haar armen gedeeltelijk om hem heen geslagen. Het jongetje keek aandachtig in de lens, met gefronst voorhoofd. Zijn benen glommen van de kokos-olie. Op de achtergrond was hun eerste ijskast nog te zien, met daarop een koekblik. Zelfs het linoleum op de grond was scherp, met krulletjes en bloemen. Die kennis kon goed fotograferen, in vergelijking met zijn zoon, die rennend op het knopje drukte en hem zo op kosten joeg voor waardeloze afdrukken.

Vele jaren later vroeg zijn zoon waarom er geen kinderfoto's van hem waren. Hij was toeval, wat anders, en zijn vrouw viel hem bij, gelukkig, maar niet voordat ze had verteld dat het aan haar te danken was dat er van de eerste twee kinderen foto's waren gemaakt in de studio van de Chinees. Waarom hij dit soort dingen eigenlijk zo belangrijk vond, wilde de vader weten. De jongen, nu al een man eigenlijk, antwoordde dat zijn geheugen een grote warboel was en dat alle gebeurtenissen door elkaar liepen, vooral nu hij in Nederland woonde en geen tastbare markeringen had: foto's, geschenken die het bewaren waard waren. Zulke dingen hielpen je om je eigen levensloop te volgen, zei de jongen gewichtig, om na te gaan wie je was en hoe je zo was geworden.

Maar de jaardagen dan, die kon hij zich toch wel herinneren? De jongen vond dat hij ze niet uit elkaar kon houden. Dat vond de vader niet eerlijk. Goed, het waren iedere keer die twee pakjes speculaas (die trouwens niet goedkoop waren) en schriften en vulpennen, maar juist hij had een paar keer iets bijzonders gekregen: de rode auto, later dat fototoestel. En wat dat gezeur over foto's betreft, zei de vader geprikkeld: hij had ze ook niet, van z'n eigen kindertijd. Maar daarom wist hij toch heus wel wie hij was?