Kabinet houdt aan verlaging uitkeringen vast

DEN HAAG, 12 JUNI. Het kabinet houdt vast aan zijn plannen om uitkeringen voor jongeren van 21 tot en met 27 jaar te verlagen en voor de jongste leeftijdsgroep die niet studeert of op normale wijze aan het werk komt, een baan via de Jeugdgarantiewet (JWG) te garanderen.

Daardoor zijn uitkeringen voor deze categorie in principe niet nodig.

Dit blijkt uit voorstellen die minister De Vries en staatssecretaris Wallage (sociale zaken en werkgelegenheid) gisteren voor advies naar de Raad voor de Gemeentefinanciën hebben gestuurd. Deze plannen riepen eerder verzet op van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer en droegen bij aan het tumult rondom ex-staatssecretaris Ter Veld dat vorige week in haar ontslag uitmondde. De PvdA-fractie liet gisteravond weten haar bedenkingen te houden tegen het verlagen van de uitkeringen - in tegenstelling tot coalitiepartner CDA - maar wel de voorgenomen aanpak via de JWG te steunen.

Blijkens de voorstellen onderkent het kabinet het probleem dat jongeren die voor een baan via de JWG in aanmerking komen (werklozen onder de 21 en schoolverlaters onder de 22), daarvoor door hun persoonlijke omstandigheden niet altijd geschikt zijn. Voor deze groep komt er een voorbereidende fase, waarin ze via bijvoorbeeld taalcursussen en leerwerkprojecten moeten worden bijgeschoold. In die periode krijgen ze een uitkering van 330 gulden netto per maand, een bedrag dat is afgeleid van het niveau van de kinderbijslag. Het kabinet heeft nog overwogen deze uitkering op 500 gulden te stellen - het nu geldende bedrag -, maar ziet daarvan af omdat dit bedrag hoger is dan wat leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs ontvangen. Wie via de JWG werkt, krijgt in principe het minimumjeugdloon voor 32 uur per week.

Het kabinet wil ook gemeenten financieel prikkelen om een einde te maken aan de situatie dat jongeren formeel wel onder de JWG vallen, maar feitelijk geen baan hebben, een "leegloop' die op 30 procent wordt geschat. De vergoeding aan de gemeente voor de loonkosten van een JWG'er vervalt, als hij gedurende drie maanden achtereen geen baan heeft gehad.

Premier Lubbers maakte eerder deze week op het congres van de FNV al bekend dat het aantal plaatsen dat een instelling voor JWG'ers mag hebben, wordt verdubbeld. De norm van één JWG'er op tien werknemers gaat naar één op vijf. Bovendien probeert het kabinet werkgevers via de arbeidsbureaus zover te krijgen dat ook de marktsector (meer) JWG'ers gaat plaatsen. Nu werken zij (hoofdzakelijk) bij de overheid en gesubsidieerde instellingen.

Verder wil het kabinet afwijkingen mogelijk maken van de regel dat een JWG'er 32 uur per week werkt. Dit aantal blijkt in het bijzonder voor alleenstaande moeders bezwaarlijk te zijn.