JAN HEGERAAD CAFEHOUDER/MAN ZONDER HOBBY'S

“Op de Westerstraat had je de pettenwinkel van Smitje. Iedereen droeg een pet, alle jongens waar ik mee omging in die tijd, maar ik niet. Ik heb wel eens een pet gehad, maar die was ik in de tijd van twee dagen kwijt.

Door de week droeg je gewone broeken met een trui of zo, maar voor de zondag had je een pak. Dat kocht je bij Kreymborg of Piet van de Brul. Ik had maar één pak, een bruin streepje. Ik was zo'n jaar of twintig, dan liep je op zondagmiddag over de Nieuwendijk en door de Kalverstraat en dan weer terug. Er was niet veel te doen, je had toch geen geld dus je kon nergens in.

Er waren wel zomerpakken en winterpakken, maar wij hadden die niet. Lichtgewicht bestond nog niet, moet ik ook nooit hebben ook want dat kreukelt altijd. Wij droegen 's zomers en 's winters hetzelfde pak. Het was goeie stof, dat was niet kapot te krijgen!

Maar als je er een beetje goed bijzat, liet je je hier in de Jordaan een pak aanmeten. Dat kostte bijna niks, maar vijfendertig gulden. Kreeg je een aangemeten pak met nog een vest erbij. We hadden hier in de dwarsstraat een kleermaker, "het Moffie', noemden ze die. Op de Westerstraat had je Bob Binbergen, ook een kleermaker. Als je het kon missen ging je daar zo naar toe. Die maakten het meer getailleerd en alles, meer coupe erin. Bij Piet van de Brul kocht je ook goede pakken, maar allemaal standaardpakken. Als je van boven een beetje smal was kon je bij de kleermaker net zulke brede schouders krijgen als je wilde.

Voor ƒ 2,75 kon je hele mooie schoenen kopen. Bij Swift. Moet je nou komen! Nu heb ik meer pakken. Dat moet ook wel in een café. Er is wel eens een begrafenis of een trouwerij of een verjaardag. Maar dit pak heb ik misschien in geen twee jaar aangehad. Want ik heb een jekkie, weet je niet!''