HANS WESTERHOF; Praten en lijmen in de slangenkuil

Commerciële sport is asociaal. Ook Hans Westerhof wist dat al toen hij in februari 1992 een tweejarige arbeidsovereenkomst met het bedrijf de Philips Sport Vereniging in Eindhoven aanging. Wanneer de resultaten niet lucratief zijn en het produkt slecht wordt verkocht, vallen ontslagen. De samenleving binnen het voetbalstadion is niet anders dan erbuiten.

Wie veel geld te verteren heeft, kan een ontslag kopen. In de overtuiging dat geld de ellende van vernedering zal verzachten. Westerhof, 44 jaar, zal vanaf 10 juni 1993 door het leven gaan als de man die te menselijk is voor topvoetbal, voor commercieel voetbal dus. De pedagoog is na één jaar al kwalijk genomen dat hij in de klas geen regime heeft kunnen houden. Dat hij als een psychotherapeut het gesprek verkoos boven de matrak van de ME'er.

Beroepsvoetballers, degenen die zijn verzekerd van honderdduizenden guldens per jaar, laten zich de wet niet voorschrijven. Ze betalen boetes alsof het om een collecte voor het kankerfonds gaat. Een schorsing wordt aangekaart bij hun belangenvereniging. Worden ze naar de reservebank verwezen, dan zwaaien ze met een aanbieding van een ander voetbalbedrijf.

Toch is Westerhof de uitdaging aangegaan. De ziekte die zijn voorganger Robson bij PSV niet heeft kunnen uitroeien, heeft hij durven bestrijden. “Als het mij niet lukt, ben ik niet geschikt voor dit werk.” Het is niet eerlijk een man te stigmatiseren op een uitspraak die hij een jaar geleden heeft gedaan. Maar ze geeft aan dat Westerhof in predestinatie gelooft. Diep in zijn grote hart is hij misschien blij dat de PSV-leiding hem er uit heeft geschopt.

Om zijn integriteit wordt Westerhof gewaardeerd. Met mensen als Westerhof, Dorjee, Robson en Hiddink wil PSV goede sier maken. Het is in tegenspraak met de zakelijke instelling. Westerhof houdt van mensen, hij is empathisch, hij probeert het verstoorde leven van natuurmensen als de Macedoniër Djurovski en de Braziliaan Romario te doorgronden. Met Djurovski bouwde hij bij FC Groningen een vertrouwensrelatie op, met Romario werd een mogelijke relatie al snel gedwarsboomd. Geen mens is gelijk, laat staan godsmensen.

Een natuurtalent laat zich niet inkapselen. Westerhof maakte tijdens het toernooi in Cadiz vorig jaar zomer de "fout' Romario tegen Real Madrid na de eerste helft te vervangen omdat hij voor de wedstrijd die mogelijkheid openlijk had overwogen. Romario scoorde tweemaal, speelde betoverend, omdat Real hem als tegenstander inspireerde. Maar Westerhof wilde de spits sparen omdat hij deze net een paar duels met het Braziliaanse elftal had gespeeld en omdat de eerste competitiewedstrijd wachtte tegen God betere Cambuur.

Wie een kind zijn speelgoed afpakt, heeft een conflict. De vertrouwensbasis kan voorgoed vernield zijn. De bedrijfsleiding van PSV wilde Westerhof nog niet afvallen en schorste Romario voor twee wedstrijden. Een paar weken later meende Westerhof hem in de Europa-Cupwedstrijd tegen AEK Athene te moeten opofferen voor een extra verdediger. Teleurstelling. Maar soms kan een dergelijke daad prikkelend werken. Dus scoorde Romario in de thuiswedstrijd driemaal.

Westerhof kreeg geen vat op Romario. Omdat Romario dat niet wil. De gewone spelers konden het niet opbrengen zich als waterdragers uit de naad werken voor de kopman. Al is deze nog zo uitzonderlijk begaafd, wanneer hij zich niet aan afspraken houdt is het vertrouwen zoek.

Westerhof had Romario nodig. Zoals PSV niet zonder hem kan. Sportief en bedrijfsmatig. Wanneer Westerhof hem dreigde te vervangen, werd hij door de bedrijfsleiding herinnerd aan de economische waarde van de Braziliaanse investering. Manager Ploegsma bleef de duurste spelers de hand boven het hoofd houden. Het was beter dat ze speelden, Vanenburg en Romario. Hoe lastig en teleurstellend ze ook waren. Met een voetballer die niet speelt, ben je kansloos op de beurs.

Toen de aandoenlijke werker Heintze zich liet ontvallen dat PSV "ziek' was, werd hij geschorst. Voor hem tien anderen, meende de bedrijfsleiding, ondanks Heintze's trouwe staat van dienst. Westerhof probeerde te praten en te lijmen in de slangenkuil. Maar wat begin je met te duur betaalde voetballers. Nooit sprak Westerhof een onvertogen woord over PSV, over zijn spelers, over de jungle in de voetbalmaatschappij. Hij had al zo'n afkeer van de Burberry-jassen.

Westerhof bezigt voetbalhumor noch cynisme. Hij verwijt voetballers niet hun tekortkomingen. Hij heeft ze zelf genoeg. Geboren in Ulft, voetballend bij SDOUC, studerend op het CIOS, onderwijzend in Heerenveen, trainend bij ACV, fulltime-trainend sinds 1990, nooit topvoetbal gespeeld. Dat paranoseerde hem. “Ik zou niet bij een club als Ajax moeten gaan werken. Dat is een andere mentaliteit. Ik denk dat ik moeilijker in het westen zou aarden. PSV past geloof ik beter bij mij”, zei hij na zijn aanstelling.

Frank Arnesen, de geboren optimist, hield een jaar zijn mond. Het landskampioenschap was nog niet vergeven of hij durfde het hele PSV-bedrijf ziek te verklaren. Westerhof noemt hij achterdochtig. Wat is daar vreemd aan? Zou Arnesen het beter doen, als ex-topvoetballer? Dat hij het privé-leven van manager Ploegsma bekritiseert, is een zwaktebod. Hij had lef getoond wanneer hij had gezegd dat Ploegsma of voorzitter Ruts dienen op te stappen. Degenen die het beleid voeren, zijn verantwoordelijk.

De romanticus Westerhof wordt emotioneel als hij Joe Cocker en J.J. Cale hoort. Zijn gitaar beroert hij niet meer. Omdat één snaar is gebroken. De blues die Hans Westerhof beroert, is niet besteed aan PSV.

Money, so they say, is the root of all evil today. (The dark side of the moon, Pink Floyd, 1973)