Frankrijk favoriet voor Europese titel bridge

ROTTERDAM, 12 JUNI. Wanneer morgen in het Zuidfranse Menton het Europese Kampioenschap bridge voor landenteams begint, behoort Nederland niet tot de superfavorieten. Behalve Frankrijk zijn die er namelijk niet. Althans niet bij de mannen. Niet dat het Nederlands team, verleden jaar winnaar van olympisch brons, in kwaliteit is teruggelopen. De twee sterkste paren van Nederland, Leufkens-Westra en Muller-De Boer zijn beide weer van de partij. Toegegeven, het derde koppel, Jansen-Westerhof, debuteert op dit niveau. De Groningers vormen echter al jaren een hecht en stevig ingespeelde combinatie, zeer nuttig op een zwaar toernooi dat zich veertien dagen voortsleept.

Nee, het gevaar ligt simpelweg bij de concurrentie. Die is moordend. Europa kent heel wat sterke bridgenaties. In willekeurige volgorde: Zweden, Noorwegen (dat verleden week heer en meester was op het zware internationale Schiphol Toernooi), IJsland, en Polen. Stuk voor stuk medaillekandidaten. Regerend Europees kampioen Groot-Brittannië daarentegen is ernstig verzwakt. Hun absolute toppaar Forrester-Robson doet niet mee. Tony Forrester zag zich om persoonlijke redenen genoodzaakt zich voor dit evenement terug te trekken. Het valt zeer te betwijfelen dat de Britten nu nog een rol van betekenis zullen spelen.

Slechts één land is uitgesproken kanshebber voor de titel: Frankrijk. Naast hun twee olympisch gouden paren Chemla-Perron en Mouël-Lévy, hebben ze zich verzekerd van een sterk derde duo, Lebel-Corn, dat dertien jaar geleden al eens een Olympiade wonnen. Gevaarlijke outsider is Israël, dat in de bridgewereld als Europees land wordt geteld. De Israëliers wonnen recent het EG-kampioenschap in Portugal.

Is Nederland dan kansloos voor een hoge klassering? De verwachtingen van het thuisfront zijn toch wel hoog gespannen. Oranje heeft zich toch niet voor niets maandenlang voorbereid onder supervisie van de Canadese coach Eric Kokish?

Op dit moment een voorspelling doen lijkt leuk, maar heeft geen enkele waarde. Daarvoor zijn er te veel onzekere factoren. In tegenstelling tot de concurrentie kent het Nederlandse team, behalve Berry Westra, geen professionals.

Hoe schat de Rotterdammer de kansen in? “Ondanks onze intensieve oefencampagne is de grote vorm er op dit moment beslist niet. En die is echt nodig om hoog te eindigen. Aan de andere kant, verleden jaar in Salsommaggiore ging het net zo. Voor het toernooi liep het niet. Maar toen we er echt voor moesten spelen, ging het als vanouds. Normaliter is de tegenstand op een EK over de hele linie van zeer hoog niveau. Hoger bijvoorbeeld dan tijdens een Olympiade waar landen als Botswana van de partij zijn.”

De rest van de Nederlandse ploeg kent zonder uitzondering een drukke werkkring. Wat vooral in de tweede week van het loodzware toernooi gaat tellen is hun fysieke gesteldheid. Sterspeler Enri Leufkens blijkt de laatste maanden nogal bevattelijk voor griepjes en andere lichte aandoeningen. Als hij erin slaagt deze ongemakken te onderdrukken, evenals zijn neiging bij het minste of geringste de arbiter te ontbieden, dan is Nederland al een stuk verder. Ongetwijfeld is dit soort zaken door het team van coaches, captains en psychologen van te voren goed doorgesproken. Met name een professionele benadering door spelers en non playing captain Jaap Trouwborst van arbitrages en protesten kan wel eens van doorslaggevende betekenis blijken te zijn.

Bij de vrouwen staan er twee titels op het spel. Tot en met woensdag spelen ze het EK paren, daarna tien dagen lang het EK voor landenteams. Wat het parenkampioenschap betreft zijn er geen uitgesproken favorieten, maar niemand zou gek opkijken als Van der Pas-Schippers in de medailles gaan vallen. Marijke van der Pas en Elly Schippers haalden drie maanden geleden een prachtige zesde plaats bij het open paren EK in Bielefeld.

De strijd bij de teams zal zich afspelen tussen zes landen. Ten eerste de vier Europese naties die op de laatste Olympiade bij de vrouwen de dienst uitmaakten: Oostenrijk (met de befaamde Maria Erhart-Kirner in de gelederen), Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland en dan vermoedelijk ook nog het in deze categorie sterk opkomende Israël en natuurlijk Nederland, vanouds een medaillekandidaat. In Oranje spelen twee vaste combinaties die al jarenlang ons land succesvol vertegenwoordigen: Van der Pas-Schippers en Arnolds-Vriend. Ook hier debuteert een derde paar: Snellers-Van den Brom. Laura van den Brom speelde al eerder voor Oranje met Marijke van Mechelen en vormt sinds een jaar een partnership met de piepjonge Agnes Snellers. Samen met Van der Pas-Schippers boekte het paar verleden week een aardig succesje door het minilandentoernooi te winnen dat vooraf ging aan het Schipholtoernooi.