"Drugsmeneren komen soms het schoolplein op'

Het klonk als een noodkreet. Directeur A. van der Zalm van een basisschool in de Haagse Schilderswijk vroeg deze week aandacht voor de problemen in zijn buurt. Zijn leerlingen als boodschappen jongens voor junks en dealers. In een korte serie over het wel en wee in de wijk vandaag: de scholieren.

DEN HAAG, 12 JUNI. “Eergisteren zagen we op weg naar school een man met allemaal spuitjes. Een meisje zei: "Kom, we gaan doktertje spelen.' Maar dat is heel gevaarlijk. Als je je één keer prikt, wil je altijd prikjes.” Yassin is acht en zit in groep vijf van een basisschool in de Haagse Schilderswijk-west. Junks, drugsdealers en vechtpartijen - hij ziet ze dagelijks. “Een keer wilde een man herone hebben en die kreeg-ie niet. Toen schoot hij een ander in zijn arm.”

“Soms komen er ook drugsmeneren het schoolplein op”, vertelt zijn klasgenoot Ismet. “Dan zeggen ze: "Je moet voor mij drugs wegbrengen, als je dat niet doet maak ik je dood.' Maar als ze het mij vragen, ren ik weg.” Rennen lijkt een taktiek die de schoolkinderen vaak toepassen. “Als we niet wegrennen, krijgen we ook zo'n prikje”, vermoedt Fatima, die een groep hoger zit. “Bij mij in de straat zat een man te spuiten en daarna kwam hij achter ons aan. We zijn hard weggerend en toen is-ie verdwaald.”

De statige school van Yassin, Ismet en Fatima steekt schril af tegen de rest van de buurt. De meeste panden zijn dichtgetimmerd, sommige portieken zijn dichtgemetseld. Op straat ligt een complete huisraad. Verbrand. Alleen de toiletpot is niet door het vuur aangetast. In een portiek zit een magere vrouw op een paar dekens. Verderop wankelen twee lijkbleke mannen een coffeeshop binnen.

“Soms als je in de straat speelt, zeggen die junkies: "Hier heb je honderd gulden, wil je voor mij daarmee sigaretjes kopen?' ” zegt Fatima. Of ze vragen: "Koop doekjes bij die winkel waar ze spuitjes verkopen.' Maar dan ren ik meteen weg. Een keer kwam er een meneer achter me aan en die zei: "De volgende keer maak ik je dood'.”

Ismet valt haar in de rede. “Een jongen uit groep zeven speelde buiten toen een paar mannen op hem afkwamen. Ze zagen de politie, daarom zeiden ze: "Hier, houdt dit even vast en ga een blokje om. Als je terugkomt, krijg je van ons een tientje.' En dat heeft-ie gedaan.”

Schilderswijk-west is een kinderrijke buurt. Van de 20.000 wijkbewoners is 51 procent jonger dan 25 jaar. “Hun leefomgeving is pedagogisch onverantwoord”, vindt schoolhoofd A. van der Zalm. In school bewaart hij een collectie wapens die kinderen gevonden hebben op straat. Ook is er een speciale bak voor gevonden injectienaalden. “Het is een wonder dat de kinderen weten te overleven in deze urban jungle.”

Yassin vertelt nooit aan zijn ouders wat hij meemaakt op straat. “Want dan mag ik niet meer spelen buiten. Ze zullen boos worden en zeggen: "Misschien gaan ze je pakken.' En ik wil wèl buitenspelen met mijn vriendjes.” Liever dan buitenspelen gaat Ismet naar school. “Dat is het leukste wat er is. Ik zou het erg vinden als de school er niet was. In de vakantie is het heel saai.”

Jamila (8) vertelt verlegen dat ze niet meer op straat durft te spelen. “Een meneer vroeg mij eens: "Wil je deze steen naar je huis brengen en warm maken. In de steen zat een gat met daarin poeder. Maar ik liet de steen vallen en toen werd-ie heel boos. Daarom speel ik altijd op het balkon en dan kijk ik naar die mannen.”

Maken de kinderen ook wel eens wat leuks mee in hun buurt? “Ja juf”, roept Fatima enthousiast. “Ik kwam een keer een meneer tegen en ik dacht dat het een heroneman was. Dus ik zei tegen mijn vriendin: "Kom, we gaan rennen!' Maar het was haar oom.”

Half twaalf. Acht vrouwen met kleurige hoofddoeken wachten op hun vierjarige kinderen uit groep één. Vrijwel alle andere kinderen gaan alleen naar huis. Een jongetje gluurt even tussen de planken van een dichtgetimmerd huis. “Niets”, constateert hij spijtig en huppelt verder.

De namen van de kinderen zijn om redenen van privacy gefingeerd.