DEMOCRATISCHE ELITES

The Elite Connection. Problems and Potential of Western Democracy door Eva Etzioni-Halevy 239 blz., Polity Press 1993, f 45,-- ISBN 0 7456 1068 4

Johan Stekelenburg van de FNV die maar niet door vice-premier Wim Kok werd gebeld. De partijvoorzitter van het CDA, Van Velzen, met zijn openlijke kritiek op de bisschoppen. Werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan die niet op de VVD maar op D66 blijkt te stemmen. Het is duidelijk: de hoogtijdagen van de verzuiling liggen achter ons.

Nog niet zo lang geleden was dat anders. Katholieken, socialisten, liberalen en protestants-christelijken leefden in ons land náást, maar ook mét elkaar. Ondanks de maatschappelijke verkokering konden de elites van de verschillende zuilen goed tot samenwerking komen. In enkele kabinetten-Drees waren zelfs alle zuilen vertegenwoordigd. De SER, het Landbouwschap en de Sociale Verzekeringsraad zijn typische produkten van die tijd. Zij vormden de institutionele basis van het overleg tussen de verzuilde elites.

Het tijdperk van pacificatie en het einde daarvan werd precies vijfentwintig jaar geleden in kaart gebracht door de Nederlandse politicoloog Arend Lijphart. Hoezeer zijn Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek als een standaardwerk mag gelden, blijkt bij lezing van het dit jaar verschenen The Elite Connection van de Israëlische hoogleraar sociologie en antropologie Eva Etzioni-Halevy. Zij heeft meer dan 200 pagina's nodig om tot de conclusie te komen dat - juist in een democratisch stelsel - samenwerking tussen elites is geboden. Met de ineenstorting van het communisme lijkt de westerse democratievorm een definitieve overwinning te hebben behaald. Een gouden toekomst schijnt in het verschiet. Niets is minder waar. Er dreigt een gevaar, en wel van binnenuit.

De stabiliteit van democratische stelsels wordt, zoals de Israëlische hoogleraar het nogal gewichtig aanduidt, gegarandeerd door het ""meta-principe van de autonomie der elites''. Die relatieve autonomie van elites (denk aan topambtenaren, vakbondsleiders, invloedrijke schrijvers, enzovoort) voorkomt dat onderdrukking door de staat mogelijk is. De overheid zal omzichtig te werk moeten gaan, wil zij ""absorption of protest'' kunnen bereiken. Denk aan de benoeming van vakbondsvoorzitter Hans Pont op een hoge functie bij Binnenlandse Zaken, waar hij z'n oude collega's ongetwijfeld weer zou tegenkomen, en je kunt je iets voorstellen bij dat ""absorberen van protest''.

BESTAANSVOORWAARDEN

Democratie en elitevorming mogen aan elkaar tegengestelde begrippen lijken, maar vanuit Etzioni's ""demo-elite perspective'' gezien zijn elites bestaansvoorwaarde voor een democratie. Juist omdat in westerse landen vooraanstaande vakbondsleden betrokken werden bij de overheidsmacht, of zelfs daarvan deel uit gingen maken, bleven in de afgelopen eeuw in ons deel van de wereld grote revoluties en opstanden uit. Vanuit die invalshoek houdt The Elite Connection vooral een waarschuwing in. Etzioni vreest voor een aantasting van de autonomie van de elites. Vooral onder het Reagan- en Thatcher-bewind is door het inperken van de macht der vakbonden en media de stabiliteit van de democratie in gevaar gebracht, meent zij.

Dat mag zo zijn, maar verder ben ik niet erg onder de indruk. Etzioni klinkt na lezing van Lijphart nogal bekend in de oren. Ten nadele van Etzioni geldt dat Lijpharts betoog zoveel genuanceerder is. Lijphart onderscheidde vijfentwintig jaar geleden al een viertal typen democratie, waarbij hij de politieke cultuur, het gedrag van elites en de politieke stabiliteit in ogenschouw nam. Het spreekt voor zich dat in verschillende democratieën de rol van elites ook zeer verschillend kan zijn.

Lijphart heeft ook oog voor de minder positieve rol die elites kunnen spelen. Zo spreekt hij over een centrifugale democratie, wanneer er sprake is van verzuildheid enerzijds en concurrentie tussen de elites anderzijds. Deze concurrentie - die zich niet voordeed tijdens de Nederlandse verzuiling - werkt destabiliserend. Etzioni heeft hiervoor nauwelijks aandacht.

Naast voordelen zijn aan elitevorming in de samenleving en de politiek dus onmiskenbaar nadelen verbonden. Neem nou het feit dat in Nederland zelden de vraag klinkt waarom de minister-president niet gekozen wordt. Omdat Koningin Beatrix er bezwaar tegen heeft, zoals we in enkele kranten en tijdschriften konden lezen? In werkelijkheid zal zij de gekozen premier niet kunnen en willen tegenhouden. Het is de top van de Nederlandse politiek die zijn macht tot benoeming van de minister-president niet wil afstaan, al blijkt een meerderheid van de bevolking daar voorstander van.

De elite regeert - met voor- en nadelen. Uit de parlementaire enquête naar de uitvoering van de sociale zekerheid blijkt dat het corporatistische en hiërarchische karakter van de uitvoering reden voor haar falen is geweest. Er zou ook wel eens een relatie kunnen zijn tussen "de samenwerking der elites' en de dalende betrokkenheid van burgers bij de politiek sedert afschaffing van de stemplicht. Men hoort wel zeggen dat lage opkomstcijfers bij verkiezingen kunnen duiden op een grote tevredenheid over hoe de politiek z'n zaakjes regelt. Toch heeft de "beleefde onderworpenheid' aan de corporatistische besluitvorming tijdens de verzuiling plaatsgemaakt voor brutale proteststemmen op de Centrum-Democraten. De burger wil gehoord worden. Ook door samenwerkende elites.