De schaamte houdt ons hier; Turkse jongeren kunnen Duitsland helemaal niet verlaten, al zouden ze willen

De oudere Turken in Solingen zijn geschokt door de brandstichting in de Untere Wernerstrabe. Tegelijk zien ze met lede ogen de reacties van hun kinderen aan. Het groeiend nationalisme onder de jonge Turken is net zo bedreigend als het neo-nazisme van hun Duitse leeftijdgenoten. Maar moeten de Duitse Turken dan afwachten? Moeten ze hun blik afwenden? "Onze eer als Turkse man is bezoedeld als wij de veilige beschutting van ons moederland verkiezen, in plaats van ons in te zetten voor de veiligheid van onze vrouwen en kinderen hier in Duitsland.'

Yilmaz Bayindir (20) draagt een mouwloos wit T-shirt, een witte spijkerbroek en zwarte cowboylaarzen. Zes jaar geleden voegde hij zich bij zijn ouders en vier jongere broers en zusters, die in Solingen opgroeiden. Als oudste zoon was hij tot dan toe achtergebleven bij zijn grootvader in Erzrum, Oost-Turkije. De kleinzoon ondersteunde hem tijdens zijn laatste levensjaren. Yilmaz speelt met zijn autosleutels en wil aanvankelijk niet veel zeggen. Hij wacht op een bankje in het winkelcentrum van Solingen op zijn Duitse vriendin, die bij de dokter is. ""Tot de brand hier in Solingen was ik vast van plan om met haar te trouwen'', zegt hij plotseling. ""Maar dat idee heb ik nu laten varen. Ik wil me niet zo hecht aan Duitsland binden, terwijl mijn vriendin heel duidelijk heeft laten blijken dat ze er niets voor voelt om op termijn naar Turkije te gaan.''

Yilmaz behoort tot een groeiende groep van Turkse jongeren in Solingen die elkaar regelmatig treffen in een van de Turkse koffiehuizen aan de Konrad Adenauerstrabe. De gesprekken, die voorheen vaak over het Turkse voetbal gingen, handelen nog maar over één thema: de gewelddadige dood van vijf landgenoten. Dat het hierbij gaat om onschuldige vrouwen en kinderen steekt hen bijzonder. De ouders van het merendeel van deze jongeren komen uit de minst ontwikkelde delen van Zuidoost- en Oost-Turkije. Tunçeli, Erzrum, Ercinzan, Sivas. Een belangrijk deel van hen is van Koerdische afkomst en bovendien Aleviet, de liberalen onder de moslims. Om zich aan de armoede in hun geboortestreek te ontworstelen, grepen zij de kans aan om in Duitsland te werken. Vaak met het idee dat de kinderen er een betere toekomst zouden krijgen.

Het is inmiddels wel duidelijk dat die toekomst voor de meeste Turkse jongeren in Duitsland ligt. De brand in Solingen heeft daarin geen verandering gebracht. De jaren in de Duitse schoolbanken wegen zwaarder dan de vakanties in Turkije, waar ze vaak niet meer dan vluchtig kennismaakten met het moederland. De samenleving waarmee hun ouders zich nog innig verbonden voelen en waaraan ook de jongeren grotendeels hun identiteit ontlenen, geeft hen in feite - net als Duitsland - het gevoel een vreemdeling te zijn.

Strot doorsnijden

Een week van nachtelijke rellen en vernielingen volgde in Solingen op de brandstichting en de dood van vijf Turkse vrouwen en kinderen. Uit heel Duitsland stroomden radicale Turkse jongeren samen, die niet alleen uiting gaven aan een groeiend gevoel van woede, angst en frustratie over de gruwelijke uitwassen van het neo-nazisme. Zij hielden het Duitse volk ook op hardhandige wijze een spiegel voor: wij maken onderdeel uit van deze samenleving en wij eisen als Turken onze rechtmatige plaats op. Weggaan is niet meer aan de orde.

Ali Halil Tuyluôglu (27) woont al 17 jaar in Solingen en drijft enkele straten van het koffiehuis verwijderd een kruidenierswinkel. Hij heeft nachtenlang deelgenomen aan de betogingen en het inslaan van winkelruiten. Mede uit woede over de poging tot brandstichting onlangs in zijn eigen winkel, schafte hij een wapen aan om zich desnoods met geweld te verdedigen. ""De vraag is wat het beste is: moet ik me zomaar laten afslachten of mag ik me ook nog verdedigen?'' Halil is niet de enige die heeft besloten om - althans voorlopig - het recht zonodig in eigen hand te nemen. Meerdere jongemannen in het koffiehuis erkennen - als hun naam tenminste niet in de krant wordt vermeld - ook een pistool te hebben gekocht of inmiddels een bestelling te hebben geplaatst bij een regionale wapenhandelaar.

Hasan (27) geeft volmondig toe dat het een radicale oplossing is. Hij beseft dat wapens het geweld tegen vreemdelingen niet wegnemen, en dat het de haat tegen de 1.8 miljoen Turken in Duitsland nog verder zal aanwakkeren. ""Maar hoe kan ik er de Duitsers anders van doordringen dat niet de Turken, maar de wortels van het neo-nazisme moeten branden?''

Een vriend valt hem bij: ""Ook al zouden we dat willen, niemand van ons kan in feite nog terug naar Turkije. Ten eerste niet omdat we sociaal en economisch gebonden zijn aan dit land, maar ten tweede houdt de schaamte ons hier. Je denkt toch niet dat we naar ons dorp in Oost-Turkije kunnen terugkeren zonder eerst tenminste zeven neo-nazi's de strot te hebben doorgesneden. Onze eer als Turkse man is bezoedeld als wij ons terugtrekken in de veilige beschutting van ons moederland, in plaats van de veiligheid van onze vrouwen en kinderen hier in Duitsland te verdedigen.''

Halil en zijn kameraden bestrijden dat er zoiets bestaat als een organisatie van rechts-radicale Turken in Solingen. Net als veel andere Turken ergeren zij zich aan de nadruk die er in de internationale media - en ook door de Turkse staatstelevisie - is gelegd op de krachtmetingen tussen Turkse politieke organisaties onderling, zoals die tussen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en de fascistische Grijze Wolven, die in een variant op de Hitler-groet een vuist ballen, waarbij de wijsvinger en de pink recht overeind blijven staan. ""Het leidt de aandacht af van waar het werkelijk om draait'', meent Hasan. ""Voor ons Turken is de familie bijzonder belangrijk. Als een van onze familieleden doodgaat, sterven we ook zelf een stukje. Wat er twee weken geleden hier in Solingen is gebeurd, moet je dan ook in dat licht zien. De reacties van met name de jonge Turken op de verbranding van vijf landgenoten had niets met een georganiseerde vorm van protest van doen. Men voelde zich aangesproken, gekwetst tot in de ziel. Dat was het waaraan lucht werd gegeven.''

Halil: ""Turken zijn een passief volk. Maar als wij ontwaken dan houdt niemand ons tegen. Dat heb je hier in Solingen in het klein gezien. Terwijl er een overmacht aan politie op de been was, waren we toch elke nacht weer in staat om een spoor van vernielingen door de binnenstad te trekken. Die vernielingen zijn niet goed te praten, maar men moet tegelijkertijd beseffen dat het bij vernielingen is gebleven, terwijl het toch heel makkelijk had gekund dat er na het inslaan van de winkelruiten ook was geplunderd, of brand was gesticht. Daarmee hebben we ons heel bewust niet ingelaten, omdat we ervoor wilden waken op een lijn te worden gezet met de neo-nazi's, die vrouwen en kinderen in hun slaap overvallen.''

Schadeformulieren

In Solingen is in de afgelopen dagen de uiterlijke rust weergekeerd. Winkeliers vullen hun schadeformulieren in, halen de hard- of zachtboardplanken voor hun winkelruiten vandaan en richten de etalages opnieuw in. Deze industriestad met zijn 166.000 inwoners telt 14 procent buitenlanders, met de Turken en de Italianen als grootste groepen. Doordat in Solingen ook het Landeninstituut voor Internationale Beroepsarbeid staat - een school die studenten uit ontwikkelingslanden de gelegenheid geeft om een opleiding in de industriële sector af te ronden - waren de inwoners de afgelopen 35 jaar wel gewend geraakt aan zwarten in het straatbeeld. Burgemeester Gerd Kaimer (SPD) typeert zijn stad als keurig, en ietwat conservatief. Dankzij de bijdrage van de buitenlandse werknemers is Solingen de afgelopen decennia in de vaart der volkeren opgestoten en juist daarom kan de burgemeester zich niet indenken dat iemand een zo gewelddadige aanslag als die op de familie Genç in zijn stad voor mogelijk had gehouden.

Net als de meeste Turken zich generen voor de vernielingen die jonge, radicale landgenoten in het stadscentrum hebben aangericht, schamen veel Solingers zich voor de brandstichting met de dodelijke afloop. ""Men kijkt elkaar niet meer in de ogen, maar buigt het hoofd'', zegt een jonge Turkse vrouw, die met een Duitser is getrouwd. ""Daardoor is er een geladen spanning, zelfs onder de mensen in mijn straat. Ik ga daaraan kapot. Ik stel mijn buren niet persoonlijk verantwoordelijk voor de verbranding van vijf van mijn landgenoten, maar ik wil niet in een sociaal isolement worden gedrukt omdat zij niet met hun schaamtegevoel kunnen omgaan. Daarom heb ik de afgelopen dagen mensen bij mij in de straat aangesproken, maar ik kan toch onmogelijk persoonlijk het ijs met alle 60 miljoen Duitsers breken?''

Slecht slapen

Musa Yilmaz (36) eigenaar van reisbureau Köprü (Brug), zegt dat twintig procent van de Duitsers die een vakantie naar Turkije had geboekt, die trip inmiddels heeft geannuleerd. ""De Duitsers zijn bang voor reacties in Turkije op de aanslagen van de rechtsradicalen.'' Het reisbureau is sinds maandag weer open. Maar net als de meeste Turken slaapt Yilmaz nog steeds slecht en haalt hij de kinderen zelf met de auto van school. ""Het is niet dat we voortdurend in doodsangst verkeren'', verklaart zijn vrouw, ""maar er is nog steeds een onderhuidse spanning. Je houdt de kinderen meer in het oog en als iemand te laat is voor een afspraak, denk je onmiddellijk het ergste.''

Yilmaz wordt in Solingen als een gentegreerde Turk beschouwd. Zijn reisbureau, zijn auto en zijn huis, evenals zijn modern ogende vrouw, geven hem een Westers voorkomen. ""Niemand schijnt te zien dat ik na twintig jaar mijn brood nog steeds bij een Turkse bakker haal en dat ik nog altijd geen varkensvlees eet. Dat is geen kwestie van culturele of ideologische of religieuze opvattingen, het heeft simpelweg met smaak te maken. Integratie betekent niet dat ik me moet vereenzelvigen met de Duitsers en hun gewoonten, hoe graag ze dat ook zouden willen. Integratie betekent dat we in verscheidenheid naast elkaar kunnen wonen. Een deel van de Duitsers gaat naar de kerk, terwijl een deel van de Turkse mannen soms een bezoek aan een moskee brengt en hun vrouwen en dochters een hoofddoek dragen.''

Wat hem angst inboezemt is het opkomend nationalisme onder jonge Turken. ""Ik stel dat op één lijn met het neo-nazisme onder Duitse jongeren. Het is beide verwerpelijk en ik kan me daar op geen enkele manier mee identificeren. Het probleem schuilt volgens mij veel meer in het feit dat de integratie van buitenlanders in Duitsland eigenlijk nooit van de grond is gekomen. Het is bij mooie woorden gebleven, maar na dertig jaar hebben wij bijvoorbeeld nog steeds geen stemrecht, waardoor we ook nu nog niets meer en niets minder dan een economische macht vertegenwoordigen. We worden met de vinger nagewezen als we gebruik maken van de werkloosheidsvoorzieningen of een beroep doen op de ziektewet. Men schijnt te zijn vergeten dat onze vaders hier 30 jaar geleden met bloemen werden ontvangen en dat ze al die jaren belastingen en premies hebben betaald, net als de Duitsers. Het wordt tijd dat we nu ook een politieke macht gaan vertegenwoordigen. Dat niet alleen de Turken zelf, maar ook de Duitse politici worden gedwongen zich met onze problemen bezig te houden, gewoon omdat we kiezers zijn.''

Ook de Turkse Volksvereniging in Solingen, een mengeling van democratische krachten, is wars van het Turks-nationalisme dat nu om zich heen grijpt. Volgens Ali Dôgan (31), werkzaam in het plaatselijke ziekenhuis, bevindt de Turkse bevolking in Duitsland zich op een kruispunt. ""De Turken die nu hun stem laten horen, zijn volledig in Duitsland opgegroeid. Turkije kennen zij alleen maar van vakanties. Maar als zij met hun klas een schoolreisje naar Frankrijk maken, moeten zij wel eerst een visum zien te krijgen. Dat is een ongelijkheid die steeds meer steekt.''

Deze generatie wijkt op nog een beduidend andere manier van de lijn van hun ouders af. Zij zijn vooral de laatste jaren meer en meer gaan investeren in Duitslnd. Het eigen huizenbezit onder Turken neemt toe, evenals de aankoop van winkels en andere panden waarin Turkse bedrijfjes zijn gevestigd, zo is de indruk in Solingen. Steeds meer Turken rijden al lang niet meer in overjarige auto's rond. De jaarlijkse tocht naar Turkije wordt in comfortabele transitbusjes en steeds nieuwere personenauto's afgelegd. Twaalf van de 89 taxi's die in Solingen rijden, zijn in bezit van Turkse eigenaars.

Bij de gemeente Solingen ligt inmiddels een aanvraag voor een islamitische begraafplaats. Want ook de traditie om het stoffelijk overschot naar Turkije te vervoeren om te worden bijgezet in het familiegraf, zal op den duur uitsterven. Niet iedereen heeft zo'n grootmoedige dochter als de beheerder van het gebouw van de Turkse volksverenigingen in Solingen. Zij bestudeert het gezicht van haar vader als hij naar Turkse muziek luistert. ""Je ogen lichten op'', zegt ze warm. ""Je moet wel heel veel van dat land houden. Maar pappa je moet aan de andere kant wel beseffen dat wij hier gelukkig zijn. Het enige wat ik je kan beloven is dat wij jaarlijks naar Turkije gaan om een roos op je graf te zetten.''

Dubbele nationaliteit

Voor de eerste generatie Turken in Solingen zijn het kiesrecht en de dubbele nationaliteit, waarover in Duitsland druk wordt gedebatteerd, slechts details. ""Met twee paspoorten op zak worden mijn zwarte haren nog niet blond en blijven mijn ogen bruin'', zegt Hasa Yildiz fel. Drieëntwintig jaar woont hij inmiddels in Duitsland. ""Als zij ons weg willen hebben dan moeten zij niet beginnen met ons te verbranden. De beste methode is dan om de door ons betaalde sociale premies terug te geven.'' Verder maakt hij zich kwaad over de verontschuldiging in de Duitse pers dat de jeugdige daders van de brandstichting in Solingen dronken waren toen zij hun aanslag uitvoerden. ""Waarom kiezen zij dan het huis uit van een Turk?''

Net als hun kinderen voelen de oudere mannen zich niet alleen door Duitsland maar ook door Turkije in de steek gelaten; ondanks de herhaalde oproepen van waarnemend premier Erdal Inüon in de afgelopen weken, dat zijn landgenoten in Duitsland recht hebben op juridische en politieke hervormingen. Vooral de opmerking van president Süleyman Demirel om zich toch vooral kalm te houden, is menigeen in het verkeerde keelgat geschoten. ""Terwijl zij zich in Ankara druk maken om wie Demirel als partijleider en premier gaat opvolgen, werden hier vijf Turken levend verbrand. Dat vraagt om een andere reactie dan de oproep om het hoofd koel te houden.''

Het afgebrande huis in de Untere Wernerstrabe ademt de sfeer van een bedevaartsoord. Bloemen liggen verspreid voor het huis, evenals speelgoed dat door kinderen is achtergelaten. Aan de gevels hangen spandoeken mat aanklachten tegen het neo-nazisme en de Turkse staat. Ondertussen wordt ook de brievenbus van de Turkse volksvereniging niet vergeten. Nog dagelijks glijden er brieven en kaarten naar binnen met opschriften en afbeeldingen die aangeven dat de aanslag op de familie Genç zeker niet de laatste gewelddadige uitwas van het neo-nazisme in Duitsland zal zijn. ""Turken'', zo luidt de aanhef van een in houterige blokletters geschreven dreigbrief, ""als jullie je weer wat veiliger voelen en jullie weer rustig slapen, dan slaan wij weer toe. Geen Turk is veilig in Duitsland.''

De oudere Turken in Solingen zijn geschokt door de brandstichting in de Untere Wernerstrabe. Tegelijk zien ze met lede ogen de reacties van hun kinderen aan. Het groeiend nationalisme onder de jonge Turken is net zo bedreigend als het neo-nazisme van hun Duitse leeftijdgenoten. Maar moeten de Duitse Turken dan afwachten? Moeten ze hun blik afwenden? "Onze eer als Turkse man is bezoedeld als wij ons terugtrekken in de veilige beschutting van ons moederland, in plaats van de veiligheid van onze vrouwen en kinderen hier in Duitsland te verdedigen.'