De eenzaamheid van milieuminister Hans Alders; Sigarerook, daar laat ik me niet door vermurwen

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne stelde eerder deze week vast dat zijn beleid op vrijwel geen enkel vlak toereikend is. Maar Hans Alders is niet ontevreden over zijn ministerschap. Een gesprek over het ontzag voor de burgemeester van Nijmegen, over de lessen van Geertsema, over prins Fahd, Al Gore en Elske ter Veld. Hoe "een ongewenst, maar wel lief' jongetje een politiek zondagskind werd en nu, tot zijn eigen verbazing, geldt als een nestor in de internationale milieupolitiek.

"Ik weet absolúút hoe ik me als minister moet gedragen', zegt Hans Alders. ""Ik twijfel daar niet meer aan. Maar ik kan mezelf niet veranderen. Sommige collega's zijn van nature een persoonlijkheid, een léider. Ik straal dat niet uit, mensen hebben zo'n idee niet van mij. Ik ben de jongste minister. Ik draag een bepaalde bril, een soort pakken. Daar schrijven de kranten over, dat hoort blijkbaar bij mij. Sommige mensen zie je in dit vak veranderen: sinds ze minister zijn, lopen ze anderen arrogant voorbij. Dat verdom ik. Met mij kun je gewoon een gesprek beginnen, ik ben Hans, net als vroeger.

""Ik heb een periode gehad dat ik dacht: háál ik het? Ik zat in de modder, het was ontzettend ingewikkeld. We hadden het nationaal milieubeleidsplan, in het regeerakkoord was daar een "plus' bovenop gelegd, we werkten er keihard aan en ineens sloeg de stemming om. Wat een onzin, die "plus', begin nou eerst 'ns met wat er ligt. Plotseling was iedereen vol scepsis.

""Het zweet brak me uit. Ook hier op het ministerie voelde je dat mensen dachten: we moeten nog zien of-ie 't redt. Het leidde tot rare dingen. Melkert (PvdA-Kamerlid, red.) zei iets over de vervanging van ministers en al noemde hij mij niet, zo werd het wel genterpreteerd. Ik werd op mijn nieren geproefd. Ik heb in die dagen diep, heel diep in mezelf moeten graven. Ik was ongelófelijk eenzaam.''

Uiteindelijk is het met minister van milieu Hans Alders toch nog goed gekomen. Graag vertelt hij over het mestakkoord dat hij met de boerenorganisaties bereikte, over convenanten die hij afsloot aangaande verpakkingen en de chemische industrie, over succesvol SO-beleid, over de geslaagde terugdringing van CFK's.

In die gevallen spreekt de minister staccato en bedient hij zich slechts spaarzaam van zijn kenmerkende, geroutineerd-nerveuze kuchje. Dan stapelen de vaktermen zich op en wordt duidelijk dat het met Hans Alders anders is afgelopen dan drieëneenhalf jaar geleden nog de bedoeling was. De ambitieuze allesweter uit de PvdA-fractie, het handige ventje dat een kleine tien jaar geleden door Joop den Uyl zelf werd getipt als zijn opvolger, zou als jongste minister niet slechts de belangenbehartiger van zijn departement worden. Bij Hans Alders lag de lat hoger, hij zou een boegbeeld van de PvdA in dit kabinet zijn. Een klassieke sociaal-democraat met gevoel voor het moderne leven. Een jongen voor op de posters bij de volgende verkiezingscampagne.

Maar Hans Alders is uitgegroeid tot niet meer dan een vakminister, en ook dat is nog lastig genoeg. Zijn liberale voorgangers Winsemius en Nijpels mogen er achtereenvolgens in zijn geslaagd "het milieu' op de politieke agenda te krijgen en er een eerste proeve van nieuw beleid op los te laten, bij de uitvoering van dat beleid werden de grenzen snel zichtbaar. Het tweede kabinet-Lubbers viel erover toen Nijpels' eigen partij niet bereid bleek een liberaal stokpaardje, het reiskostenforfait, op te geven om het nieuwe milieubeleid te betalen. Tijdens het derde kabinet-Lubbers, toch al geconfronteerd met een tegenvallende economische ontwikkeling, deed een dergelijke stijlfiguur zich eveneens menigmaal voor, al bleven dezelfde dramatische gevolgen uit. Onlangs zei Alders dat hem in de ministerraad regelmatig een gevoel van eenzaamheid overvalt wanneer hij zijn collega's confronteert met de kosten en andere consequenties van het afgesproken milieubeleid. En intussen werd hij overspoeld met een stortvloed aan raillerende publiciteit over zijn bril, zijn kapsel, zijn kleding, als ook zijn uitspraken over de invoering van een tachograaf in personenauto's en het gedeeld gebruik van een wasautomaat. Het "politieke zondagskind', zoals hij aanvankelijk beschouwd werd, stokte in zijn ontwikkeling. Het was niet de eerste keer in zijn leven.

""Ik heb nooit een school afgemaakt. Mijn vader werkte over om mijn studie te betalen, maar een diploma heeft het niet opgeleverd. Niet op het lyceum en niet op de detailhandelschool. Het heeft me lange tijd het gevoel gegeven dat ik een achterstand had. Ik heb veel in moeten halen. Toen ik minister werd, moest ik op talencursus.

""Ik kom uit een gewoon arbeidersgezin in Nijmegen. In de wijk draaide alles om de zeepfabriek, waar mijn vader werkte. We waren een gezin van twee kinderen, ik was een nakomertje - een "ongelukje'. Mijn moeder was bijna 43. Ze zei altijd: "Je was ongewenst, maar wel lief.'

""We hadden het niet breed. Mijn vader, de jongste uit een gezin van vijftien kinderen, was zeepproever. In de fabriek testte hij een stuk zeep op smaak door het op zijn tong te leggen. De hele wijk stond in het teken van de zeepfabriek. Soms werden we 's ochtends wakker en zag alles wit. Dan moest je even kijken wat het was: zeep of sneeuw. En het gebeurde dat de straten vol lagen met zeepsop. Hele bergen had je soms. Dat kwam uit de rioleringsputten omhoog.''

Hoe kwam de zoon van een zeepproever op het lyceum terecht?

""Ik ging in de wijk naar school. Er was een bovenmeester die zei: deze jongen moet niet hier blijven, hij moet hogerop. Zo werd ik naar het lyceum gestuurd, en ontmoette heel andere kinderen dan ik gewend was. Het was er heel streng. Per vak stond aangegeven op welke plaats in rangorde je stond. Die school was zó'n verandering in mijn leven - het werd geen succes. Als er een vlieg in de klas was, werd ik al afgeleid.

""De diagnose was dat ik weliswaar in van alles zeer genteresseerd was, maar te weinig in de onderwerpen van de lessen. Ik was overijverig, ik kon het ook allemaal wel volgen, maar men wilde mij te veel beheersen. Ik vond het een ongelofelijke drijverij. Alles moest volgens strakke regels, ik kon daar niet aan voldoen. Na twee jaar ben ik er afgegaan. Pas vele jaren later is tot me doorgedrongen welke kansen ik toen heb laten liggen.

""Ik ging naar de detailhandelschool. Men dacht dat het goed was mij 'ns iets met mijn handen te laten doen. Zo kon ik mijn energie beter kwijt. Het was de periode van de opkomst van de leerlingenraden. Dat liep bij ons uit op een verbitterde strijd tussen de directeur en een aantal leerlingen, onder wie ikzelf. Nijmegen verkeerde in die tijd, eind jaren zestig, in een overgang: een traditioneel katholieke stad met steeds meer mensen die "rood' werden. Vooral de universiteit had een enorme uitstraling op ons. Wij keken tegen de studenten op, namen hun opstandigheid over. Wij organiseerden schoolstakingen, stelden ons te weer tegen de autoritaire directie. Het liep uit op een soort permanente oorlog, waardoor ik ook die school niet heb afgemaakt. In het laatste jaar ben ik er afgeschopt.

""Ik kwam terecht bij een uitzendbureau, dat me plaatste op de administratie van een ziekenhuis. Ik maakte de rekeningen voor de patiënten, hield de salarisadministratie bij - op zo'n grote Bull-computer waarmee ponskaartjes werden gemaakt. Het gebeurde dat ik een nacht lang doorwerkte om de salarissen uit de computer te krijgen, dan ontdekte ik een verschil van vijf gulden en kon ik opnieuw beginnen. Ik had er plezier in te zoeken naar dat ene foutje.''

Het lidmaatschap van de PvdA, op 19-jarige leeftijd, was het indirecte gevolg van de wijze waarop zijn vader de WAO in werd gewerkt. In de wijk werden ""hele generaties die zich het leplazerus hadden gewerkt uit de zeepfabriek gegooid''. De radicale PvdA van het begin van de jaren zeventig paste bij Hans Alders. Op zijn 25ste trad hij als ambtelijk secretaris in dienst van de Nijmeegse raadsfractie en binnen de kortste keren was hij er de spin in het web. Vele andere partijfuncties volgden totdat hij in 1982, 29 jaar oud, lid werd van de Tweede Kamer.

Was u verbaasd dat u zo gemakkelijk carrière maakte?

""O, ja! Ik wist niet eens dat het überhaupt kòn. Ik, met mijn achtergrond, werd ineens een soort politiek zondagskind. Alles liep op rolletjes. Maar het was wel heel hard werken, vergeet dat niet. Het zweet liep menigmaal over m'n rug als ik zo onbewogen mogelijk mijn verhalen hield.''

Hebt u dat nu nog?

""Dat gebeurt nog steeds, ja. Ik zat in het presidium van de VN-milieuconferentie in Rio, ik zag daar mensen uit 175 landen met naambordjes voor me en dacht: hoe gaat dit, hoe doe ik dit, hoe red ik me hier uit? Ik ken de VN-reglementen niet uit mijn hoofd. In het begin waren er mannetjes die een bordje omhoog staken, dat betekende "punt van orde', maar wist ik veel?

Ik moest een keer de Algemene Vergadering van de VN toespreken. Die zaal kende ik alleen van de televisie - van Chroesjtsjov die met een schoen op tafel sloeg. Nou, daar zat ik dan, achterin, dus om bij het spreekgestoelte te komen moest ik dwars door die hele zaal lopen. En toen dat gestoelte op. Ik kan het wel, ik krijg niet de bibbers in mijn stem als ik daar dan spreek, maar ik kan ook niet zeggen dat ik het als de gewoonste zaak van de wereld ervaar.''

U werkt met mensen, neem uw collega Andriessen van Economische Zaken, die gezien hun achtergrond de vanzelfsprekendheid van de macht personifiëren. Merkt u het verschil?

""Zeker, zeker. Ik kom in dit beroep mensen tegen waarvan het afstráált. Dat je denkt: dàt is hem nou. Maar ik twijfel dan altijd tussen bewondering en verwondering.''

Kijkt u tegen zulke mensen op?

""Dat breekt langzamerhand af. Toen ik in Nijmegen begon had je burgemeester De Graaf, een schitterende man, die lange tijd bestuursambtenaar in Indië was geweest. Ik werd door hem ontvangen in het historische stadhuis van Nijmegen, zijn bode begeleidde mij door de hal, die droeg witte handschoenen. De deur sloeg open en daar stond de burgemeester, in zijn krijtstrepen pak, met de pink op zijn bureau. Hij verzette geen stap, hij staarde me aan, ik liep op hem af en haast mechanisch stak hij zijn hand naar voren. Dàt was dus de ware macht. Het maakte diepe indruk op mij.

""In de provincie Gelderland, waar ik in de staten zat, had ik net zoiets met Geertsema, toen commissaris van de koningin. Prachtige man, onzettend veel plezier mee gehad, veel van geleerd. Maar ook bij hem dacht ik in het begin: moet je zien, dat is hem nou, meneer Géértsema. En nu ben ik hier minister en word ik voorgesteld aan George Bush en Al Gore. Ik heb met Gore, een heel interessante vent, in New York onderhandeld over Rio - hij was toen nog lid van de Senaat - maar dat gaat dan eigenlijk hetzelfde als met anderen. Dan praat je ook tegen mekaar aan van: als we dit voorstel op die manier inbrengen halen we op dat-en-dat punt Bush onderuit. Dan blijkt het verschil met de gemeentepolitiek van Nijmegen heel gering.

""Het vreemde verschijnsel doet zich nu voor dat ik tot de nestors van de internationale milieupolitiek behoor. Een heel bijzondere ervaring voor mij, zeker op deze leeftijd. In de EG zit één collega langer, de anderen zijn twee-, driemaal gewisseld. En dan heb ik het nog niet over Centraal-Europa. Daar is het tempo van wisselingen absoluut niet meer bij te houden. Daarom wordt voor de continuteit van het internationale beleid een beroep gedaan op het steeds kleinere groepje dat al langer meeloopt. Zodoende speel ik heel vaak een bemiddelende rol.''

In de Kamer was u ook vaak bemiddelaar. Waarom bent u daar goed in?

""Het zit voor een belangrijk deel in mijn honger naar kennis. En ik ga vrij makkelijk met mensen om. Of dat nu prins Fahd uit Saoedi-Arabië is - die mij op elke conferentie ter wereld onderhoudt over het idiote idee van een energieheffing -, of zijn collega uit Maleisië - die er graag op wijst dat wij ons met hun bossen bemoeien, maar anderzijds zelf nauwelijks bossen aanplanten -, ik praat makkelijk met die mensen. En onze kring is klein, we zijn een soort rondreizend circus, we ontmoeten elkaar om de haverklap. Dus op den duur heb ik aan een paar woorden genoeg om problemen tussen collega's te overbruggen.''

Hoe doet u dat?

""Neem Rio. De Amerikanen zaten daar met een probleem. Aan de ene kant was ik vertegenwoordiger van Nederland, te extreem in hun ogen. Aan de andere kant weet ik wèl waar ik het over heb, en ben ik door mijn Nederlandse afkomst in staat problemen met de Derde Wereld te overbruggen, terwijl ik tegelijk oog heb voor specifieke Amerikaanse belangen. Dus de eerste dag gebeurde er iets geks: ik werd lid van het presidium. En met succes. Door te praten, mensen op te zoeken, vergaderingen te schorsen, na afloop nog eens te praten - en soms door te zeggen: dit gaat echt niet, ga maar terug naar Washington, naar het Witte Huis, vraag om nieuwe instructies.

""Ik krijg niet de indruk dat men in Nederland weet dat ik internationaal zoveel doe. Het hoort ook een beetje bij ons land: een Hollander die de grens passeert krijgt nu eenmaal meer complimenten dan thuis.''

Waarom?

""Ik lees in de NRC over een bezoek dat Kok aan Gore brengt. De kop: "Gore complimenteert Kok met Nederlands milieubeleid'. Dan denk ik: in de Verenigde Staten zien ze het wèl, dus dat zal bij ons het wantrouwen wel versterken. Er wordt in het buitenland op milieugebied enorm naar Nederland gekeken. Heel veel landen willen met ons samenwerken, er is grote belangstelling voor onze doelstellingen, waarover men zegt: Waarom doen jullie dit jezelf in godsnaam aan? Is dit haalbaar?''

Geeft u ook wel eens toe dat sommige doelstellingen onhaalbaar zijn?

""O, zeker. En ik zeg de buitenlandse collega's ook nogal eens dat ze daar zelf mede de oorzaak van zijn. Daarom gebeurt het vaak dat we hier op het ministerie zeggen: we wachten niet meer op het buitenland, we beginnen maar vast.''

En dan stuit u op collega's in het kabinet die zeggen: interessant, zo'n energieheffing alleen in Nederland, maar toch maar even niet. U botste ook met Kok. Wat ging er mis?

""Kok denkt niet altijd: als Alders het zegt, moet het wel zo zijn. Ook de PvdA-fractie wilde die heffing eerst internationaal regelen voordat je haar nationaal invoert. De enige minister van financiën in Europa die zich het vuur uit de sloffen loopt voor de energieheffing is Kok. Maar het is duidelijk dat hij aarzelingen heeft om haar eenzijdig in Nederland in te voeren. Die heb ik ook. Ik zou het pas in Nederland doen als ik zeker wist dat ik daarmee het vliegwiel in werking krijg waardoor het ook internationaal van de grond komt.''

Dat moment was voor u een paar jaar geleden aangebroken. En toen al stond uw partijleider op de rem.

""Ik haalde het dus niet in de ministerraad. Daar hadden de collega's ook hun argumenten voor. Ik moet met alle ministers, partijgenoot of niet, van tijd tot tijd in de slag. Het milieubelang kent geen vanzelfsprekendheden. Ik onderhandel over zaken die al vijftig tot honderd jaar gewoon zijn. Ik heb wat dat betreft net zoveel te stellen met de minister van financiën als met de minister van economische zaken. Andriessen heeft me op zijn kamer ook wel eens in de rook gezet, met zo'n dikke sigaar van hem. Maar dat zijn geen methodes die mij vermurwen.''

Veel PvdA'ers zeggen dat u en Kok vroeger een veel hechtere tandem vormden.

""Maar dat heeft een andere achtergrond. Kok kwam in 1986 in de Kamer en werd meteen fractievoorzitter. Ik was secretaris van de fractie en werkte heel nauw met hem samen, ook omdat een groot aantal zaken nieuw voor hem was. We werkten toen nog in het oude Kamergebouw, waar iedere nieuwkomer moeilijk de weg kon vinden - en ik wees Wim de weg in de pikorde van de partij. Zulke dingen. Tijdens de verkiezingsstrijd van 1989 deed ik zijn campagne om te voorkomen dat de traditionele PvdA-strijd tussen Amsterdam en Den Haag zou uitbreken. We werkten elke dag samen. Dat is niet meer zo. Ik bèn zijn secretaris niet meer. Dan zeggen mensen: en ze zijn het soms ook nog oneens, dus er is iets met die twee. Maar welnee!''

Maar steunt hij u altijd voldoende? Paul Kalma, partij-ideoloog en lid van de commissie die het nieuwe verkiezingsprogramma maakt, noemde het in de Volkskrant "verbazend' dat in de laatste Voorjaarsnota de financiële logica domineert. "Opnieuw wordt duidelijk', schreef hij, "hoezeer minister Alders ingeklemd zit tussen collega's die, als het erop aankomt, wel wat anders aan hun hoofd hebben.'

""Een voorjaarsnota gaat nu eenmaal over geld. Over bezuinigingen. Nu hoop ik dat Kalma kan tellen, want bij al die bezuinigingsplannen is het mij nogal opgevallen dat de minister van milieu daarin niet wordt genoemd. Ik heb er dus ook héél veel aan moeten doen om te voorkomen dat ik genoemd werd. Iedereen kan nu de thema's noemen waarop fors is gesnoeid. Op het milieu niet.''

Kalma wees hierop: Lubbers presenteerde de "soberste begroting sinds de Tweede Wereldoorlog' en een week later stemde hij vrolijk in met de uitbreiding van Schiphol. "Onder het wel zeer ongeloofwaardige motto: meer vliegbewegingen, minder milieuvervuiling.'

""De uitbreiding van Schiphol valt onder de plafonds die in ons beleid zijn beschreven. Daar staat een maximale SO-uitstoot voor het jaar 2000 in. Dus als de uitstoot van SOrond Schiphol groeit, moet die uitstoot ergens anders kleiner worden. Het is een soort milieugebruiksruimte die we niet mogen overschrijden. Daarnaast kun je op de luchthaven zelf een aantal dingen doen aan het geluid, de veiligheid en de lokale verontreiniging van de lucht. En als je vindt dat er minder moet worden gevlogen, is er een Hoge-Snelheidsspoorlijn nodig.''

Vindt u dit zelf geloofwaardig?

""Het is een moeizame discussie, dat weet ik ook wel. Ook de Betuwelijn is een goed voorbeeld van die ogenschijnlijke tegenstelling in het beleid. Collega Maij en ik hebben het tracé meter voor meter afgelegd - in het busje, uit het busje - om alle knelpunten te bekijken. We hebben besloten de lijn zoveel mogelijk naast de A15 te leggen. Er zullen daar extra geluidwerende maatregelen komen. Maar we hebben in dit land nu eenmaal gekozen voor meer openbaar vervoer en minder verkeer op de weg. Daar zijn investeringen voor nodig: de Betuwelijn, de Hoge-Snelheidslijn, de Noord-Zuidmetrolijn in Amsterdam, binnenstedelijke openbaar vervoer-netten. Hoe moet ik er anders voor zorgen dat mensen niet in de auto naar het winkelcentrum van twee straten verderop gaan?''

Uw partij verkeert andermaal in grote problemen. Hoe kan het dat er voor de PvdA momenteel maar één uitweg is: verder het moeras in?

""Het ging al niet geweldig, en het vertrek van Elske kun je onmogelijk zien als een nieuwe stap voorwaarts. Het zal de discussie over het leiderschap van Kok intensiveren. Is hij de juiste man op de juiste plaats? Ik zeg dan altijd: denk je dat het beter gaat als we morgen een nieuwe leider hebben? We hebben als partij natuurlijk fouten gemaakt, Kok ook. Ik prijs hem niet de hemel in. Binnenskamers zijn soms harde woorden gevallen.

""Ik vind het terecht dat Elske is gegaan. Het hing al een tijdje in de lucht. Ik ken alle betrokkenen als mijn broekzak - Elske, Thijs en Wim - en eerlijk is eerlijk, hoe tragisch ik het ook voor Elske vind: het ging niet meer. Ieder redelijk overleg werd onmogelijk. Ze kon heel goed onze achterban in volle, zweterige zalen toespreken: petje àf. Maar de steeds terugkerende stoornissen in het overleg met de fractie, die al jaren duurden, dat kon zo niet langer. En dat is dan op een gegeven moment een politiek feit. Waar zij consequenties aan heeft verbonden. ''

Toch blijft de vraag: waarom overkomt de PvdA steeds dit soort drama?

""Het was fout van Elske dat ze eerst met haar bijstandsmaatregel voor jongeren kwam en pas een paar dagen daarna de achterliggende gedachte ging uitleggen. Je ziet dat zoiets meteen terugslaat op de PvdA. Maar het was natuurlijk geen incident. Het formuleren van een andere verzorgingsstaat roept bij ons permanent spanningen op. Kijk naar de WAO-discussie. In het weekeinde voordat daar een beslissing over werd genomen, zeiden wij dat we niet aan de WAO zouden komen. Hoe kon dat gebeuren? Dat kon omdat mensen worden verscheurd door dit soort vraagstukken. Mensen die vroeger heel actief waren in de bonden (Kok en Ter Veld hebben beiden een FNV-verleden, red.), ervaren de grootst mogelijke moeite met zulke beslissingen. Dat stralen ze uit.

""Zelf kijk ik wel eens met verwondering naar de onderhandelingen van vakbonden. Nadat ze wekenlang vijf procent hebben geëist, gaan ze op een goede morgen akkoord met anderhalf procent. En dat weten ze dan nog te presenteren als een succes ook. Daar kun je als PvdA-politicus jaloers op zijn. Want de politiek werkt niet zo. Wij moeten helderheid bieden.''

De PvdA kan toch moeilijk de verkiezingen in met de leus "Kok minister-president'.

""Je kunt in Nederland geen campagne voeren als je niet naar het hoogst haalbare streeft: regeren. We zetten gewoon Kok in, al zal het gezien de huidige situatie inderdaad moeilijk zijn zo'n leus te hanteren. Maar de PvdA kan in een volgend kabinet doorregeren. Dat is geen masochisme. We hebben het regeerakkoord uitgevoerd, dat het congres unaniem een goede vertaling van het verkiezingsprogramma noemde. Dat moet je meewegen. Het is niet zo dat in het kabinet een stel klunzen zit die het allemaal fout doen. Integendeel, kijk maar naar het onderwijs en de gezondheidszorg.''

En uzelf?

""Ik ben niet ontevreden. Ik heb geleerd dat je sommige goede gedachten beter niet uit kunt spreken. Die opmerking indertijd over de tachograaf had ik niet moeten maken. Daardoor moest ik te veel tijd stoppen in oninteressante zaken. Dat geldt niet voor die uitspraak over wasmachines. Daar was niets mis mee, daar ben ik gewoon mee vernacheld. Een journalist die er niet bij was, schreef dat ik vind dat je de was beter naar de buren kunt brengen. Dat had ik niet gezegd. Ik kan me tegen dit soort dingen niet wapenen. Een minister van milieu loopt per definitie risico's, en waarschijnlijk heeft het ook met mijzelf te maken. Wellicht roep ik door mijn persoonlijkheid dit soort publiciteit op. Het verzwakt mijn positie, maar uiteindelijk is het ook zo dat kranten de volgende dag worden gebruikt om er de vis in te verpakken.''

U wilt terug in een volgend kabinet, het liefst op deze post. Denkt u dat Felix Rottenberg het met u ziet zitten?

""Dat denk ik wel, ja.''

    • Tom-Jan Meeus
    • Gretha Pama