C of E

Heel vroeg in de ochtend - het is dat het bij ons een uur later is, anders zou ik het nooit horen - zendt BBC Radio Four Prayer for the Day uit. Dit zijn speciaal voor de gelegenheid geschreven gebeden en sommige ervan zijn voor mijn brein, zwemmend tussen golven van slaap, nogal onthutsend. ""Lord'', hoorde ik op een ochtend een keurige stem op redelijke toon vragen, ""Lord, help ons onze diepere vervulling te vinden in onze intieme relaties.''

Er is veel veranderd in de Church of England sinds ik er het laatst lidmaat van was; dat was in mijn tijd niet iets waar wij de Almachtige om verzochten. Noch spraken dominees Hem aan als de ene sociale werker de andere. Ze gaven meer de voorkeur aan de boetvaardige intonatie: ""O Lord God, who hast justly humbled us by thy late plague of immoderate rain and waters, and in thy mercy hast relieved and comforted our souls by this seasonable and blessed change of weather...''

Ongetwijfeld wordt het tegenwoordig als achterhaald beschouwd Hem te vragen onze vijanden te verstrooien of de godslasteraars neder te vellen, maar gelukkig herstelt Radio Four wat later in de ochtend het evenwicht, met Thought for the Day. Dat is een vijf minuten durend praatje, heel eerlijk verdeeld over alle beschikbare denominaties (het best zijn de rabbijnen, die vertellen moppen); hoewel er in de kerken dramatische veranderingen hebben plaatsgevonden, zo blijkt daaruit, is de preek zelf nog steeds zoals in mijn kinderjaren. ""Toen ik eten kocht voor de kat in de supermarkt vorige week'', beginnen zij met de stem van iemand die er eens gezellig voor op zijn praatstoel is gaan zitten, ""werd ik herinnerd aan die prachtige regels uit Numeri XI:21: "Ik zal hun vleesch geven, en zij zullen eene geheele maand eten',''

Alles bij elkaar heb ik ontelbare preken uitgezeten, niet alleen in de kerk met mijn ouders, maar ook op school. Zelfs als we met vakantie waren zochten we uit waar de dichtstbijzijnde kerk was; het was tijdens een preek in een stadje in Norfolk dat mijn moeder (thuis, bij onze eigen dominee, zou zij dat nooit hebben gedaan) mij een aantal stille spelletjes leerde die je met je vingers kan spelen. Een ervan ging, fluisterend, passend genoeg van: ""Here is the church, here is the steeple, open the doors and here are the people; here is the parson going upstairs, here is the parson saying his prayers.''

Tot de leeftijd van een jaar of acht hoefde ik niet te blijven voor de preek; mijn moeder bracht me dan naar huis. Niet tot daar een eind aan kwam besefte ik hoe bevoorrecht ik was geweest - ik denk dat mijn moeder het ook betreurde - en voor mij doemde het sombere vooruitzicht op dat ik er voor de rest van mijn leven elke zondag een zou moeten aanhoren. Pogingen om boeken mee te smokkelen vermomd als Bijbels werden streng aangepakt: de enige toevlucht was the Book of Common Prayer - het standaard Gebedenboek van de Anglicaanse kerk.

Het bevat allerlei interessante lectuur, zoals "Tables and Rules for the Moveable and Immoveable Feasts, together with the Vigils, Fasts and Days of Abstinence through the Whole Year', en mijn Gebedenboek valt nog steeds vanzelf open op de Tabel om Paasdag te berekenen; je moest eerst het Gouden Getal voor het jaar vinden (""To find the Golden Number, or Prime, add One to the Year of our Lord, and then divide by 19; the Remainder, if any, is the Golden Number''); maar als er geen rest is (""if nothing remaineth''), dan is 19 het Gouden Getal. Daarna kwam de Zondagsletter (""add to the Year of our Lord its Fourth Part, omitting Fractions, and also the Number 6: Divide the Sum by 7; and if there is no Remainder, then A is the Sunday Letter: But if any Number remaineth, then the Letter standing against that number in the small annexed Table, is the Sunday letter''); vervolgens moest je deze combinatie, het getal en de letter, opzoeken in weer een andere tabel.

Deze melange van bijbelse taal en hoofdrekenen was onweerstaanbaar; dat is het voor mij nog steeds: het Gouden Getal van volgend jaar is 19: deel 1994 + 1 door 19 en, O wonder boven wonder, nothing remaineth. De kunst was het uit te rekenen zonder potlood of papier en het moeilijkste deel was onthouden wat het Vierde Deel van het Jaar onzes Heren was.

Een van de eerste preken die ik ooit gehoord heb heeft een diepe indruk bij mij achtergelaten. ""Terwijl ik op straat wandelde'', begon de vicar (predikant), ""keek ik op en zag een tafelspiegel met de achterzijde naar het raam staan. En ik dacht, die spiegel neemt het licht weg dat door het raam naar binnen schijnt. Is dat niet precies wat velen van ons doen met ons leven? Het Licht Gods afschermen door onze kaptafelspiegels voor ons raam te plaatsen? We kijken er in en zien onszelf inplaats van God.'' Het was een vruchtbaar thema, wonderwel leidend tot herkauwwingen over het licht onder de korenmaat en het zien door eenen spiegel in een duistere rede, en het trof me met alle kracht van de eerste metafoor in mijn leven. Alleen, zoals kinderen doen, nam ik het nogal letterlijk en was jarenlang niet in staat door een straat te lopen zonder omhoog te kijken naar slaapkamerramen om achterkanten van spiegels te zien. Ik placht ze zelfs te tellen; het was het godvruchtige equivalent van train-spotting.

Godsdienstiger dan dat ben ik nooit geworden; de Church of England neigt niet bepaald naar fanatisme, hetgeen het verlaten ervan, na een relatief kort verblijf, tamelijk pijnloos maakt. Het is bovendien een organisatie met een opmerkelijk aanpassingsvermogen. De dichtstbijzijnde kerk vanuit mijn school, welker vicar ook voorging bij de diensten op school (niet Morning Chapel, dat deed de headmistress, gehuld in haar universitaire toga), was hoewel officieel C of E in feite met sneltreinvaart op weg naar Rome: de vicar droeg altijd een soutane, liet zichzelf Father noemen en had een paar wierookzwaaiende acolieten. Dat was nu Anglo-katholicisme van het zuiverste water, met biecht en celibaat, een typisch Engels compromis: noch het een, noch het ander, geen vleesch en geen visch.

Je moet Barbara Pym lezen, of kardinaal Newman, om er iets van te begrijpen; het enige dat ons er in die tijd van opviel was dat hun diensten stukken leuker waren dan de onze. Mijn ouders, grootgebracht in de strengere school van de Church of Ireland, die als gevolg van plaatselijke omstandigheden zo ver van Rome afstaat als maar mogelijk is, vonden het niet goed zonder ooit uit te leggen waarom; zij plachten gekwelde maar eerbiedige gezichten te zetten als zij zo'n dienst moesten bijwonen.

Van de preken in die kerk is niets in mijn geheugen blijven hangen; wat ik me wel herinner is de sfeer in onze eigen parochiekerk. Het moet een zware opgave zijn elke week een preek te schrijven; in Engelse romans wemelt het van vicars die ermee worstelen, maar wij hadden er een die op zijn beste momenten het vermogen bezat de gehele gemeente in een staat van stille hysterie te brengen. De mensen durfden elkaar niet aan te kijken uit angst de slappe lach te krijgen en aan het eind van de dienst tuimelden we over elkaar in onze haast om de kerk uit te komen.

Iemand heeft eens gezegd dat "Evensong' (Vesper, R.K.: Lof) een van de mooiste woorden is van de Engelse taal (was het niet Westminster Abbey waar ze twee katten hadden, genaamd Mattins en Evensong?) en dat deze dienst zelf het allerbeste is dat de Church of England heeft te bieden. Kinderen kregen betrekkelijk weinig kans om de Evensong bij te wonen (""awkward time of the day''); de ochtendienst, Mattins, werd verondersteld meer ""voor de familie'' te zijn. Een voordeel van Evensong is alleen al dat er niet noodzakelijk een preek aan is verbonden. De gang naar Mattins (ochtenddienst) bracht altijd wilde tonelen van haast met zich mee: de kinderen bij elkaar zien te krijgen en elk een threepennymuntje te geven voor de collecte; dan kwam er een uur van monotoon gezang en slome responsoria. In romans worden meisjes verliefd op de curate (hulppedikant, kapelaan) of een koorknaap, maar geen van de door mij bezochte kerken bood een dergelijk soelaas; we wachtten alleen maar gelaten tot het voorbij was.

Als de preek lang duurde zaten de moeders op hete kolen bij de gedachte aan de roast beef die misschien lag aan te branden in de oven; ik herinner me de heerlijke geur die je in huis tegemoet kwam wanneer we dan eindelijk thuiskwamen. Dat thuiskomen was het beste van de hele kerkgang: na op zo manifeste manier je plicht te hebben vervuld veroorzaakte dat een onzegbaar gevoel van euforie. ""Pasen is volgend jaar op 29 maart!'' hoor ik mijzelf nog bij het binnenkomen aankondigen.

Nu woon ik vlak naast een kerk, een van de mooiste van Nederland, maar hoewel ik soms de aandrang voel naar de dienst te gaan is het daar nooit van gekomen. Het is daar uiteraard niet C of E, maar N.H., Nederlands Hervormd. Maar als ik 's zondags de klokken hoor luiden realiseer ik me dat er iets van de Church of England is dat ik mijn leven lang zal missen, en dat is het geluid van echte church bells luidend voor Evensong, het Engelse change-ringing, aangolvend over het landschap op een late zondagmiddag.