Boerjatië zoekt nieuwe Dzjingis Khan

De ten noorden van Mongolië gelegen republiek Boerjatië ontdekt na decennia van Sovjet-bestuur behalve de eigen soevereiniteit ook het boeddhisme.

OELAN OEDE, 12 JUNI. Het is weer tijd voor Dzjingis Khan. De lokale bestuurders van Boerjatië verschuilen zich nog achter het hoofd van Lenin dat de ingang van hun regeringsgebouw opsiert. Dat kan ook makkelijk. De buste van Vladimir Iljitsj in Oelan Oede is de grootste ter wereld. Maar in het bioscoopzaaltje van de Filarmonia - een tiental meter verderop aan het Overwinningsplein - voelen de Boerjatische nationalisten het tij wel degelijk keren. De Mongoolse film over Dzjingis Khan sleept zich daar weliswaar voort met de traagheid van een slak, maar het tempo interesseert hen minder dan de herosche boodschap. Mongolië heeft behoefte aan een man die kan verenigen, op moderne leest geschoeid, maar in liefde voor de traditie van paard en tent.

En dat de Boerjaten daarbij horen, dat is evident. Want in principe is er geen verschil tussen de Mongolen in de voormalige Sovjet-Unie en de Khalkham-Mongolen even over de grens. De mythe van Dzjingis Khan is het bindende element van alle volkeren die samen de Aziatische component van het Russische imperium vormen. Dat de Boerjaten zich pas medio zeventiende eeuw voor de Russen op de knieën hebben geworpen - dus een eeuw later dan het Tataarse khanaat in Kazan - is daarbij een afgeleid argument.

Boerjaten, Mongolen, Kalmukken en Tataren, allemaal horen ze daarom één te zijn in hun etnisch-historische beleving. Allemaal zijn ze namelijk verbonden met de glorieuze epoche van Dzjingis Khan, de nomadenvorst Temoetsjin die in de dertiende eeuw het eerste Euraziatische rijk heeft weten te vestigen waar zelfs het Rusland van vandaag nog steeds op teert.

Allemaal hebben ze niettemin hun eigenheid verloren door de gelijkschakeling der Sovjets, die de natuur heeft vernietigd, zoals in de vlakten rondom het Bajkalmeer, die de vrouw en man heeft onteerd door háár naar de fabriek te sturen en hèm aan de fles te helpen, en die de taal heeft verkracht; eerst door het Mongoolse schrift in 1931 in het Latijnse alfabet om te zetten en vervolgens in 1938 in het Cyrillische. Allemaal zijn ze nu derhalve op zoek naar volk en geloof.

Pag 5: Boerjatië voorlopig nog oase van rust

De zoektocht naar volk en geloof kan eventueel binnen de Russische staat gebeuren, vinden de activisten van de Boerjatisch-Mongoolse Volkspartij. Nu gaat het hen vooral nog om hun culturele identiteit. De Boerjaten maken in de republiek immers maar een kwart van de bevolking uit. Maar die loyaliteit jegens Moskou kan alleen intact blijven “als wij volledige soevereiniteit krijgen en als eindelijk de nationale belangen van het Boerjatisch-Mongoolse volk als kernvolk kunnen worden behartigd”, zegt Vladimir Chamoelajev, co-voorzitter van de in 1990 opgerichte partij.

Chamoelajev weet dat hij nooit een Dzjingis Khan zal worden. Hij noemt zich zelfs democraat. Maar als de Oekraëners in bewondering mogen omzien naar hun eigen kozakken-hetman Bogdan Chmelnitski en de Russen zich niet hoeven te generen voor tsaren als Peter de Grote en Catharina, hebben de Mongolen ook hun rechten. Want gaat het in Mongolië en China economisch niet veel beter dan in Rusland? Is het alleen al daarom niet gewenst om de betrekkingen met Oelan Bator veel nauwer aan te halen dan de huidige regering van apparatsjiks en bureaucraten via een consulaatje doet? Nee, als de Boerjatisch-Mongoolse Volkspartij de volgende verkiezingen wint, zal dat allemaal anders gaan.

Deze tegenstellingen tussen het Huis der Sovjets en de Filarmonia moeten vooralsnog niet overdreven worden. Vergeleken met de Kaukasus is Boerjatië een oase van rust. Boerjatië is immers Siberië en “Sibirjakken praten nu eenmaal niet veel, omdat het 's winters te koud is om je mond open te doen en er 's zomers te veel muggen zijn om je mond open te doen”, zoals premier Vladimir Saganov uitlegt.

De bestuurders zitten daarom nog stevig in hun zetels. Saganov zelf is daarvan het beste voorbeeld. Hij resideert al 25 jaar in de hoogste regionen van Boerjatië. Hij was tussen 1980 en 1990 zelfs even diplomaat in Noord-Korea. Toen hij van die missie terugkwam, werd Saganov meteen gevraagd om terug te keren als premier, wat hij tussen 1977 en 1980 (tijdens de gloriejaren van Leonid Brezjnev) ook al was geweest.

Zoals Saganov toen gen-sek Brezjnev steunde, steunt hij nu president Boris Jeltsin, “een democraat met een lange-termijnvisie” die bij het referendum met name door de Russische bevolking van Boerjatië in grotere meerderheid is gesteund dan twee jaar geleden bij de presidentsverkiezingen. “Ondanks de economische crisis en inflatie. Het volk luistert dus niet meer alleen naar zijn buik.”

Maar anders dan ten tijde van Brezjnev kan Saganov zijn Mongoolse afkomst niet meer zo verloochenen als bij het begin van zijn carrière. Daarom zegt hij: “Het volk voelt dat het na 75 jaar totalitair bewind reëel de baas is geworden. Vroeger hadden we kazerne-socialisme. Nu gaat het ons om vrije arbeid, vrije keuze en vrije concurrentie.” Dat is echter ook voor hem maar het halve verhaal. Want nog altijd is Boerjatië afhankelijk van het financiële commandosysteem in Moskou. De begroting is bijvoorbeeld voor vijftig procent afhankelijk van de goedgeefsheid van het "centrum' in Moskou. Dat moet veranderen. Daarom wil ook Saganov niet dat zijn republiek straks in de nieuwe grondwet op één lijn wordt gesteld met doodgewone districten, krajs (grensgebieden) en grote steden als Moskou en Sint-Petersburg. “Boerjatië heeft dan te weinig invloed. Alle bezit moet van ons zijn. Nu hangen we nog af van de quota van de leveranciers of de centrale regering. We zijn dus nog slechts halverwege.”

De tweede reden voor de relatieve rust is religieus van aard. De Mongolen horen tot de Tibetaanse stroming binnen het boeddhisme. Het boeddhisme is het hart van hun wereldbeschouwelijke identiteit. Maar het boeddhisme is geen strijdende extroverte kerk maar een contemplatieve introverte geloofsgemeenschap. Mede hierom zowel als om hun geringe kwantitatieve betekenis (700.000 in heel Rusland) hebben de boeddhisten de afgelopen driekwart eeuw net iets minder last gehad van de athestische campagnes van Stalin en Chroesjtsjov dan de moslims en christenen.

Na de breuk tussen Moskou en Peking begin jaren zestig heeft het Tibetaanse boeddhisme zelfs kunnen profiteren van de politieke betekenis die de Dalai Lama uit Tibet voor het anti-maostische front kon hebben. Onder meer daarom heeft de Dalai Lama al in 1982, ver voor de glasnost, een bezoek kunnen brengen aan de dotsan bij Ivolginsk (voorheen Stalin-kolchoze), hét klooster en "geestelijk centrum' der Russische boeddhisten in de buurt van Oelan Oede.

Vorig jaar is de Dalai Lama er weer op bezoek geweest, toen niet meer als politieke zet jegens China maar als gevolg van de afschaffing van het athesme. Het heeft de uitstraling van de dotsan enorm benvloed. Er komen meer en meer jonge mannen die lama (priester) willen worden en bij gastdocenten uit India of Tibet willen studeren. Ook het aantal gelovigen neemt hand over hand toe. Voor het eerst sinds mensenheugenis zijn de lama's in Boerjatië derhalve weer maatschappelijk van belang.

Ingenieur Tatjana: “De Dalai Lama is een vreselijk sterk mens. Maar ook de andere lama's zijn enorm krachtig. Ze kunnen hier alle ziekten zonder antibiotica genezen. Mijn kleinzoon woog zes kilo bij zijn geboorte. Mijn dochter kon een jaar niet lopen. Maar de lama heeft haar er met kruiden bovenop geholpen. Vroeger was ik communist en mocht ik niet in de dotsan komen. Nu kom ik een paar keer per week. Want hier vind je een diepere wijsheid.”

In deze toegenomen waardering voor het boeddhisme schuilen paradoxaal genoeg echter ook gevaren. Niet alleen de Mongoolse maar ook de Russische jeugd begint zich nu op het boeddhisme te storten. De Russische schilder Nikolaj Rerich (1874-1947), met zijn duizenden welhaast identieke landschappen uit de Himalaja ooit een underground hype van Sovjet-hippies en dissidenten die zich van de wereld wensten af te keren, is populairder dan ooit. Niet de boeken der lama's uit Ivolginsk worden door de Russen gelezen maar de simpelere werkjes van de de weduwe Rerich. En dat leidt volgens did chambo lama (waarnemend hogepriester) Dorzjizjab Marchajev tot verkeerde invloeden.

“Het boeddhisme is onder Europeanen mode aan het worden. Maar naar Aziatische maatstaven zijn dat geen boeddhisten. Het hedendaagse Europese boeddhisme is een beetje extravagant. Ze maken reclame voor het geloof, gedragen zich als sekten en hebben teveel aandacht voor het tantrisme”, voor seks kortom, als middel tot verering van de integrale Kosmos omdat de mens een microkosmos is. “We willen ons daartegen beschermen, onze rituelen behouden.”

Bovendien is de herleving van het boeddhisme zelfs voor Boerjaten niet altijd simpelweg te verzoenen met de nostalgie naar de daadkracht á la Dzjingis Khan. Voor deze meer seculiere Mongolen is het nieuwe zelfbewustzijn allereerst een manier om op gezette tijden af te rekenen met de Russische kolonisator. Zoals bijvoorbeeld blijkt als we op het station van Oelan Oede staan te wachten op de trein naar Zima. Igor, een in Boerjatië geboren en getogen Rus, staat daar op het perron een sigaret te roken. Edik, een jonge Boerjat, mengt zich in het gesprek. De loop van de conversatie bevalt hem niet. “Ik ben Boerjaat, jij maar een Rus. Jij moet je mond houden”, concludeert hij. Igor zwijgt beleeft. Hij zal pas later in hevig nostalgisch gescheld naar de goede oude tijd losbarsten. Edik is dan al lang en breed verdwenen.

    • Hubert Smeets