Ballroom voor bejaarden

“Een van de zustertjes krijgt een kind van haar vriend maar ze houdt niet van die man”, roddelt meneer Klijn (78) het laatste nieuws over de gang van huize Avondrood.

Het verzorgingshuis in de duinen van Terschelling wordt ingrijpend verbouwd. Klijn is een van de bewoners die tijdelijk is ondergebracht in een hotel omdat de kamers worden veranderd in appartementen. Dagelijks komt hij even kijken hoe de zaken ervoor staan. Mevrouw Van Rees (80) woont al in de nieuwbouw en zij is zichtbaar tevreden met de ruimte. De badkamer van twee bij drie vergelijkt zij met een “ballroom voor de rolstoelen”. Haar bed staat niet langer in de woonkamer maar in een aparte “suite”.

Huize Avondrood is een verzorgingshuis voor veertig bewoners. Het complex bevat ook "aanleunwoningen', "seniorwoningen', een psycho-geriatrische afdeling en een verpleeghuis. In totaal 96 plaatsen op een eilandbevolking van ongeveer 4.500 mensen. In het verzorgingshuis eten zij altijd samen, is er dag- en nacht-hulp en verpleging en wordt wekelijks een ouderenavond georganiseerd. Alleen als ze ziek zijn komen de bewoners van Avondrood nog van het eiland. “Maar dan liggen we ook sneller in het ziekenhuis dan menig Hollander”, vertelt mevrouw Van Rees trots, “bij ons komt namelijk de helikopter en die brengt je naar de wal.”

De mooiste reis van haar leven heeft zij gemaakt toen haar man met spoed naar het ziekenhuis in Leeuwarden werd gebracht en zij mocht meevliegen. De aanleiding was niet leuk maar de ervaring van het vliegen boven “de blokkendoos in een glinsterende zee” had zij nooit willen missen. Zij is een rasechte Terschellingse en daarom geniet zij van het verzorgingshuis: “Vroeger kwam je bij elkaar op bezoek en nu woon je met elkaar in hetzelfde huis.”

Meneer Klijn (“Zeg maar Foppe want dat is een mooie naam”) vindt dat juist een nadeel. Ook de ouderen kunnen elkaar soms niet uitstaan. “We kennen elkaar gewoon te goed. Er is veel haat en nijd, hoor. Soms lijkt het of er hier familievetes van veertig jaar geleden worden uitgevochten.” Een bejaardenhuis op het "vaste land' lijkt hem wel wat, omdat je dan wat meer afstand kunt nemen. Meneer Klijn werkte vroeger als kok in Avondrood en dat heeft hem wel geholpen een plaatsje te veroveren in het huis, denkt hij. “Ik kende de kamers van binnen en van buiten dus ik wist precies waar ik zelf wilde komen te wonen.” Zijn ogen “raakten op” en hij kon niet meer voor zichzelf zorgen. Maar hij wil geen blindestok want daar kijken de Terschellingers je op aan. “De eilanders zijn grof maar ik wil wel onder hen zijn - hier zit immers mijn familie.”

    • Margot Poll