ARLEEN AUGÉR 1939 - 1993; Engelachtige sopraan

De Amerikaanse sopraan Arleen Augér is donderdagavond op 53-jarige leeftijd in Leusden overleden aan een hersentumor. Arleen Augér woonde al geruime tijd in ons land en was bij het Nederlandse concertpubliek in het bijzonder geliefd door haar talrijke optredens bij het Koninklijk Concertgebouworkest waar zij sinds 1976 zong in uitvoeringen van de Matthäus Passion en de Johannes Passion van Bach. Maar ook trad zij bij het Concertgebouworkest op in Boulez' Pli selon pli, in Diepenbrocks Hymne an die Nacht en in de Achtste symfonie van Mahler waarmee Bernard Haitink in 1988 afscheid nam van Amsterdam.

Arleen Augér werd in 1939 geboren in Los Angeles, waar zij ook haar zangopleiding kreeg. In 1967 kwam zij naar Europa, waar zij werd geëngageerd door de Weense Staatsopera. Sindsdien maakte Augér een grote carrière, waarbij zij optrad in vele werelddelen.

Arleen Augér was bijzonder veelzijdig, ze zong in opera's en oratoria, was soliste in concertmuziek en gaf liederenrecitals. Voor een van haar laatste plaatopnamen - liederen van Hugo Wolf op gedichten van Goethe en Mörike, begeleid door Irwin Gage - kreeg zij eerder dit jaar in het Amsterdamse Concertgebouw nog een Edison uitgereikt. De jury loofde haar perfecte techniek, de helderheid van haar lenige stem en haar vermogen tot kleuren en nuanceren die van elk lied een miniatuur-theaterscène maakten.

Arleen Augér kon zingend acteren als weinig anderen, moeiteloos en in vele stijlen. Tijdens liederenrecitals, die zij ook regelmatig in Amsterdam gaf, verwende zij haar publiek met exquis en stil genot, waarbij het serieuze en het komische middels zang èn mimiek elkaar op prettige wijze en altijd met goede smaak afwisselden.

De zuivere stem van Arleen Augér bezat een zilveren klank die haar zingen een smetteloze, pure en engelachtige uitstraling gaf, herinnerend aan Jo Vincent. Haar bijna bovenaards etherische vertolking van de aria Aus Liebe will mein Heiland sterben - in 1991 voor het laatst - was immer het ontroerende hoogtepunt van de Amsterdamse Matthäus Passion.

In een interview in deze krant zei Arleen Augér daarover: “Ik ben blij dat het er gemakkelijk uitziet, ik werk erg hard aan mijn techniek, vrijwel elke dag. Als kind heb ik mijn oren getraind met vioolspelen. Ik voel me zeker niet engelachtig, maar bepaald ook niet duivels. Het heeft wel veel te maken met gevoelens, ik verdiep me in poëzie, filosofie en levensbeschouwing, ik ben op zoek naar de wezenlijke waarde van muziek. Dus in Aus Liebe zing ik niet alleen maar Bach, maar over veel waarin ik geloof, over liefde, over wat liefde in deze contekst betekent. De stem als instrument gaat van ziel tot ziel, dat geeft veel verantwoordelijkheid.”