Winst en verlies van De Ster

Uit de sinds 1986 bij de Amsterdamse Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekeningen blijkt dat de kernactiviteiten van de Stergroep gezond zijn.

De groep produceert "disposable en rotable' (circa twintig maal bruikbaar) serviesgoed, met name voor de luchtvaart, in een fabriek in België. Vanuit verkoopkantoren in Amsterdam en in het buitenland bedient zij ruim een derde van de wereldmarkt. In 1991 bedroeg de omzet 256 miljoen gulden. De exploitatieresultaten in 1990 en 1991 - 1992 is nog niet gedeponeerd - waren respectievelijk 9 en 8 procent: een mooi getal voor een produktiebedrijf. Maar zware netto rentelasten, die in dezelfde jaren opliepen tot 29 en 38 miljoen gulden, brachten de bedrijfsresultaten in de rode cijfers.

In 1986 maakte Ritman, president-directeur en eigenaar van de Ster, van zijn privé-verzamelingen boeken en kunst besloten vennootschappen. Hij bracht ze in in de Stergroep, als werkmaatschappijen van de houdstermaatschappij "Helios'. Ritman besteedde aan de uitbreiding van zijn verzamelingen elk jaar meer geld dan de netto winst van de groep bedroeg. Ondertussen kwamen ook de onderhoudslasten op rekening van de zaak en werd de aanzienlijke expansie van de Stergroep - tot 1991 steeg de omzet gedurig - gefinancierd met tegen hoge rente geleend kapitaal.

Zoals Het Financieele Dagblad op 10 april meldde, besloot ING Bank in de week daarvoor tot een ingreep. De Ster Holding BV is sinds 6 april niet langer in handen van Joost Ritman en zijn naaste familieleden, maar van de daags tevoren opgerichte stichting "De Storm'. Van de drie bestuurders van De Storm worden er twee aangewezen door de ING Bank en één door Ritman. Ofschoon niet onder curatele gesteld, is Ritman daarmee wél buiten spel gezet in zijn eigen onderneming. In dezelfde week zijn Ritman (en zijn zoon Michael) uitgetreden als directeuren van De Ster en benoemde de stichting een nieuwe directeur en een interim manager, die orde op zaken moeten stellen.

De ING bank had bij de Stergroep eind 1991 voor 270 miljoen gulden aan leningen uitstaan, met als onderpand aandelen van De Ster en aanverwante bv's, de Bibliotheca Philosophica Hermetica en Dutch Renaissance Art Amsterdam. Volgens een anonieme bron van Het Financieele Dagblad bleken de kunst- en boekencollecties bij een taxatie in opdracht van de bank op papier 300 miljoen waard te zijn, overigens ongeveer het bedrag waarvoor ze in de boeken stonden. Verondersteld werd dat de opbrengst bij een executieverkoop of een veiling echter niet meer dan dertig of veertig procent daarvan zou bedragen. In het jaarverslag van 1991 had Ritman er zelf nog expliciet op gewezen: "Realisability of the carrying value depends on the movements of the art market'.

De bank zag in dat het scheiden van de twee culturele werkmaatschappijen, die niets opleverden, aan de ene kant en de goed draaiende De Ster aan de andere kant het meeste profijtelijk was. Bij een faillisement zou de bank maar moeten afwachten of de opbrengst van de gestelde onderpanden genoeg zouden zijn om de schulden af te lossen. Bovendien zou ze de greep op het concern hebben verloren, omdat de rechter dan een curator zou aanstellen om het faillissement af te handelen. Ze vermeed tevens het publicitaire nadeel van een surséance van betaling, die de leveranciers kopschuw zou maken en daarmee het voortbestaan van het gezonde deel van het bedrijf in gevaar zou brengen.

Verwacht mag worden dat in de toekomst tenminste een deel van de collecties over een langere periode te gelde zal worden gemaakt ter aflossing van de schulden. Het lijkt hoe dan ook onwaarschijnlijk dat Ritman nog op oude voet zal kunnen aankopen nu de geldstroom uit De Ster voor hem is afgesneden.

De nieuwe directeur van De Ster, Johannes van Rooijen, bevestigt dat alle banden tussen de Stergroep en de vennootschappen waarin Ritmans verzamelingen zijn ondergracht, verbroken zijn. Ritman is niet langer eigenaar van de aandelen van De Ster. Op de vraag wat voor positie Ritman momenteel bij De Ster bekleedt, antwoordt Van Rooijen: 'Geen.' Volgens hem wordt op korte en middellange termijn, ofwel de komende vijf jaar, geen koper voor het bedrijf gezocht. Hoe de aflossing van de schulden na de reorganisatie is verdeeld over De Ster, de bibliotheek en de kunstcollectie wil hij niet meedelen.