Vrijdag 11; Gevelexpositie

Amsterdam herontdekt sinds verleden week opeens de Gouden Eeuw, alsof niet al eeuwen lang alles wat Amsterdam geliefd maakt in binnen- en buitenland juist vooral stamt uit de Gouden Eeuw: de hoofdgrachten, de bruggen, de variëteit aan gevels, het Koninklijk Paleis op de Dam, vroeger als stadhuis "het achtste wereldwonder'.

In het Rijksmuseum hangen schoongemaakte Rembrandts, kleurig als waren zij zojuist geschilderd. De Amsterdamse VVV is een wereldwijde actie begonnen om toeristen naar Amsterdam te halen: zie de Gouden Eeuw met eigen ogen. En langs de muur van het Marine-etablissement, om de hoek van het Scheepvaartmuseum, zijn twaalf topgevels tijdelijk herbouwd. Het zijn de bewaarde natuurstenen ornamenten van afgebroken grachtenpanden. Met veel passen, meten en metselkunst zijn ze gedrapeerd om houten stellages. Ze staan er tot eind oktober, dan worden ze nogmaals afgebroken.

Als expositie is het niet veel: soortgelijke gevelversieringen, voorzover niet afgebroken, staan al sinds eeuwen elke dag te kijk langs Amsterdamse grachten, straten, sloppen en stegen. Toegegeven: men kan de beeldhouwkunst nu van dichterbij bekijken. Maar de enige conclusie daarvan is dat men ook vroeger al vond dat wat is bedoeld om van veraf bekeken te worden niet al te fijnzinnig hoeft te worden gemaakt.

De bedoeling van de gevelexpositie is belangstelling te wekken voor deze keurig genummerde resten voormalige burgertrots en ze te behoeden voor een uitzichtloos verblijf in de bewaarplaats van de Gouden Eeuw. Wie een pandje wil bouwen aan een Amsterdamse gracht, kan er desgewenst gebruik van maken.

Wat zoiets oplevert kan men zien aan de overkant, aan het Kattenburgerplein. Daar staat een rij oude gevels, een jaar of dertig geleden gebouwd als façade van een blok studentenflats. De flats worden nu juist gerenoveerd, zodat men het vrije zicht heeft op het twintigste-eeuwse beton. Ook op de Nieuwe Herengracht kan men een rij zojuist fraai herbouwde gevels zien, ooit afgebroken voor de aanleg van de metro.

Men kan op principiële gronden twisten over de rechtvaardiging van dit soort restauratie. Moet het verleden in volle omvang en in de oude (de huidige of de vroegere) staat worden bewaard? Of mag elke tijd zijn eigen sporen nalaten in de wereldberoemde Amsterdamse zeventiende en achttiende eeuwse binnenstad, uniek in de wereld vanwege de omvang en het - relatief gezien - nog redelijk onaangetaste karakter daarvan?

Wat mij als Amsterdammer zo verbaast is dat het stadsbestuur daarop geen enkele visie toont. Eigenlijk mag bijna alles: oude gevels herbouwen maar ook nieuwe eigentijdse gevels, typisch Amsterdams verticaal geleed of juist niet. Een foeilelijk PTT-gebouw op de hoek van Spuistraat, Singel en Raadhuisstraat, vlak achter het Paleis. En aan het Amstelveld het Résidence complex, waarvoor een bouwvergunning werd verleend, terwijl even later gemeenteraad èn wethouder vinden dat het zó lelijk is dat dat nooit had mogen gebeuren. Goed, die VVV-actie: kom snel Amsterdam bekijken, voor de Gouden Eeuw geschiedenis is.