Toneelavond op tv met Dresselhuys en Kraaykamp

Hoog tijd, Ned.3, 20.23-22.00u.

Alleen wie de veertig reeds is gepasseerd, zal nog een flonkering in de ogen krijgen bij het woord toneelavond. Het betrof de vaste avond - jarenlang de donderdag - waarbij de omroep van dienst, meestal in samenwerking met een toneelgezelschap, rechtstreeks een in de studio nagespeeld toneelstuk uitzond. Vaak was dat een stuk dat reeds op het repertoire van dat gezelschap stond, soms ook was het speciaal voor de gelegenheid ingestudeerd. In elk geval gaf het de kijker de sindsdien nooit meer geëvenaarde mogelijkheid om thuis op de hoogte te blijven van wat er in die tijd in de Nederlandse theaters werd gespeeld, van Shaw tot Feydeau en van Arthur Miller tot Molière. Nu zijn theater en televisie gescheiden circuits die zelden meer tot samenwerking komen.

Iets van die oude toneelavond herleeft vanavond in de tv-uitzending van Hoog tijd, de recente succesvoorstelling met Mary Dresselhuys en John Kraaykamp - al betreft het ditmaal een vrije produktie en al is er dan ook publiek in de studio aanwezig. Maar hier wordt onmiskenbaar, net als vroeger, toneel gespeeld, door een comédienne die haar vak decennia lang in boulevardstukken heeft kunnen verfijnen, en door een komiek die het zijne op het biljart heeft geleerd. Ze zijn elkaars ideale aangevers in een behendig speelstuk van de Amerikaanse auteur Tom Cole, over één etmaal in het gesoleerde bestaan van een oud echtpaar. Door korte zinnen en puntige dialoogjes schetst Cole de contouren van een leven dat al een beetje begint weg te zweven naar de dood. En hij bezwijkt, godlof, niet voor de verleiding om het over de sentimenteel-vertederende boeg te gooien. Korzelige grappen en onverwachte scherpe uitvallen voorkomen dat.

De handeling is niet, zoals in het meeste tv-drama, in partjes verdeeld en in aparte close-ups vastgelegd. De acteurs mochten dóórspelen - en het gevolg is dat de adem van de voorstelling intact is gebleven. Alleen in de mise en scène heeft tv-regisseur Jean-Pierre de Decker af en toe de toneelregie van Shireen Strooker moeten aanpassen.

Mary Dresselhuys is op haar best, als de vrouw die steeds vergeetachtiger wordt en uit de schoolbanken nog wel de eerste regel uit de Odysseus of de formule van een molecuul weet, maar zich niet meer herinnert dat ze de maaltijd allang in de oven heeft gezet. En de aartskomediant John Kraaykamp, als haar mysantropische echtgenoot, plaatst elke tegenwerping precies waar die doel treft. Hun samenspel deed me af en toe denken aan dat tussen Mary Dresselhuys en Ko van Dijk, lang geleden gezien tijdens zo'n toneelavond.

    • Henk van Gelder