Regilio Tuur verdedigt Europese titel onder de Carabische tropenzon

CAYENNE, 11 JUNI. Regilio Tuur is Nederlander, Rotterdammer, met New York als domicilie, en van Suriname weet hij zich niets meer te herinneren. Hij heeft het land verlaten toen hij twee was. Maar de posters in Cayenne, Frans-Guyana, die verwijzen naar zijn bokspartij vanavond tegen Yoma, de plaatselijke vedette, afficheren hem onbeschaamd als Surinamer. Het Europese titelgevecht in het super vedergewicht, tussen de Nederlandse kampioen en de Franse uitdager, wordt als een Zuidamerikaanse derby gepresenteerd.

Tuur is sinds maandag in Cayenne. Om aan de hoge temperatuur te wennen was hij al een maand in Florida. Dat in de sloppen van de Fransguyaanse hoofdstad een Surinaamse aanhang zijn hoop op hem gevestigd heeft, dat is hem onbekend. Hij verblijft buiten de stad, in een hotel met oefenruimte, met schaduwrijke plaatsen.

Aan de kreek in de stad ligt de arme wijk. Daar verschuilen zich die andere landverhuizers van Surinaamse afkomst, zij die hun land ontvlucht zijn en die in de aanstelling van Goré als nieuwe legerchef nog geen aanleiding zien om terug te keren naar hun naburige geboorteland. Tuur heeft ze niet ontmoet. Hij was alleen even in het centrum om de burgemeester de hand te schudden. Verder schermt hij zich af van de buitenwereld. Consequent in de voorbereiding. Geleid door de Panamese trainer Roca die hem uitstapjes naar de stad niet gunt.

Yoma heeft na de partij die hij van Tuur in Rotterdam verloor, nog tweemaal gebokst: eenmaal onbeslist en eenmaal verloren. Allebei de gevechten voltrokken zich in het Carabische gebied. In Cayenne is hij razendpopulair. Eén op de vijftig inwoners van Frans-Guyana zal naar verwachting vandaag bij het titelgevecht aanwezig zijn.

Yoma is prof maar in overheidsdienst, net zoals zijn Franse trainer Chinon. Zijn coach die zelf oud-prof is, verbaast zich over de drukte die er wordt gemaakt over een titelgevecht zover van Europa. “Waar praten we over. Yoma komt hier vandaan en Tuur noem ik gewoon Surinamer. Maar beiden zijn als bokser Europeaan. In december had Tuur het voordeel van eigen publiek, nu hebben wij dat. Beide boksers zijn prima bestand tegen de warmte”.

Tuur is niet verontrust door zijn partij zover van huis. “Als kampioen moet je je overal kunnen manifesteren. Dit is weer een stapje op de trap omhoog. Iedereen weet dat ik wereldkampioen wil worden. Maar ik kijk nooit verder dan de volgende trede.”

Yoma is voorlopig al tevreden met een Europese titel. De bokser uit Frans-Guyana die slechts enkele maanden per jaar in het Franse Calais verblijft, had ook al in 1991 al eens geprobeerd de Europese titel in het superveder te winnen. Ook toen zonder succes. Nadat de Italiaanse kampioen La Fratta in maart naar Rotterdam kwam en Tuur een gage van twee en een halve ton opstreek in dat vrijwillige titelgevecht, was Yoma weer als officiële uitdager aan de beurt.

Acaries, de Franse promotor, toonde zich gerriteerd toen van Nederlandse zijde werd geklaagd bij de EBU, de Europese Boksunie. Guyana bood dan wel het meeste geld maar kon toch niet als Europa worden beschouwd. Acaries pareerde dat verwijt met de mededeling dat Yoma ook al twee keer om de Franse titel had gebokst in zijn geboortestad. Bovendien moesten die Nederlanders ophouden met klagen want Frankrijk houdt de EBU op de been. Bijvoorbeeld door in 1992 de helft van alle partijen om Europese titels te organiseren en daarbij dus geld af te dragen.

Zo dicht bij zijn geboorteland is Tuur niet onder de indruk van die opwinding. Hij zal niet even overwippen naar Suriname zoals zijn "verborgen landgenoten" in Cayenne regelmatig doen. Hij is een Nederlander die vanuit de Verenigde Staten aan een boksleven werkt. In een tropisch land aan de rand van een zwembad probeert hij nog even tot rust te komen in die laatste uren voor alweer een titelgevecht.

    • Theo Reitsma