PvdA tegen nieuwe denivellering

DEN HAAG, 11 JUNI. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer is tegen verdere denivellering. Zij wil dat de koopkracht van de sociale minima niet méér daalt dan de koopkracht van mensen met een inkomen van twee keer modaal (80.000 gulden). De fractie wil een kabinetscrisis “onder bijna alle omstandigheden” voorkomen, maar “als ons sociaal profiel ernstig wordt aangetast dan hebben we een probleem”. “Dán is de deelname aan het kabinet niet meer te verdedigen.” Dit zegt het Tweede-Kamerlid Van Zijl, PvdA-woordvoerder voor het inkomensbeleid, vandaag in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. Het CDA wil voorlopig niet reageren op deze uitspraken.

In de meeste recente berekeningen zal volgend jaar de koopkracht van de sociale minima - zonder aanvullende maatregelen - met 3,3 procent dalen. Mensen met een twee keer modaal inkomen zien hun koopkracht met 0,4 procent afnemen. Volgens Van Zijl is het “eenvoudig” om de koopkracht van de sociale minima niet méér te laten dalen dan de koopkracht van twee keer modaal. Het kabinet moet afzien van een aantal voorgenomen maatregelen zoals bijvoorbeeld de stijging van de nominale ziektekostenpremie en de bevriezing van de kinderbijslag. “Iedereen op dezelfde manier aanspreken, dat is een kwestie van politiek willen. Je moet gewoon tegen iemand met een inkomen van 80.000 gulden durven zeggen: u gaat er 1 of 2 procent op achteruit”, aldus Van Zijl.

Hij onderstreept dat zijn fractie niet uit is op een kabinetscrisis. “Maar als op majeure beleidspunten - dat geldt voor het CDA en voor ons - keuzes worden gemaakt die zover afstaan van de kernreden waarom een partij in een kabinet zit, dan zijn die punten een crisis waard. Ik weiger te geloven dat het zover hoeft te komen.”

Het kabinet moet volgens de directeur van het Centraal Planbureau, prof.drs. G. Zalm, rekening houden met een forse financiële tegenvaller als gevolg van de verslechterde economische situatie. De PvdA-fractie vindt dat de werkgelegenheid absolute prioriteit heeft. Desnoods moeten de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de Economische en Monetaire Unie (EMU) over een financieringstekort van drie procent van het bruto binnenlands produkt worden losgelaten.