Nigerianen blijven militair bewind van Babangida wantrouwen

ABUJA/LAGOS, 11 JUNI. Ruim drie weken geleden hield de Nigeriaanse legertop onder leiding van president Ibrahim Babangida een bijeenkomst in de noordelijke stad Kaduna met als hoofdpunt op de geheime agenda: een plan om de machtsoverdracht aan een burgerregime in augustus uit te stellen en de presidentsverkiezingen van zaterdag af te gelasten. Babangida, zo verzekeren diplomaten in Lagos en in de hoofdstad Abuja, pleitten ervoor het leger nog een tijdje aan de macht te houden. Hij wilde de twee presidentskandidaten diskwalificeren wegens hun corrupte activiteit. Zware druk van ontevreden militairen en Westerse diplomaten deden hem vooralsnog anders besluiten.

Eerder deze week verschenen in sommige deelstaten gigantisch grote aanplakborden met de oproep: "Babangida moet blijven'. De Vereniging voor een Beter Nigeria, die Babangida nog vier jaar als president wil behouden, financiert de campagne. De multimiljonair Arthur Nzeribe en het hoofd van de veiligheidsdienst kolonel Habilu Akilu behoren volgens ingewijden tot deze mysterieuze organisatie, die zich ook tot het Hooggerechtshof heeft gewend om de verkiezingen uit te stellen. Akilu is een naaste medewerker en vertrouweling van Babangida.

Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen willen de meeste Nigerianen het nog steeds niet geloven. Zij twijfelen er aan of de verkiezingen inderdaad zullen plaatshebben, en als dit het geval is, of de militairen in de periode tot de beloofde overdracht op 27 augustus niet alsnog een excuus vinden om de macht te behouden. “Ik nam niet eens de moeite me te laten registreren”, vertelt groenteverkoper Falabi in Abuja, “ik vertrouw Babangida voor geen cent meer.”

De scepsis overheerst, van verkiezingskoorts valt weinig te merken. In de inderhaast uit de grond gestampte kantoren van de twee kunstmatig gecreëerde politieke partijen hangen in de hoeken spinnewebben. De meeste kamers blijken vakant. Op de bureaus ligt stof. Op het platteland hangen nauwelijks affiches van de partijen. Alleen op de radio en televisie herinneren swingende of grappige spotjes aan de verkiezingen. Aan de prachtige beloftes van beide presidentskandidaten - “Ik breng binnen honderd dagen de devaluatie onder controle”, en: “Ik zal de armoede uitbannen” - hechten weinig kiezers waarde. Alleen met een vergrootglas kunnen politieke verschillen tussen de partijen worden ontdekt.

In 1990, zo zegde Babangida in 1986 toe, zal ik de macht aan burgers overdragen. Drie keer is hij sindsdien van die belofte teruggekomen. Er waren spaken gekomen in de wielen van het democratiseringsproces. Zijn overgangsprogramma bleek uiterst controversieel. Zo verbande hij aanvankelijk alle politici van de vorige burgerregimes uit de politiek. Babangida zou een nieuwe, politieke cultuur scheppen, zonder tribale en religieuze tegenstelingen, en daarvoor waren nieuwe politici nodig.

Toen een groot aantal politieke partijen zich aanmeldde die nauwelijks verschilden van de verboden traditionele partijen, ontbond hij deze en creëerde zelf twee partijen. De Nationale Republikeinse Conventie (NRC) staat rechts van het centrum, de Sociaal Democratische Partij (SDP) ter linkerzijde. De beginselprogramma's van de twee partijen werden opgesteld door het leger.

De NRC, waarin zakenlui domineren, wees Bashir Tofa aan als zijn presidentskandidaat. De tamelijk saaie en tot voor kort onbekende moslim Tofa rekent op steun van de Hausa en Fulani-volkeren in het islamitische noorden. Zijn kandidaat voor het vice-presidentschap, de christelijke Sylvester Ugoh, hoopt zijn Ibo-stamgenoten in het oosten voor Tofa te winnen. In de SDP zitten behalve zakenlui ook academici en enkele voormalige radicale politici. Op de charismatische SDP-kandidaat, de moslim Moshood Abiola, zullen de westelijke Yoruba's stemmen, evenals vermoedelijk de inwoners van de traditioneel radicale noordelijke deelstaat Kano. Abiola's kandidaat voor het vice-presidentschap, de moslim Babagana Kingibe, komt uit het noorden en moet de steun voor Tofa in de noordelijke staten ondermijnen. De stemmen van de minderheidsstammen zullen de verkiezingsuitslag bepalen.

Abiola en Tofa behoren tot de vrienden- of zakenkring van Babangida. Het leger heeft tot nu toe alle fasen van het democratiseringsproces gedomineerd. Dit leidde tot grote ergernis onder de talrijke mensenrechtenorganisaties in Nigeria. “Zo'n democratiseringsproces kwam nog nooit eerder in de wereldgeschiedenis voor”, zegt een boze Segun Jegede van het Comité voor de Verdediging van de Mensenrechten. “Babangida is hypocriet. Het gehele proces was corrupt. Geld heeft de keuze bepaald. Kandidaten deelden hongerige kiezers brood uit waarin geld was verborgen.”

Clement Nwankwo van het Project Constitutionele Rechten meent dat in plaats van de politiek te zuiveren Babangida de politiek juist corrupter maakte. “De partijen wezen deze twee presidentskandidaten aan, niet omdat ze de beste zijn, maar omdat ze over het meeste geld beschikken. Het is geen toeval dat Abiola en Tofa multimiljonairs zijn”, zegt hij. “De kunstmatig gecreëerde partijen werden gekaapt door klieken zakenlui. Het democratiseringsproces bood geen enkele mogelijkheid voor deelname van de gewone man.”

Professor Omo Omoruyi lacht schamper om de kritiek van “die huurlingen van de mensenrechtenorganisaties”. Omoruyi is vertrouweling van Babangida en directeur van het Centrum voor Democratische Studies. “De Nigerianen aanbidden nu eenmaal geld”, zegt hij. “Je kan geen grens trekken en zeggen: we gedogen wel corruptie in de kerk en het zakenleven maar niet in de politiek”, luidt zijn argument. “Geld geeft een kandidaat status. Een kandidaat moet verkoopbaar blijken, een partij investeert alleen in een succesvol politicus.”

Omoruyi acht Babangida's democratiseringsprogramma geslaagd. Met grote zekerheid stelt hij dat Babangida zal opstappen. Hij ziet het tweepartijensysteem als de enige oplossing voor de traditionele chaos in de politiek om de burgerregimes.

De mensenrechtenorganisaties die zich aaneengesloten hebben in de Campagne voor Democratie, zien zich voor een dilemma geplaatst. Moeten zij de uitslag van de verkiezingen goedkeuren hoewel ze ervan overtuigd zijn dat er zeker opnieuw fraude zal plaathebben. vinden. Ze willen de militairen geen enkel excuus geven om aan de macht te blijven. Daarom hebben zij besloten bij voorbaat het resultaat te zullen accepteren.

“Laten we in godsnaam ophouden met klagen over corruptie en het frauduleuze democratiseringsproces”, breekt een zakenman in Lagos een politieke discussie af. “Die man (Babangida) moét opstappen. Dáár gaat het nu om. Het leger moet naar de kazernes terug, dat is het enige wat me nog interesseert.” Een groepje omstanders stemt luidruchtig met hem in.

Van de 33 jaar sinds het begin van de onafhankelijkheid kende Nigeria 24 jaar een militair regime. De militairen benoemden zichzelf tot "schutsengel' van Nigeria. Ze verdrijven de burgerregimes wanneer zij dat nodig achten. Het leger ging zo de facto een politieke partij vormen met zijn eigen politieke en economische belangen. De feitelijke leider van deze militaire partij is Babangida, die het brein vormde achter vrijwel iedere militaire staatsgreep. Ook nu weer houdt de vrees voor een nieuwe machtsgreep van het leger in de komende paar maanden de Nigerianen meer bezig dan de verkiezingen.