Gestolen verhalen; De context wint het in Sonsbeek van de kunstwerken

Voor de kunstmanifestatie Sonsbeek '93 in en om Arnhem zijn onder meer het militaire rusthuis Bronbeek en een bordeel als locatie gekozen. De kunstwerken zijn vaak moeilijk te vinden. Wat moet de bezoeker met een in een kuil begraven stem?

Sonsbeek 93. T/m 26 sept. Dag. 10-17u. Entree inclusief bezoekersgids ƒ 17,50. Catalogus ƒ 69,-.

Apen schijnen reprodukties van mensen of dieren nooit met levende wezens te verwarren. Wie dus waarde hecht aan realistische sculpturen en schilderijen, heeft minder verstand dan een aap. Deze observatie van Clemens van Alexandrië. aangehaald door deelnemend kunstenaar Mike Kelley, zou het motto van Sonsbeek 1993 kunnen zijn, de kunstmanifestatie die onregelmatig wordt gehouden in en rond het gelijknamige Arnhemse park. De Amerikaanse organisatrice Valerie Smith wilde namelijk geen kant en klare beelden in het park zetten, zoals haar voorgangster Saskia Bos in 1986 deed. Smith (37) wil een soort essay creëren waarbij het niet gaat om de resultaten maar om het denken over kunst in de "context' van de stad Arnhem. De kunstwerken zijn gesitueerd in drie ringen van een denkbeeldige schietschijf; het hart is het park, daaromheen ligt het centrum dat op zijn beurt omgeven wordt door de Rijnoevers en het polderland langs de uiterwaarden. Omdat het volgens Smith bij de meeste kunstwerken gaat om de "politisering van het alledaagse', verbaast het niet dat de ingrepen in het stadscentrum tot de leukste behoren. Curieuze en beladen plaatsen vormen de noodzakelijke bedding voor de uit het museum verdreven kunst. Maar net als bijvoorbeeld bij Chambres d'amis zijn die plekken zelf soms interessanter dan de ingreep van de kunstenaar.

De leukste "gelegenheidsgever' voor Sonsbeek is het tehuis voor oud-KNIL militairen Bronbeek dat in de loop der tijd ook een museum geworden. De collectie is grotendeels aan hobby's van de bewoners te danken: er zijn verzamelingen krissen, gamelan-instrumenten, vlinders en jachttrofeeën. De jonge Amerikaan Mark Dion vroeg de bewoners voor zijn kunstwerk voorwerpen af te staan die voor hen een louter intieme waarde vertegenwoordigen. Zonder de toelichting van de kunstenaar kun je niet weten dat een koffieblik (merk Garanda) voor de eigenaar een symbool van zijn leven is; hij liet het zelfs in het interneringskamp tijdens de oorlog ongeopend. Twee houten beeldjes uit Celebes, stal een Hollandse man ooit van zijn inlandse maitresse, zo bekende hij aan de kunstenaar. Wat Dions vitrines inhoud geeft, zijn deze "gestolen' verhalen, niet de ingreep van de kunstenaar.

Koe

Volkomen anders dan Bronbeek maar even indringend van atmosfeer is de hoerenbuurt in het Arnhemse Spijkerkwartier. In de voormalige apostolisch-hervormde zendingskerk runt bordeelhouder Rudy Kousbroek een galerie. De zwarte kunstenaar Keith Piper projecteert er nu videobeelden over religie en "roots' op een scherm in de vorm van een altaarstuk. Kousbroek "ontruimde' in een zijstraat ook een van zijn ramen. Tussen de wenkende prostituées prijkt daar nu een opgezette koe van het kunstenaarsduo Art orienté objet met daarop de tekst "Neem niets in en zeker geen melk.' Het is een nogal cryptische verwijzing naar aids en milieuverontreiniging. Een buurtbewoner verwoordde mijn bedenkingen: “Zo worden die meisjes toch voor koeien uitgemaakt? Waarom hebben ze er geen stier te kijk gezet?”

De ingetogen, plechtstatige sfeer van de begraafplaats Moscowa inspireerde twee kunstenaars tot het ontwerpen van alternatieve monumenten. In een schaftkeet exposeert de Amerikaan Allan Ruppersberg (1944) boeken die voor de oorlog populair waren in Engeland, Nederland, Polen en Duitsland, de vier naties die betrokken waren bij de slag om Arnhem. Ruppersberg liet de omslagen herdrukken en stalde ze uit in de keet. Op ex-librissen in de boeken zijn - onzichtbaar voor ons, we kunnen de keet niet betreden - namen van hier gesneuvelden geschreven, van wie velen op Moscowa begraven liggen.

De Pool Miroslaw Balka liet buiten het hek een grafmonument voor een man en een vrouw in de grond verzinken. Bij de John Ford-brug vulde hij een gat in de grond met de contouren van een parachute. Daarmee wil Balka aan de kaak stellen dat de Britten wel uitgebreid zijn bedankt en gememoreerd voor hun deelname aan de slag om Arnhem, maar dat de grote groep Poolse parachutisten in alle geschiedenisboekjes ontbreekt. Dat feit wekt sympathie, maar het resultaat is wat mager; de parachute van grauw cement is het aanzien nauwelijks waard.

Bezigheidstherapie

Hetzelfde geldt voor het gevangenisproject van de Oostenrijkse tweelingzusjes Hohenbüchler. Drie maanden lang pleegden zij een veredelde bezigheidstherapie op de gevangenen; de resultaten, een groot aantal schilderijen, worden nu buiten de Koepelgevangenis geëxposeerd. Hebben de kunstenaars hiermee nu een goede daad verricht of handig gebruik gemaakt van de diensten van gedetineerden?

Tot de aardige projecten behoren verder nog de wijnfontein van Mark Quinn, waarvan de symboliek zowel kan slaan op de nabijgelegen Janskerk als op de omringende cafés, en de zondagsschilders die Annette Messager aan het werk laat in de Rijnzaal van het Gemeentemuseum. Zij wilde niet concurreren met het schitterende uitzicht op de rivier en besloot geen kunst in de zaal te hangen.

In hetzelfde museum leverde de Amerikaan Mike Kelley de interessantste bijdrage van alle 48 kunstenaars. Onder de titel "het Unheimliche' maakte hij een griezelkabinet van hyperrealistische sculpturen. Er is de levensgrote politieman die een zwarte jongen in elkaar slaat van Duane Hanson, verderop staat de van haar huid ontdane, bloederige Virgin Mary van Kiki Smith, er zijn opblaasbare sekspoppen en de perverse geënsceneerde seksfoto's van Cindy Sherman. Kelley stelt zelfs zijn eigen collectie pornotijdschriften tentoon, in een commentaar op het lichaam dat tegenwoordig weer zoveel aandacht krijgt in de kunst (recentelijk in exposities als "Posthuman' en de Documenta van Jan Hoet).

Ironisch genoeg bewijst deze indrukwekkende opstelling dat "kant en klare' beelden juist een heel sterke werking kunnen hebben - mischien wel de sterkst mogelijke, en daarin verschillen wij dan van apen. Alighiero e Boetti's sculptuur in park Zijpendaal onderstreept dat: een bronzen zelfportret toont de kunstenaar terwijl hij een tuinslang op zijn verhitte hoofd richt; de waterstraal die daar met zekere regelmaat op neerklatert, doet de damp van zijn schedel afslaan. Hoewel "procesmatig' (het werk verwijst naar de elementen water en vuur die de arte povera dikwijls gebruikt) is dit een van de meest "affe' beelden in Sonsbeek, en een van de meest geslaagde.

Kijkje in de keuken

Want wat moet de bezoeker met de Fransman Jean-Baptiste Bruant die bij wijze van performance in de polder een kuil graaft, erin schreewt en zo "zijn stem begraaft'? Of met de woorden die Rémy Zaugg aan de zijkant van de Nelson Mandela-brug bevestigde ("De verte', "De utopie', "De stroom')? Of met de pompeuze stellages die de architect John Körmeling langs een doorgangsweg bouwde omdat hij tegen het groen gekant is dat de achterliggende woonwijk van het langsrazende verkeer scheidt?

Sonsbeek '93 is een werk in uitvoering en daarom vooral interessant voor kunstenaars, die hier inzicht krijgen in de werkwijze van collega's. Zelfs de catalogus is een "kijkje in de keuken'. Smith maakt daarin de voorstellen van de kunstenaars en haar dagboekaantekeningen over de vorderingen openbaar, waarbij ze zo onbeleefd is om ook over de plannen van de afgewezen kunstenaars (onder wie Wim T. Schippers en Damien Hirst) te publiceren. De bezoeker zoekt zich intussen een ongeluk naar de kunstwerken, richtingaanwijzers ontbreken en de bezoekersgids biedt weinig uitkomst. Door al dat speuren wordt deelname aan het stadse leven of genieten van de natuur onmogelijk gemaakt. Soms wordt de inspanning beloond, maar op 48 bijdragen gebeurt dat te weinig en te vaak moet de veelgeprezen "context' de zaak dragen. Het motto van de Sonsbeek-bezoeker zal naar ik vrees moeten zijn: Gezocht: kunstwerk!