FNV kiest voor korter werken en milieubehoud

AMSTERDAM, 11 JUNI. De vakcentrale FNV wil arbeidstijdverkorting een nieuwe impuls geven. Verder aanvaardt de FNV dat milieu boven werk en boven inkomen gaat, ook als het economisch slechter gaat.

Deze beide uitgangspunten zijn opgenomen in het beleidsplan dat het FNV-congres de afgelopen dagen in Amsterdam heeft vastgesteld. Ze gaan verder dan het federatiebestuur had voorgesteld.

Met het beleidsplan "Veelkleurige vooruitzichten' probeert de grootste vakcentrale in Nederland aansluiting te vinden bij veranderingen in de samenleving, het bedrijfsleven en de (potentiële) achterban. Arbeidspatronen, belastingwetgeving en sociale zekerheid ademen volgens de FNV nog dikwijls de sfeer van de jaren vijftig, waarin de traditionele rolverdeling tussen "kostwinner' en "thuisblijfster' de boventoon voert.

De helft van de FNV-aanhang bestaat tegenwoordig uit tweeverdieners, terwijl tegelijkertijd de ledengroei onder deeltijdwerkers, vrouwen, jongeren en allochtonen is achtergebleven bij hun opmars op de arbeidsmarkt. Zowel in de collectieve als in de individuele belangenbehartiging wil de FNV zich meer op deze groepen richten. Het nieuwe beleid moet ook leiden tot meer individuele keuze-mogelijkheden in arbeidsvoorwaarden. “De veelkleurigheid van de samenleving moet zijn vertaling krijgen in de sfeer van de arbeid en alles wat daar om heen hangt”, aldus voorzitter J. Stekelenburg die voor vier jaar werd herkozen.

Het beleidsplan kreeg in eerste aanleg veel bijval, ook van de zijde van werkgeversorganisaties en politieke partijen. “We kregen het idee dat ze in veelkleurige vooruitzichten vooral veel keurige vooruitzichten lazen”, zei de eveneens herkozen vice-voorzitter K. Adelmund. Zij regisseerde de totstandkoming en discussie rondom het beleidsplan, dat niet alleen voor intern gebruik is, maar waarmee de vakcentrale zich ook tot de politiek zal wenden.

Op twee onderdelen scherpte het congres de aanvankelijke FNV-voornemens aan. Het eerste had betrekking op de herverdeling van werk, die zijn beslag zou moeten krijgen door een combinatie van volwaardige deeltijdbanen, een gemiddelde werkweek van maximaal 35 uur en verruiming van de mogelijkheden tot (betaald en onbetaald) verlof en (gedeeltelijke) uittreding. Drie jaar geleden heette het nog dat het "streefdoel' van een 35-urige werkweek dit jaar (1993) moest zijn bereikt, maar Adelmund had dat niet meer explictiet in het beleidsplan opgenomen. Het congres deed dat wel, verruimde de invoeringstermijn tot 1998 en tekende erbij aan dat volledige banen per week eigenlijk niet meer dan 32 uur zouden moeten beslaan. Dat is bijna zes uur minder dan het huidige gemiddelde.

De andere aanscherping betrof het milieubeleid van de vakcentrale. “Het is niet de bedoeling arbeidsplaatsen op te doeken, maar aan te geven dat dat soms de uiterste consequentie kan zijn”, zei bestuurder L. de Waal in een toelichting op de prioriteit voor milieu. Vastgelegd werd dat milieubehoud, wat de FNV betreft, voorrang moet krijgen op economische doelstellingen, niet alleen wanneer kritische grenzen worden overschreden (zoals het federatiebestuur had voorgesteld), maar ook wanneer deze overschreden dreigen te worden.

Opmerkelijk was dat de ambtenarenbond AbvaKabo het voortouw nam bij beide aanscherpingen, terwijl de grootste FNV-bonden in de marktsector, de industriebond en de bouw- en houtbond, zich ervan distantieerden.