FNV 2000

Het komt er dan misschien toch van: een vakcentrale FNV die zichzelf op de schop neemt en een nieuwe structuur vindt waarmee zij ook na de eeuwwisseling verder kan. Dat moet althans de uitkomst worden van de interne werkgroep die onder leiding van voorzitter J. Stekelenburg op zoek gaat naar een doelmatiger en doeltreffender inrichting van centrale en de bij haar aangesloten vakbonden.

Het besluit dat hierover gisteren op het FNV-congres in Amsterdam werd genomen markeert de start van de derde aanloop tot structuurvernieuwing. Deze kreeg alleen van de politiebond NPB niet de zegen, uit vrees voor een structuurwijziging die zou leiden tot opheffing van kleinere bonden. Bij twee eerdere gelegenheden smoorde de poging in interne verdeeldheid.

Het betekende niet dat er helemaal niets gebeurde, maar veel verder dan het beslechten van enkele "grensincidenten', enige interne sponsoring van armlastige bonden en de vorming van een mediabond in omroepland (door kunstenbond, dienstenbond, grafische bond, maar zònder journalistenbond) is het niet gekomen.

Zolang de federatie bestaat (sinds 1976), is er onvrede over de interne structuur en organisatie. Twee elementen keren daarbij telkens terug. Aan de ene kant de onevenwichtigheid. De FNV telt inmiddels negentien bonden, maar de onderlinge verschillen zijn groot, zowel in financiële gezondheid als in aantallen leden (uiteenlopend van 700 bij de Bond van werknemers in de sport tot bijna 300.000 bij de ambtenarenbond AbvaKabo). Anderzijds is er het gezamenlijke onvermogen de organisatiegraad, die sinds de jaren zeventig daalt, een halt toe te roepen. Weliswaar groeit het ledental de laatste jaren, maar die ontwikkeling blijft achter bij de groei van de beroepsbevolking.

De werkgroep mikt op een dubbelslag, zei Stekelenburg. Schaalvergroting èn schaalverkleining. Het eerste moet leiden tot meer evenwicht door minder bonden; het tweede tot grotere herkenbaarheid in bedrijven en sectoren. Beide moeten resulteren in betere belangenbehartiging (collectief en individueel) en meer wervingskracht, zodat ook de categorale bonden de wind uit de zeilen wordt genomen.

Zes bonden vonden elkaar tijdens het congres op enkele gezamenlijke uitgangspunten. Dat mag gerust een kleine doorbraak in de impasse worden genoemd. Het zijn de onderwijsbond, bouw- en houtbond, dienstenbond, industriebond, vervoersbond en voedingsbond, die samen ongeveer 60 procent van de ruim 1,1 miljoen FNV leden vertegenwoordigen. Ze vinden dat er clusters moeten worden gevormd met een draagvlak van ten minste 100.000 leden, te bereiken langs de weg van regionale en facilitaire samenwerking, waarbij uiteindelijk fusies niet zijn uitgesloten.

Stekelenburg zei met deze "werkrichting' te kunnen leven, maar beklemtoonde dat als er bonden worden opgeheven, deze daarover zelf beslissen. Het zal van de werkgroep nog heel wat tact vergen om de historische en ideologische klippen te omzeilen en tegelijkertijd de ambities van de verschillende bonden wat in te tomen.

Voorzitter C. Vrins van de ambtenarenbond AbvaKabo doorbrak recentelijk in het blad Zeggenschap het taboe op bondsfusies door openlijk te pleiten voor integratie van zijn bond met de politiebond, onderwijsbond, kunstenbond en zelfs de dienstenbond. Dat was weliswaar op persoonlijke titel en hij herhaalde het gisteren ook niet, maar het illustreert wel het mijnenveld voor de werkgroep.