Doorbraak

Vannacht droomde ik van de PvdA, of was het een droom die eigenlijk over mijn vader ging?

Bij ons thuis was de Partij van de Arbeid een instituut. Trouw werd er contributie betaald. Dat gebeurde toen nog contant. Elk kwartaal kwam er een partijgenoot aan de deur om het geld te innen. Ik herinner mij dat die man rood haar had en dat mijn vader hem met een zekere afkeer bejegende. Zodra de man ons huis had verlaten, zei mijn vader altijd met een zekere nadruk dat wij geen socialisten waren, maar sociaal-democraten.

Soms gebeurde het wel dat mijn vader op zijn verjaardag een felicitatiekaart ontving van partijgenoot Willem Drees, een heilsbericht uit de grote wereld, dat aan tafel met trots werd voorgelezen. Drees was bij ons thuis de grote man. Als er verkiezingen kwamen, werd er op het balkon een groot bord bevestigd met de naam van Drees erop.

Doorbraak was een woord dat je bij ons thuis veel hoorde. Het had weinig te maken met de watersnoodramp van 1953. De doorbraak berustte op de gedachte dat religie en politiek niets met elkaar te maken hebben. Als de christenen eenmaal zo verstandig zouden zijn om dit in te zien, zouden zij niet langer op de confessionele partijen stemmen. Op die manier zouden de KVP, de AR en de CHU verdwijnen en zou de PvdA vanzelf de grootste partij van het land worden. Het was alleen een kwestie van tijd.

Wanneer de verkiezingen naderden, werd mijn vader bijzonder nerveus. Er stond hem dan een bijzondere taak te wachten. Het was nog een tijd zonder televisie, maar om de honger naar informatie te stillen, kwam er op het Paleis op de Dam een groot scherm, waarop de uitslagen werden geprojecteerd. Onder dat scherm stond een radiowagen, een omgebouwde autobus, waar de uitslagen werden verzameld. Mijn vader was de speaker. Met een koptelefoon op het kale hoofd zat hij in de radiowagen achter de microfoon om de uitslagen om te roepen. Buiten stonden duizenden mensen, die met luid gejuich of boe-geroep commentaar leverden op de laatste resultaten.

Als klein jongetje mocht ik naast hem in de radiowagen zitten, wat erg spannend was, omdat het niet zo vaak gebeurde dat ik de emoties van mijn vader van zo nabij kon meebeleven. Achteraf denk ik dat het een van de zeldzame keren was, waarbij de rollen waren omgedraaid. Hij was het kind en ik was degene die hem als waarnemer gadesloeg. In de uitoefening van zijn taak als omroeper moest hij natuurlijk een zekere objectiviteit betrachten, maar ik hoorde de opwinding in zijn stem, wanneer de PvdA in Kortenhoef of in Bruinisse 2,3 procent van de stemmen had gewonnen. Ik hoorde teleurstelling, wanneer onze partij in Waddinxveen was achtergebleven bij het landelijk gemiddelde. Wat dachten ze wel, daar in Waddinxveen.

Nu droomde ik vannacht dat ik weer naast mijn vader in de radiowagen zat. Hij had de koptelefoon weer op het hoofd. Wij waren in afwachting van de eerste resultaten. “Wacht even, jongen”, zei hij, “ik krijg contact met Musselkanaal, een kleine gemeente in Groningen. Musselkanaal, wat zijn de resultaten? Juist. En de PvdA? Wat zegt u? Nul stemmen? 0,00 procent van de stemmen? Weet u dat zeker? Ja? Dank u.”

Hij leek uit het veld geslagen. “Dat moet een vergissing zijn”, zei hij ten slotte. “Wacht even. Ik bel eerst met een andere gemeente. Hallo, Ridderkerk, wat zijn de resultaten? Mmm... en de PvdA? Wat zegt u? Nul stemmen? Een percentage van 0,00 procent? U bent er zeker van? Ach ja, bedankt.”

Hij keek mij verwilderd aan. “Het klopt”, zei hij, “nul stemmen, die man in Ridderkerk heeft ze zelf nageteld. Wat denk je, zal ik die uitslag nu maar doorgeven?” Hij nam de microfoon en riep de uitslagen om van Musselkanaal en Ridderkerk. Buiten klonk een ovationeel applaus. Zo ging het lange tijd door. Heerlen, nul stemmen. Amersfoort, nul stemmen. Leeuwarden, nul stemmen. Aan het eind van de avond kwam Amsterdam aan de beurt. In Amsterdam behaalde de PvdA nul stemmen, bij een percentage van 0,00 procent. Buiten op de Dam woedde nu een waar volksfeest. De mensen stonden te dansen van vreugde. Verslagen richtte mijn vader het woord tot mij. “Vertel mij, mijn zoon”, zei hij, “hoe is dit in Godsnaam mogelijk?”

Ik zweeg. Zoiets valt niet uit te leggen, zelfs niet aan je eigen vader.