Doel van conferentie over de toekomst van de Antillen blijft uiterst vaag

DEN HAAG, 11 JUNI. Voorlopig lijkt het erop dat alle partijen hun zin hebben gekregen in het moeizame overleg tussen Nederland en de Antilliaanse gebiedsdelen over de toekomst van de staatkundige verhoudingen. Nederland is voornamelijk genteresseerd in “de voortgang van het proces”. Ook het autonome Aruba, dat in 1996 onafhankelijk dreigt te worden, wil zo snel mogelijk zekerheid over voortzetting van de koninkrijksbanden. Daarentegen willen Curaçao en de regering van de Nederlandse Antillen uitstel om alle consequenties van autonomie goed te kunnen overdenken. Om uit de impasse te geraken organiseerde premier Lubbers vandaag en gisteren in het Catshuis een bijeenkomst met de politieke leiders van Aruba en de Nederlandse Antillen en met de voornaamste dwarsligger: het hoofdeiland Curaçao. De uitkomst van de besprekingen draagt alle kenmerken van een Lubberiaanse oplossing: de toekomstconferentie deze maand gaat door. Maar er volgt, waarschijnlijk later dit jaar, nog een definitief beraad. Zo is er tegelijkertijd sprake van vertraagde voortgang en van voortgaand uitstel. In een cryptische persverklaring stelde de Rijksvoorlichtingsdienst vanochtend slechts dat “er nuttige voorgang is geboekt”.

Het belangrijkste struikelblok in de onderhandelingen wordt veroorzaakt door de voorwaarden die Nederland aan Curaçao stelt om een status aparte te verkrijgen. Curaçao maakt aanspraak op autonomie nadat het besluit om Aruba als autonoom land onderdeel te laten blijven van het koninkrijk. Het eiland kreeg in 1986 een status aparte als voorbereiding op volledige zelfstandigheid in 1996. Minister Hirsch Ballin (Koninkrijkszaken) heeft herhaaldelijk benadrukt dat Curaçao alleen autonomie krijgt als het eiland voldoet aan een aantal fundamentele eisen van behoorlijk bestuur. Deze hebben onder meer betrekking op de controleerbaarheid van de financiën, het democratisch stelsel en de rechtshandhaving. Curaçao ziet dat heel anders. Het eilandgebied wil daarentegen éérst autonomie en daarna, voor zover nodig, bestuurlijk orde op zaken stellen.

Dwars daar doorheen loopt de eis van de eilandelijke oppositie, aangevoerd door ex-premier Don Martina, om eerst de burgers te raadplegen voordat er vergaande besluiten worden genomen over de staatkundige toekomst van het eiland. De afgelopen maanden is, opgestuwd door de invloedrijke Kamer van Vakbonden, op Curaçao een brede beweging op gang gekomen die de roep om een referendum steunt. De vertraagde voortgang van het proces betekent dat er nu gelegenheid is voor het houden van een dergelijke volksraadpleging. Op voorhand heeft het er overigens alle schijn van dat de uitkomst van een referendum zou kunnen zijn dat de Curaçaoenaars niet zitten te wachten op een status aparte. Uit een deze week bekendgemaakte enquête onder de eilandbevolking, georganiseerd door het weekblad Elsevier, blijkt dat bijna 60 procent van de ondervraagden autonomie afwijst. De uitkomst van een eventueel referendum hangt echter af van de vraagstelling en de organisatie. Vorig jaar werd een dergelijk referendum op Curaçao halverwege na gebleken knoeierij afgeblazen.

Ondertussen blijft het uiteindelijk doel dat met alle al dan niet uitgestelde palavers moet worden bereikt uiterst vaag. Nieuwe staatkundige verhoudingen komen er in ieder geval op neer dat de Nederlandse Antillen uiteen zullen vallen in de onderscheiden eilanden. Daarbij zullen, naast Aruba, Curaçao en op den duur St. Maarten een autonome status van “land binnen het koninkrijk” krijgen. De kleinere eilanden krijgen een eigen band met Nederland dat bepaalde bestuurlijke functies moet overnemen. Een nieuwe ontwikkeling is daarbij dat Bonareanen sinds de de eerste Toekomstconferentie bedacht hebben dat ook zij "land' willen worden. Hoe het ook zij, parallel aan alle middelpuntvliedende krachten wordt nu geknutseld aan allerlei intereilandelijke regelingen die ervoor moeten zorgen dat sommige taken toch gezamenlijk worden uitgevoerd. Zo ontstaat uiteindelijk, als er maar genoeg zaken gemeenschappelijk zijn geregeld, iets wat er al eerder was: de Nederlandse Antillen, maar dan met geheel vernieuwde formule.

    • Frank Vermeulen