De drie kandidaten voor de C. Buddingh'-prijs 1993

Er moet veel meer geschreeuwd worden in de literatuur, vindt Jan Roeven. Samen met Herman Leenders en Rouke van der Hoek is hij genomineerd voor de Cees Buddingh'-prijs 1993 voor nieuwe Nederlandse poëzie die op zaterdag tijdens Poetry International in Rotterdam zal worden uitgereikt. “De uitspraak schrijven is schrappen geldt voor mij niet,” zegt Herman Leenders. “Het juiste patina ontstaat pas als ik steeds nieuwe lagen toevoeg.”

Jan Roeven; Tegen oude mannen met pijpen

Er moet veel meer geschreeuwd worden in de literatuur, vindt Jan Roeven. Alleen niet zoals de Maximalen deden: die dichters waren weliswaar luidruchtig maar volgens Roeven schreven ze slechte poëzie. Ze hadden eenvoudig het métier niet onder de knie. “Hoewel mijn gedichten niet uit elkaar spatten van woede,” zegt hij, “spreekt er een zekere agressie uit en dat mis ik vaak in de poëzie. Ik ben dan ook niet zo'n liefhebber van poëzie, in elk geval niet van de Nederlandse. Nederlandse dichters stel ik me altijd voor als bezadigde oude mannen met pijpen die over hun tuin schrijven.”

Jan Roeven (Neel, 1965) is bedaard noch oud, hij rookt sigaretten in plaats van pijp en de gedichten in zijn poëziedebuut Rebel is oude kous roepen wel allerlei associaties op maar niet met tuinen. Zo doet de titel alleen al door de klank denken aan de film Rebel without a Cause met James Dean in de hoofdrol. Desgevraagd beaamt Roeven dat de bundel, waaraan hij sinds zijn achttiende heeft gesleuteld en die hij vorig jaar ter publikatie aanbood aan Querido, inderdaad verwijst naar deze film.

“James Dean is in die film eigenlijk niet een rebel maar een neurotische jongen. De afwezigheid van rebellie zie je opnieuw in de jaren tachtig: men komt niet langer in opstand tegen de buitenwereld en het gezag. De frustraties daarover richten zich naar binnen, men rebelleert tegen zichzelf zou je kunnen zeggen - dat is wat ik in mijn gedichten heb willen aangeven.”

De gedichten in Rebel is oude kous wekken geregeld de indruk dat ze bezweringen zijn van angsten, angsten van een kind. Hoewel Roeven naar zijn zeggen een rijke jeugd had waarin hij eindeloos buiten speelde met vriendjes, waren er ook traumatische ervaringen waarover hij in verhulde termen heeft geschreven. Belangrijker dan de inhoud lijkt echter vaak de vorm van zijn poëzie. Zijn middelen zijn: staccato zinnetjes, veel punten en uitroeptekens, abrupte afbrekingen, verschuivingen in de woordvolgorde en het persoonlijk voornaamwoord ik altijd in combinatie met een werkwoordsvorm in de derde persoon.

Bepalend voor de gedichten, legt Roeven uit, is het staccato ritme waartoe de muziek van Frank Zappa en The Residents hem heeft genspireerd. In het openingsgedicht komt het ritme naar zijn mening het best tot zijn recht en om die reden vindt hij dat gedicht het meest geslaagd:

Geeft katoen, van stevig.

Blauw.

Ik schrijft niet meer op bongo's.

Hoogte.

Ik komt niet meer boven.

Vrees.

Bekt. Dat allemaal over.

Nu is ik plotseling. Vanzelf.

De bevrediging ontdekking.

Ik kan kijken, zolang ik wil.

Naar heli's, oorlog.

Verander mijn naam in James, en.

Die lange magere Stewart, en.

Probeert en probeert.

Roeven: “In dit gedicht hoor ik duidelijk die muziek. Ik hou me veel bezig met muziek, ik speel zelf gitaar en één van mijn wensen is nog eens een cd uit te brengen, maar op het moment heeft de poëzie de prioriteit. Onder mijn bed staat een doos met honderden gedichten, de meeste zijn van tien jaar geleden. Op mijn zeventiende ben ik van school getrapt en toen kon ik eindelijk doen wat ik zelf wilde. Dag en nacht zat ik te schrijven. Het waren wat puberale gedichten die ik vaak herschreven heb en die ik nu in een definitieve vorm wil gieten. Inmiddels ben ik aan mijn derde bundel bezig, de tweede komt waarschijnlijk begin volgend jaar uit.”

De tweede bundel is volgens hem opener en explicieter dan de eerste: de gedichten gaan dieper in op jeugdtrauma's in minder bedekte bewoordingen. “Ze zijn toegankelijker dan wat ik eerder maakte. Ik doe daarmee een stap terug omdat ik behoefte heb dingen duidelijk te maken aan anderen. Omdat het zo dicht bij mij ligt kan het gauw te autistisch worden, het was dan ook het moeilijkste dat ik ooit beschreven heb.”

Hoewel Roeven het niet erg begrepen heeft op poëzie die onmiddellijk te doorgronden is, heeft hij gemerkt dat veel mensen het laatste gedicht uit zijn bundel het best waarderen juist omdat het 't meest begrijpelijke is. Op de vraag of hij daarom dat gedicht tijdens Poetry zal voorlezen schudt hij zijn hoofd: hij gaat niets voorlezen, daar heeft hij een hekel aan. Zijn gedichten lenen zich daar ook niet toe.

Roeven: “Ik zal er wel heengaan, al was het maar om de bokaal in ontvangst te nemen. Nee, dat is een grapje. Eerlijk gezegd geloof ik niet dat ik die prijs zal winnen, maar dat doet er niet toe. De lotto was eigenlijk al dat de bundel is uitgegeven. Ik had nog nooit ergens iets gepubliceerd en bijna niemand had ik iets laten lezen. Toen ik eindelijk besloot de gedichten op te sturen was dat een soort wanhoopsdaad, al had ik natuurlijk niets te verliezen. Maar de verrassing toen ze in druk verschenen was er bepaald niet minder om.”

    • Noor Hellmann