De dichters zijn de baas; Poetry International versus het Crossing Border Festival

Niet bekend

Poetry International is het grootste en gerenommeerdste dichtersfestival van Nederland. Het werd voor het eerst gehouden in 1970. Adriaan van der Staay, nu directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en destijds directeur van de Rotterdamse Kunststichting, vroeg Martin Mooij een festival te organiseren naar het voorbeeld van een Londens poëziefestival met de naam Poetry International. Mooij, tot kort daarvoor als Rotterdams boekhandelaar in dienst van de Arbeiderspers, werd de drijvende kracht achter Poetry.

De 62-jarige Mooij heeft in Rotterdam iets groots verricht. Poetry International is onder zijn leiding bij wijze van spreken een jaarlijkse reünie voor Nobelprijswinnaars geworden. Bijna alle belangrijke dichters hebben wel eens met Poetry te maken gehad. Neem alleen de leden van de Poetry International Advisory Board. Hierin hebben, onder voorzitterschap van Remco Campert, de volgende dichters zitting: Yehudi Amichai, Breyten Breytenbach, Joseph Brodsky, Lars Gustafsson, Seamus Heaney, Judith Herzberg, Miroslav Holub, Makoto Ooka, Bert Schierbeek en Leo Vroman. Zij gaan binnenkort de komende vijfentwintig jaar Poetry bespreken, en de meesten lezen ook tijdens het aanstaande festival. Beroemd, of berucht, is Poetry International vanwege het Eregeld (ƒ 10.000,-) dat sinds 1979 jaarlijks wordt toegekend aan een dichter in gevangenschap. Veel dichters die werden onderscheiden, kwamen korte tijd later vrij, al dan niet onder druk van de publiciteit. Ook de reputatie bij subsidiënten en sponsors is groot. Volgens Mooij houdt het financieel niet over, maar toch krijgt Poetry jaarlijks structureel ƒ 330.000 van de gemeente Rotterdam en ƒ 228.000 van het ministerie van WVC, en aan wisselende subsidies van andere instellingen jaarlijks ƒ 150.000 à ƒ 200.000.

Duoduo

Het werk van Poetry is verder van grote waarde doordat contacten worden gelegd met schrijvers wier werk anders nooit in het Nederlands zou zijn vertaald. Een goed voorbeeld daarvan is de Chinese dichter Duoduo. Martin Mooij kreeg op reis in China een boekje van hem in handen gedrukt, Poetry besloot hem uit te nodigen en tijdens het neerslaan van de opstand in Peking wist de samizdat-dichter het vliegveld te bereiken waar zijn biljet naar Nederland klaar lag. Overigens heeft Poetry zich ook ontwikkeld tot een organisatiebureau voor festivals in andere landen, voor promotie van Nederlandse literatuur in het buitenland en voor culturele uitwisselingen. En verder: de dichtregels op de Rotterdamse vuilniswagens komen ook van Poetry.

Wat is Mooijs geheim? Hoe krijgt hij elk jaar zoveel schrijvers zo gek om naar Rotterdam te komen en ruim een week te discussiëren over literatuur en zich bloot te stellen aan de aandacht van het publiek? Zelf verklaart hij dat Poetry International altijd het festival van de dichters is geweest. De dichters bepalen wat er gebeurt. Zij zijn de baas. Zo wilde de Joegoslaaf Vasko Popa eens voor gastarbeiders lezen. Dat gebeurde. Hij las: "Tijd hebben we niet zoals u ziet, maar die zullen we samen maken'. De Oostenrijkse dichter Ernst Jandl las in metrostations. De Rotterdamse architect Hans Rothmeyer kwam tot enthousiasme van de dichters op het idee om te lezen bij het standbeeld van Tollens in het park bij de Euromast, het begin van wat nu het multi-culturele hapjesfestival Poetry Park is. Engelse dichters hebben staande in een boot van de havenpolitie met megafoons hun gedichten gedeclameerd. En de Oostduitse dichter Günter Kunert opperde in 1971 om met de aanwezige dichters gezamenlijk poëzie te vertalen. Dit vertaalproject, dat in 1972 begon met het werk van Paul van Ostaijen, is nooit meer weggeweest.

Saai

Niet bekend

De openingsavond van het Crossing Border Festival wordt gepresenteerd door kraker en bewoner van Ruigoord, India-reiziger, vertaler, kunstenaar bij de Amsterdamse Balloon Company en paddestoelenspecialist Hans Plomp. In het programmablad haalt Plomp uit naar het literaire establishment. "Ook nu nog bestaat er een academiese kliek van gevestigde namen die de dienst proberen uit te maken', schrijft hij. 'Dat vrijwel niemand meer is genteresseerd in de abstracte bedenksels die zij voor poëzie willen laten doorgaan, kan hen niets schelen. Zij beheersen immers de literaire tijdschriften, fossielen die alleen met overheidssteun hun jammerlijk bestaan kunnen rekken, zij beheersen de commissies, jury's en literaire kritiek.'

Hans Plomp is waarschijnlijk geen fervent aanhanger van Poetry International. Dat is geen bezwaar. Hoe meer poëziefestivals hoe beter.