D-mark uit, dollar en yen in de gratie

AMSTERDAM, 11 JUNI. In de afgelopen twee weken zijn de dollar en de yen ten opzichte van de Europese munten in waarde gestegen. Aanleiding voor de opleving van de Amerikaanse munt vormden de betrekkelijk gunstige macro-cijfers (onder meer een daling van de werkloosheid en een forse stijging van de huizenverkopen). Dit duidt erop dat de economische groei in het tweede kwartaal hoger zal zijn dan in de eerste drie maanden van dit jaar (0,9 procent). Voorts anticiperen beleggers op een renteverhoging door de Fed (het stelsel van centrale banken in de VS), daar verwacht wordt dat het inflatietempo zal versnellen. Een verhoging van de (korte) rente verhoogt de aantrekkingskracht van beleggingen in Amerikaanse schuldtitels, waardoor de vraag naar dollars toeneemt.

De voortdurende kracht van de Japanse yen - opnieuw werden naoorlogse records gevestigd ten opzichte van de dollar en de Europese valuta's - hangt samen met de persistentie van het Japanse handelsoverschot. Ondanks interventies (aankopen van dollars voor yens) door de Japanse en in mindere mate de Amerikaanse monetaire autoriteiten, bleek de opmars van de Japanse munt niet te stuiten. Vandaag staan besprekingen over de bilaterale handelsonevenwichtigheden tussen beide landen geprogrammeerd. Ofschoon het Japanse bedrijfsleven "last' heeft van de sterke yen, zullen de Amerikaanse autoriteiten waarschijnlijk geen toegeeflijke houding ten toon spreiden. President Clinton heeft geëist dat het handelsoverschot van Japan ten opzichte van de Verenigde Staten moet worden teruggebracht van 3,5 procent van het BBP tot minder dan 2 procent van het BBP. Een sterke yen kan hierbij helpen.

Ofschoon de Europese munten in de verslagperiode per saldo koersverlies moesten incasseren ten opzichte van de dollar en de yen, was ook binnen het 'Europese valuta-krachtenveld' sprake van wijzigingen. Binnen het EMS kon een verzwakking van het D-mark-blok (D-mark, gulden en Belgische frank) worden geconstateerd. Van deze munten tendeert de Duitse munt thans als zwakste.

Ofschoon de Bundesbank de officiële tarieven sinds 22 april niet verder heeft verlaagd en zegt dit voorlopig ook niet te zullen doen, dreigt het anker van het EMS naar de bodem van het wisselkoersmechanisme van het EMS te zakken. Hoewel een dergelijke ontwikkeling niet van psychologische betekenis is ontbloot, behoeft dit niet noodzakelijk tot spanningen in het EMS te leiden. Dit zou slechts het geval zijn, indien de afstand tussen de sterkste en de zwakste munt in de smalle band van het EMS groter dreigt te worden dan de toelaatbare fluctuatiemarge van 2,25 procent. Thans is hiervan geen sprake. De consequentie van de zwakke D-mark is wel dat de Bundesbank minder speelruimte heeft om de rente te verlagen. Pas als andere EMS-landen (Nederland) bereid zijn hun officiële tarieven omlaag te brengen, wordt daarmee speelruimte voor de Bundesbank gecreëerd.

De munten die zich in de ruime band van het wisselkoersstelsel bevinden (peseta en escudo) hebben in de afgelopen week lichte koerswinst weten te boeken. Aanleiding daarvoor was de verkiezingsoverwinning van de Spaanse socialistische partij, die als meer "EMS-minded' te boek staat dan de conservatieve oppositiepartij. Zoals de laatste tijd gebruikelijk is, volgde de Portugese munt de peseta in haar kielzog.

Ook in Italië en het Verenigd Koninkrijk was de "politiek' een bepalende factor voor het koersverloop van de respectievelijke munten. In tegenstelling tot in Spanje bleek in Italië juist het verlies van de regerende partijen tot koerswinst van de lire te leiden. Het Britse pond moest daarentegen wat koersverlies incasseren. Enerzijds speelde de onrust in de conservatieve partij daarbij een rol, anderzijds de reputatie van de nieuwe "chancellor'. Naar verluidt zou minister Clarke namelijk de inflatie-problematiek van minder belang achten dan zijn voorganger, en aldus sneller tot een renteverlaging zijn geneigd.

Bron: Economisch Bureau ING Bank