Crisis tekent luchtvaartshow op Le Bourget

PARIJS, 11 JUNI. De gisteren door de Franse president Mitterrand geopende veertigste luchtvaartshow van Parijs wordt dit keer meer dan ooit gekenmerkt door soberheid. Het tweejaarlijkse vliegfeest op Le Bourget wordt opgeluisterd door 1573 bedrijven uit 38 landen, een terugval van tien procent ten opzichte van 1991. Die exposanten presenteren vrijwel alles wat met lucht- en ruimtevaart en defensie te maken heeft. Niettemin rijst voor iedere fabrikant afzonderlijk de vraag of het nog wel de moeite loont zoveel geld te spenderen aan de belangrijkste luchtshow ter wereld, in een tijd dat de bedrijfstak in het algemeen in zowel de militaire als civiele sector met de ernstigste crisis in zijn bestaan wordt geconfronteerd. Recordverliezen in de burgerluchtvaart, vrijwel weggevallen orders voor nieuwe vliegtuigen en de enorme bezuinigingen op defensiebudgetten overal ter wereld zorgen op Le Bourget voor een gepaste grafstemming. In een industrie waar massa-ontslagen meer regel dan uitzondering zijn past ook geen dure presentatie op een luchtvaartshow. “Zonder een miljoen alleen al voor je expositieruimte om je als fabrikant hier te presenteren, begin je helemaal niets”, zegt een woordvoerder van Fokker.

Ook twee jaar geleden zuchtte de bedrijfstak als geheel al onder een zware recessie. Maar in 1991 profiteerde Le Bourget nog van de euforiestemming na de overwinning in de Golfoorlog en werd letterlijk ieder type raket, radar- of gevechtsvliegtuig dat in de lucht was geweest boven Koeweit en Irak trots gepresenteerd aan de ruim 450.000 bezoekers die het evenement in bijna twee weken bezochten.

Maar dit jaar hebben vooral de Amerikanen hun voornaamste wapentuig thuisgelaten en concentreren Boeing en McDonnell Douglas zich voornamelijk op de burgerluchtvaart, die volgens marktdeskundigen in 1995 weer zal aantrekken, hetgeen zal resulteren in nieuwe orders voor vliegtuigen. In de militaire sector zijn die prognoses een stuk somberder. “We hebben daar het dieptepunt nog niet eens bereikt”, verklaarde Serge Dassault, één van de initiatiefnemers van de luchtvaartshow op Le Bourget en directeur van Dassault Aviation.

Nieuw oorlogsmateriaal valt derhalve mondjesmaat te bewonderen op Le Bourget. McDonnell Douglas presenteert in Parijs de F 16 Falcon Fighter, maar de afwezigheid van de Saab Grippen en de Eurofighter 2000 is veelzeggend voor de vrijwel stilgevallen activiteit in de militaire sector, waar alleen McDonnell Douglas de afgelopen week een enorme slag sloeg door voor 2,5 miljard dollar 34 gevechtsvliegtuigen aan Zwitserland te verkopen.

De teruglopende activiteit op wapengebied heeft het Amerikaanse bedrijf Hughes Aircraft, dat ondermeer de sensoren maakt voor de patriot-raketten, doen besluiten om Parijs dit keer maar niet aan te doen. De hoge kostenfactor van de luchtshow in Parijs blijkt volgens een woordvoerder van het bedrijf de voornaamste reden te zijn. Hoewel Hughes zich ook nogal druk heeft gemaakt over de activiteiten van de Franse geheime dienst DGSE, die met medeweten van de Franse ambassade in Washington een lijst zou hebben opgesteld van 49 Amerikaanse bedrijven die voor de luchtvaartindustrie- en defensie werken en die in Franse ogen in aanmerking zouden komen voor industriële spionage.

Maar erg diep zit dit zeer bij de Amerikanen blijkbaar niet. Boeing en Airbus, de twee grootste concurrenten in het segment van de grote passagiersvliegtuigen, de zogenoemde wide bodies, gaven in Parijs een gezamenlijke persconferentie. Zij praten al ruim drie maanden met elkaar over de mogelijkheid om in de toekomst een vliegtuig te bouwen dat tussen de 500 en 800 passagiers kan vervoeren. De ontwikkelingskosten van zo'n toestel, dat momenteel volgens Boeings John Hayhurst misschien slechts op vier vliegvelden ter wereld kan landen, zijn voor één fabriek te groot. Bovendien is uitgerekend dat er tot het jaar 2010 maar een beperkte markt voor een dergelijk toestel zou zijn.

Niettemin was het een curieus gegeven de twee grootste fabrikanten van vliegtuigen, die herhaaldelijk vechtend over straat rollen waarbij de één de ander beschuldigt van oneigenlijke concurrentie in de vorm van directe- en indirecte overheidsubsidies, achter de tafel zaten om het idee te bespreken. De topman van Airbus, Jean Pierson, had later tijdens de persconferentie van zijn eigen bedrijf echter nog geen concreet idee hoe de droom van dit supervliegtuig in de naaste toekomst verwezenlijkt moet worden.