Crawley zucht: "Herstel economie? Nou hier niet'

In de jaren tachtig was de gemeenschap Crawley nabij Londens tweede luchthaven Gatwick een symbool van de Britse economische wederopstanding. Daarna sloeg de depressie er meedogenloos toe. Premier Major mag dezer dagen dan de groene scheuten van het economische voorjaar zien, in Crawley zeggen ze: “Nou, hier niet.”

Wie op zoek is naar de groene scheuten van economisch herstel - en dat ben ik - kan geen betere bestemming uitkiezen dan Crawley in Sussex. Crawley? Wie heeft er iets te zoeken in Crawley? Geen toeristische gids die van deze kruising tussen de Bijlmer en Zoetermeer melding maakt. In de new town die in de jaren vijftig en zestig werd aangelegd rond een oude dorpsstraat is het bijna onmogelijk één karakteristiek Engels plaatje te schieten, zij het dat het voormalige dorpshotel, The George, onder de vleugels van het Forte-consortium nog in volle namaak-Tudor-glorie zijn best doet.

Nee, Crawley, dicht aangedrukt tegen Londens tweede vliegveld, Gatwick, heeft een andere verdienste. Het is binnen Groot-Brittannië een economisch-sociaal cliché. Crawley is de metafoor voor de economische boom van de jaren tachtig, die vooral het zuid-oosten van Engeland met haar zuigkracht voor dienstverlenende bedrijven hoog opstuwde in welvaart. Maar het is ook het symbool van de economische neergang van de jaren negentig, waarin miljoenen werden ontslagen, honderdduizenden vochten om in veel te duur betaalde huizen te kunnen blijven wonen en hele schares desondanks alles verloren: baan, huis en zelfrespect.

Crawley werd eerst beroemd door de ontstentenis van werkloosheid in het gebied waarin het de economische voortrekker is: van Brighton aan de zuidkust, via Horsham en Haywards Heath in midden-Sussex tot aan de zuidkant van Londens ringweg, de M25. Hele scharen journalisten beschreven het fenomeen, zelfingenomen politici refereerden er graag aan en talloos waren de woordspelingen met verwijzing naar dat trekpaard, Gatwick, met de vaak gebruikte uitspraak: “The sky is the limit”.

“We moesten tegen nieuwe industrieën, die zich hier wilden komen vestigen, zeggen: ga alsjeblieft weg. We hebben geen personeel voor je,”herinnert zich Alf Peglar (69), al tientallen jaren de leider van de stevig door Labour gedomineerde Crawley-council.

Maar met de komst van de recessie, de effecten van de Golf-oorlog en de slump in de luchtvaartindustrie ten gevolge van recessie en deregulatie stortte in Crawley de hemel in. En premier Major mag nog zo hard roepen dat de groene scheuten van een economisch voorjaar zich hebben aangekondigd, in Crawley zijn de meningen uiterst verdeeld over de vraag of dat wel waar is.

“Gebrek aan vertrouwen in de economie is zoiets als een besmettelijke ziekte,” meent Brian Stow, directeur van de Crawley District en Industries Association (CADIA), een club die 500 bedrijven met gezamenlijk 40.000 werknemers vertegenwoordigt. “Dat er hier ongeschoold personeel, seizoenswerkers voor Gatwick en de grote hotels daar in de buurt, aan het begin van de winter werd ontslagen, waren we tot op zekere hoogte gewend. Maar toen eenmaal ook managers en geschoold technisch personeel op straat werden gezet, ging iedereen zenuwachtig over zijn schouder kijken. Iedereen weet wel van iemand anders dat hij zijn baan heeft verloren en niet meer aan het werk kan. De mensen durven nu gewoonweg niet meer te geloven dat het beter zal gaan.”

Crawley werd onderworpen aan een cultuurshock die zijn uitwerking nog doet voelen. Stow is niet zonder hoop en noemt het nieuw gebouwde overdekte winkelcentrum, de County Mall, als hoeksteen voor zijn optimisme: in april opgeleverd en nu al voor tachtig procent gevuld met eersteklas-publiekstrekkers uit de detailhandel, van kantoorboekhandel W.H. Smith tot Boots, de drogist. Internationale onroerend goed-maatschappijen hebben volgens hem belangstelling getoond voor althans een deel van de 75000 vierkante meter leegstaande kantoorruimte, die zich in glanzende eentonigheid aaneenrijgt in het gebied tussen Crawley en Gatwick. Die ruimte is nu voor een prikje op de markt. De lokale krant heeft het kantorengebied al met de naam: “De wijk Tehuur” bedacht, vanwege de eindeloze borden met To let die de toeschouwer uit blinde ramen aanstaren.

Pag 12: Crawley's martelgang van welvaart naar ellende

Lokale wijsheid wil dat hier, zo dicht bij Londen enerzijds en het vasteland van Europa anderzijds op het toppunt van de economische koorts, in 1988, grif 1 miljoen pond per acre (0,4 ha) industrieterrein werd neergeteld. Die prijs was in 1991 tot de helft geslonken. En de industrieën die zich in de jaren tachtig zo overvloedig bij de lokale overheid meldden, bleven desondanks weg.

Crawley's economie, en daarmee die van het wijdere werkgebied er omheen, drijft voor 30 procent op industrie en voor 70 procent op diensten. Tot aan het midden van de jaren zeventig was dat net andersom. De aanwezigheid van het vliegveld Gatwick betekent dat 22.000 op een totaal van 60.000 banen direct en indirect door de aanwezigheid van Gatwick wordt gedirigeerd. Te veel, vindt iedereen achteraf, want toen de grote klappen vielen, waren alternatieven veel te weinig beschikbaar.

In de golf van overnames en bedrijfsuitbreidingen, die met de economische overmoed gepaard ging, was op de eerste waarschuwing in die richting niet voldoende acht geslagen. In 1987 bezweek de (Schotse) luchtvaartmaatschappij British Caledonian, met Gatwick als thuisbasis, voor de opgedrongen avances van het veel grotere British Airways. Meer dan 100 mensen verloren hun baan, zij het dat alternatieve werkgelegenheid toen nog volop voorhanden was. In 1990 ging British Island Airways over de kop, met schulden van 10 miljoen pond en een banenverlies van 500. Maar de grote klap was het ineenstorten, op het hoogtepunt van de recessie, in 1991, van Air Europa, de op twee na grootste internationale luchtvaartmaatschappij in Groot Brittannië. Dit keer werd op Gatwick een noodopvang gecreëerd om de bijna 2000 ontslagen employees in hun wanhoop bij te staan. En in oktober 1992 sloeg British Airways opnieuw toe en slokte Dan Air op: honderden werknemers werden regelrecht tot werkloosheid en de bijstand veroordeeld.

Een uitlating van een stewardess tegen de Crawley Evening Argus in die tijd, demonstreert precies wat het probleem van honderdduizenden meer in het ogenschijnlijk zo welvarende zuid-oosten van Engeland nog steeds is. Ze zei:

“Mijn man en ik hebben allebei onze baan verloren, we hebben een hypotheek en kinderen. Hoe moet dat nu verder?”

De olievlekwerking van de crisis in de luchtvaart deed zich meteen voelen. Rediffusion Simulation, een bedrijf dat vluchtsimulators ontwerpt, liet 2000 man gaan. De batterijenfabriek Duracell ontsloeg 320 man. En Philips Medical Systems werd door de recessie gedwongen nog eens 60 man te ontslaan. Brian Stow van CADIA wil achteraf wel bekennen dat sommige bedrijven de recessie aangrepen om knopen door te hakken die ze daarvoor hadden genegeerd. En zo “werd de broekriem misschien wel eens een gaatje verder aangetrokken dan strikt noodzakelijk was.” Crawley werd van symbool van welvarende voorspoed opeens het voorbeeld waar de ellende van economische recessie in levende lijve getoond kon worden. Van een werkloosheidspercentage van bijna 0% steeg het naar boven de 8% - volgens de manager van het plaatselijke arbeidsbureau nog een percentage “waar heel wat andere plaatsen in dit land hun handen over zouden toeknijpen.” De pers doopte het ongelukkige oord repossession city: nergens steeg het aantal door de hypotheekbanken als onderpand teruggenomen huizen zo snel als in Crawley. Alf Pelgar en zijn council trokken zich de haren uit het hoofd over een ander record. Uitgerekend Crawley had, meegevoerd door het Thatcher-ethos, van alle gemeenten in het land de meeste gemeentewoningen afgestoten aan eigenaar-bewoners. Nu is er een ellenlange wachtlijst voor de 12.000 woningen die ze nog in bezit heeft en de council wordt gedwongen zo'n 40 procent van zijn budget jaarlijks aan huursubsidie uit te geven - een uitgave waarvan de landelijke overheid geen cent vergoedt.

“Er is een nationaal herstelplan nodig,” meent Pelgar, “net als na de oorlog. Wat we toen voor elkaar kregen, kunnen we nu ook weer, maar er moet een initiatief van de regering komen. Er moet positief gehandeld worden.”

Net als landelijk het geval is, zijn ook in Crawley de werkloosheidscijfers nu drie maanden achtereen licht teruggelopen. Maar Pelgar gelooft niet in wezenlijk herstel. Het zijn, zegt hij, seizoensinvloeden en de banen zijn vooral die voor bagagepersoneel en horecastaf op Gatwick.

“De dienstverlenende sector trekt misschien iets aan, maar aan industriële kant is er geen verbetering. Elke toename gebaseerd op een uiterst mager begin wordt hier met gejuich begroet, maar het blijft een te mager begin.”

Ook het Citizens Advice Bureau in Crawley, een landelijk opererende instantie die ooit werd begonnen als een activiteit voor dames-met-parelkettinkjes die wilden weldoen aan minder bedeelde medeburgers, is al lang van karakter veranderd. Nog steeds bestaat de staf grotendeels uit gekwalificeerde vrijwilligers, maar hun expertise strekt zich noodgedwongen steeds verder uit in de richting van schuldregulering. Diane Pitt, de manager in Crawley, zegt dat haar cliënten wel de laatsten zijn die economisch herstel kunnen signaleren. Zij zitten voor jaren aan hun schulden uit de jaren tachtig vast, want crediteuren in dit land houden ervan hun debiteuren tegelijk een lesje te leren. Er is die ene gepensioneerde heer, die tot het eind van zijn dagen 50 pence in de week aan een schuldeiser dient af te dragen - een symbolische verplichting. Pitt heeft de afgelopen drie jaar zowel de aard van de schulden als het soort cliënten van het CAB zien veranderen. Het ging steeds minder om domme dingen met een credit card en steeds meer om schulden in verband met primaire levensbehoeften: het dak boven het hoofd, water uit de kraan, electriciteit en gas in de leidingen en de belasting en poll tax betaald. Waren het vroeger de sociaal lagere klassen die haar hulp zochten, nu kwamen ook de hogere beroepsgroepen om hulp.

“Totaal verbijsterd,”zegt ze, “dat er niets voor hen is dan een uitkering. Ze hebben in de krant gelezen hoe laag die is, ze hebben de discussies van politici in de verkiezingscampagnes gevolgd en het is nooit bij ze opgekomen dat zij er ook ooit iets mee te maken zouden krijgen. Het is nooit écht tot ze doorgedrongen, tot ze hier te horen krijgen dat ze van 125 pond per week zichzelf, hun vrouw en drie kinderen moeten onderhouden. “Dat kán ik niet”, zeggen ze dan. Het verlies aan zelfrespect volgt later. En dan is er nog de enorme druk die dat alles op persoonlijke relaties zet.”

“Mensen zien schulden als een schande. Het dringt pas achteraf door: man werkte, vrouw werkte, overtime werd overal tegen extra betaling aangeboden, overal werd je aangemoedigd zo duur mogelijk te kopen - en dan gaat eerst zijn baan, dan haar baan en dan kunnen ze hun huis niet verkopen, omdat de prijs daarvoor gezakt is onder die van de hypotheeklening. Het was een ingebouwd recept voor een ramp-op-termijn. En dan komt de bank zijn onderpand opeisen, en dan denken mensen nog dat ze, als ze de sleutel maar eenmaal hebben ingeleverd, van al hun schulden af zijn. Maar dan begint de bank alsnog...”

Op de winderige, licht verlopen Queen's Plaza, het betonnen winkelplein dat in naam herinnert aan de Koningin die het lint voor de nieuwe stad doorknipte, is het in bijna alle winkels die nog bestaan uitverkoop. Bij de meubelwinkel informeer ik naar de opleving op de huizenmarkt, waarmee de makelaarsvereniging ons nu al maanden poogt op te vrolijken.

“Nog niets van gemerkt,” zegt de bediende in het uitgestorven meubelparadijs. “Het is hier slecht. We hebben al maanden uitverkoop.”. Iets verderop koop ik een drie maal afgeprijsd jasje bij Principles, in een filiaal van de keten dameskledingzaken die in heel Engeland te vinden is. De manager strijkt bedachtzaam over het vloeipapier dat ze tegen de rug wil vouwen.

“Groene scheuten?”, zegt ze. “Nou hier niet. De mensen durven geen geld meer uit te geven, zelfs al hebben ze het. We hebben het hier zo goed gehad en kijk nu eens... Nee hoor, morgen kun je zonder werk zitten en wat moet je dan?”