Catherine Howe

Johan Jonker galerie, Paulus Potterstraat 38, Amsterdam. T/m 1 juli. Di t/m za 13-18u, zo. 17-17u. Prijzen 3800 tot 5000 dollar. Catalogus f15,-.

De allereerste blik op een schilderij van Catherine Howe (Williamsville, V.S., 1959) doet watertanden. Hier is iemand aan het werk geweest die zo heerlijk schildert dat ze de kijker twee schilderijen in een wil schenken: een achtergrond, juichend van kleur, die verder niets hoeft voor te stellen, en een eveneens uit verleidelijke kleuren opgebouwd portret van een vrouw of een meisje. Halo (1993) bestaat bijvoorbeeld uit een wand van tint verschietend geel. Precies in het midden daarvan staat een zwart meisje in een ouderwetse zomerjurk, haar haar in een dun vlechtje, haar handen voor haar buik ineengevouwen, haar gezicht omhooggericht. Maar bij nader inzien is de gele wand wel erg gelikt en wordt het zwarte meisje een nichtje van het zigeunerkind met traan.

Catherine Howe speelt leentjebuur bij haar Amerikaanse voorgangers. De achtergronden schildert ze in de stijl van Abstract Expressionisten als Willem de Kooning en Clyfford Still en haar modellen - blanke en zwarte vrouwen en kinderen - haalt ze bij de Ashcan School (onder wie Robert Henri en John Sloan) die in het begin van deze eeuw het dagelijks leven in een frisse realistische stijl wilden vastleggen. Howe zet de kijker bewust op het verkeerde been, wat haar in Europa waarschijnlijk beter lukt dan in Amerika, omdat voornoemde Ashcan realisten daar veel bekender zijn. Wat ze laat zien is onder meer dat deze twee door mannen gedomineerde stijlen minder van elkaar verschillen dan je zou vermoeden: ze zijn inderdaad heel wel samen te brengen in een schilderij. Als kritiek op de door mannen overheerste kunstgeschiedenis, waarin vrouwen en zwarten alleen als modellen voorkomen, lijkt deze werkwijze mij wat mager. Maar gelukkig laat Howe, die werd uitgekozen voor een solostand op de Kunstrai en nu bij galerie Johan Jonker exposeert, het daar niet bij. Haar talent dartelt de twee stijlen voorbij. Op een schilderij is de wervelende achtergrond teruggebracht tot een wolkje kleur boven het hoofd van een dame met een ironische mond, de rest is hel blauw gelaten. Op een ander schilderij houdt een zelfbewuste dame in een roze baljurk iets in haar hand. Is het een waaier of een palet? Ik ben benieuwd wat er gebeurt als Howe zich geen stijlen meer toeëigent, maar haar eigen idioom vindt.