"Als sociaal profiel wordt aangetast is er een probleem'; J. van Zijl (PvdA) over eisen fractie

Nog maar net heeft de PvdA-fractie de val van PvdA-staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) verwerkt of het volgende probleem dient zich aan: de inkomensplaatjes. Deze week heeft de PvdA-fractie haar standpunt bepaald ten aanzien van het inkomensbeleid: als volgend jaar de verschillen tussen de hoge en laagste inkomens in 1994 toenemen, is deelname aan het kabinet niet langer te verdedigen. Een gesprek met Jan van Zijl, fractiewoordvoerder.

DEN HAAG, 11 JUNI. Ex-staatssecretaris Ter Veld werd afgelopen maandag voor de tweede keer gehoord door de parlementaire enquêtecommissie sociale zekerheid. Op weg naar de Troelstrazaal, waar de verhoren worden gehouden, liep ze partijgenoot Jan van Zijl tegen het lijf. Onhandig mompelend wenste hij haar sterkte. “Wat moet je anders zeggen”, vroeg hij vertwijfeld.

Een paar dagen later, in zijn werkkamer, wil hij liever niet meer over de "affaire-Ter Veld' praten. “Ach jongens, hou nou toch eens op. Thijs Wöltgens heeft in de Kamer een verklaring afgelegd. Natuurlijk deed Elske haar best. En natuurlijk heeft ze haar kwaliteiten. Maar het lukte niet meer om het meningsverschil met de fractie communicerend op te lossen.”

Na het vraaggesprek in NRC Handelsblad waarin Ter Veld haar beklag deed over de fractie nam de PvdA-fractie een besluit: de staatssecretaris moest weg. “Het was een proces dat de laatste weken gepaard is gegaan met twijfel. Met gevoel voor de betrokkenen. Uiteindelijk is er een unaniem besluit genomen door mensen die niet allemaal van Lotje getikt zijn. Het leek misschien kil en steriel, maar wat zou er zijn gebeurd wanneer Wöltgens afgelopen dinsdag in de Tweede Kamer tranen van mededogen had geplengd? Iedereen had de krokodilletranen weggehoond. We hebben geprobeerd om het zakelijk te houden. En dat is gelukt. In de zakelijke sfeer is het verleden tijd. In de persoonlijke sfeer is nog een hoop te verwerken”, meent Van Zijl.

De PvdA-karavaan trekt verder. Onder een slecht economisch gesternte. Het kabinet moet volgens de directeur van het Centraal Planbureau, prof. drs. G. Zalm, rekening houden met een forse financiële tegenvaller als gevolg van de verslechterde economische situatie. In de Tweede Kamer voorspelde Zalm gisteren een “dramatische stijging van de werkloosheid.”

Elf maanden voor de verkiezingen staat de PvdA er slecht voor in de opiniepeilingen. Van Zijl is toch nog optimistisch. “Als je slecht in de peilingen staat, moet je actie ondernemen waardoor je positie weer verbetert. Inhoud leveren dus. Goed beleid maken voor de mensen waarvoor je zegt dat je opkomt.” Volgens Van Zijl moet het accent worden gelegd op het scheppen van banen. “Op dit moment verdwijnen er 10.000 banen per maand; dat vraagt om ingrijpende maatregelen. Daarnaast moet je bij de verdeling van lusten en lasten - zeker als het economisch tegenzit - de mensen het gevoel geven dat het eerlijk gebeurt. De afgelopen drie jaar lang zijn de verschillen tussen uitkeringen en lonen wat groter geworden. Een verdere denivellering moeten we echter volgend jaar absoluut voorkomen.”

Wat is een eerlijke inkomensverdeling volgens de PvdA?

“Bij een tegenvallende economische ontwikkeling moeten de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Er bestaat het beeld dat het onmogelijk is de inkomens in de pas te houden, want we hebben de werkgevers en de werknemers immers niet in de hand. Ik vind dat aperte onzin. Met drie à vier heldere maatregelen kun je je doel bereiken. Geen koopkrachtbehoud, dat zit er in de huidige situatie niet in. Maar iedereen op dezelfde manier aanspreken, dat is een kwestie van politiek willen. Je moet gewoon tegen iemand met een inkomen van 80.000 gulden durven zeggen "u gaat er 1 of 2 procent op achteruit'.”

In de meeste recente berekeningen daalt de koopkracht van de sociale minima - zonder aanvullende maatregelen - met 3,3 procent. Mensen met een twee keer modaal inkomen (80.000 gulden) zien hun koopkracht met 0,4 procent afnemen. Hoe moet deze verhouding volgens de PvdA-fractie worden?

“De koopkracht van de sociale minima mag volgens mijn fractie niet méér dalen dan de koopkracht van twee keer modaal. Iedereen gelijk. En het kan eenvoudig, want de verschillen worden vooral veroorzaakt door een aantal maatregelen van het kabinet, zoals bijvoorbeeld de ontkoppeling, stijging van de nominale ziektekostenpremie, bevriezing van de kinderbijslag. Als je die niet laat doorgaan, dan heb je al een heel deel van de problemen opgelost. En we hebben natuurlijk de heffingskorting dat zou al heel veel zoden aan de dijk zetten.”

CDA-fractievoorzitter Brinkman vindt het PvdA-voorstel de belastingvrije som in de loon- en inkomstenbelasting te vervangen door een zogenoemde heffingskorting "onaanvaardbaar' wegens de inkomensnivellerende effecten.

“Het mag natuurlijk anders, als het beoogde effect maar wordt bereikt. De doelstelling van de heffingskorting is niet nivelleren, maar middelen vergaren die je kunt inzetten voor werkgelegenheidsbeleid.”

CDA-minister De Vries van sociale zaken wil verschillen tussen een uitkering en een betaalde baan verhogen om mensen financieel te prikkelen om aan de slag te gaan.

“Als je 400.000 werklozen hebt en 40.000 vacatures kun je prikkelen bij het leven, maar het werkt niet. Wat wel werkt is een verlaging van de arbeidskosten. Je moet nu aan de vraagkant opereren. Het verhaal van De Vries sneed hout bij 300.000 werklozen en 100.000 vacatures.”

Het CDA typeert de PvdA-voorstellen als nivellerend.

“Ik verwijs dan naar de afspraak in het regeerakkoord: de inkomensverschillen zou we noch vergroten, noch verkleinen. Dat is de afgelopen jaren niet helemaal gelukt. De inkomensverschillen zijn groter geworden. Die denivellerende trend willen we neutraliseren. Ik weiger te geloven dat dit een ouderwets socialistisch stokpaardje is. Het is ook een appel op het sociale gezicht van de coalitiepartner. De offers van de hogere inkomens worden aangewend voor de lagere inkomens en voor meer banen.”

Maar moet dat geld niet worden gebruikt voor de nieuwe financiële tegenvallers die zich binnenkort bij minister Kok aandienen. Of is de economische situatie zo penibel dat de doelstelling van het financieringstekort verder moet worden losgelaten? Nóg een tandje lager misschien?

“Het criterium moet zijn: de werkgelegenheid. Als meer bezuinigen leidt tot meer werkloosheid moet je je afvragen of je wel verstandig bezig bent.”

Laat u werk prevaleren boven de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de Economisch en Monetaire Unie (EMU) over een financieringstekort van drie procent van het bruto binnenlands produkt?

“Dat wordt de afweging.”

Een politicus zit er om te zeggen wat het belangrijkst is.

“Werkgelegenheid.”

Is het inkomensbeleid een kabinetscrisis waard?

“Ik denk dat ons standpunt geen politieke spanningen hoeft op te roepen. Dit is geen eenrichtingsverkeer crisis. Een inzet die te verdedigen valt, is geen eenrichtingsverkeer crisis.”

U zet de richting uit. Maar er is toch ook nog een coalitiegenoot?

“Zeker, maar ik kan wel vier of vijf redenen kan bedenken waarom het CDA op dezelfde uitkomst kan en wil uitkomen.”

Als dat zo makkelijk was, was het toch al gebeurd?

“Dat moet blijken in de zomer. Als het CDA geen gelijkmatige inkomensontwikkeling wil, neemt het afstand van een paar dingen: het regeerakkoord, de afspraken in de Koppelingswet, de huidige afspraken in de Kaderbrief, en afstand van een sociaal gezicht. Dat kan? Het is een keuze die het kan maken. Ik zou het niet verstandig vinden.”

Maar u zet het CDA het mes op de keel.

“Nee, Ik geef aan wat voor ons ijkpunten zijn van het kabinetsbeleid. Ik weiger te geloven dat onze wensen op dit punt tot een crisis leiden. Wij wensen een kabinetscrisis onder bijna alle omstandigheden te voorkomen. Maar als op majeure beleidspunten - dat geldt voor het CDA en voor ons - keuzes worden gemaakt die zóver afstaan van de kernreden waarom een partij in een kabinet zit, dan zijn die punten een crisis waard. Als ons sociaal profiel ernstig wordt aangetast, dan hebben we een probleem. Dán is de deelname aan het kabinet niet meer te verdedigen. Ik weiger te geloven dat het zo ver hoeft te komen.”

    • Cees Banning
    • Derk-Jan Eppink