Wereldpremière op Holland Festival; Henri Pousseur maakt moderne muziek die droomt van Schumann

Dichterliebesreigentraum van H. Pousseur door Radio Kamerorkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Pierre Bartholomée m.m.v. Marianne Pousseur (sopraan), Peter Harvey (bariton) Alice Adar en Brigitte Foccroulle (piano): 11/6 20.15uur Beurs van Berlage Amsterdam. Verder muziek van Pierre Bartholomée en Ton de Leeuw.

“Ik heb een oude band met Schumann. Toen ik tien was, speelde ik de eenvoudige pianostukjes uit de Kinderszenen. Later ontdekte ik de liederen uit de cyclus Dichterliebe, die me nooit meer losgelaten hebben.” De bewondering waarmee de Belgische componist Henri Pousseur (64) spreekt over de muziek van Schumann heeft op het eerste gezicht iets raadselachtigs. In de jaren vijftig schreef Pousseur seriële en elektronische muziek en werkte hij samen met Boulez, Berio en Stockhausen. En hoewel Pousseur vanaf 1960 afstand nam van de strenge post-Weberniaanse reeksentechniek en op zoek ging naar meer harmonieuze vormen, beschouwt hij het serialisme nog altijd als de meest complete muzikale grammatica die er is. Het is niet een achtergrond die je snel in verband brengt met de dromerig romantische esthetiek van Schumann en Heine.

Het raadsel lost zich op als Pousseur vertelt hoe hij Schumanns liederen gebruikte voor Dichterliebesreigentraum, dat morgenavond tijdens het Holland Festival in de Amsterdamse Beurs van Berlage zijn wereldpremière beleeft. “Een jaar of vijftien geleden heb ik een uitgebreide analyse gemaakt van Dichterliebe. Het bleek dat Schumann de opeenvolging van de toonsoorten in de zestien liederen hanteert als een alchemistisch proces. De toonsoort van het eerste lied keert vervormd terug in het laatste, waardoor de indruk ontstaat van een cirkel die tegelijk een spiraal is. De basisstructuur van deze cyclische voortgang van de modulatie heb ik versimpeld tot een matrix, een quasi-reeks waaruit het hele werk is afgeleid. Schumanns liederen zijn als in een goudmakersoven omgesmeed tot een spiraal van spiralen. Alles draait en draait, het is een rondedans. Vandaar het woord "Reigen' in de titel.”

Pousseur instrumenteerde het stuk, dat een klein uur duurt, voor sopraan, bariton, twee piano's, koor en orkest. Het valt uiteen in zestien fragmenten waarvan het karakter correspondeert met elk van de liederen uit de cyclus. Dichterliebesreigentraum klinkt als moderne muziek die droomt van Schumann, vindt Pousseur. Hij is niet bang voor een botsing tussen de strenge constructie en het chaotische effect ervan op de luisteraar. “Structuur en expressie sluiten elkaar niet uit. Bach is een van de meest expressieve componisten omdat zijn werk zo knap gestructureerd is.

“Voor mij zijn constructies als in Dichterliebesreigentraum een gereedschap om tot het uitdrukkingsniveau te geraken waar ik wil zijn, waarvan ik droom. Hoe gecompliceerd de structuur ook lijkt, ze is altijd gericht op de expressie. We leven in een nogal complexe wereld. Om muziek te maken die congruent is met onze situatie, heb je een systeem nodig dat niet te simplistisch is. Dichterliebesreigentraum is een Weberniaans stuk, ook al klinkt het niet zo. Het is een seriële compositie, maar een die niets te maken heeft met de reeksenmuziek die we in de jaren vijftig schreven.”

Pousseur gaf zijn leven lang les - van 1957 tot 1967 op de befaamde "Internationale Ferienkurse für Neue Musik' in Darmstadt - en was tot 1988 directeur van het conservatorium in Luik. Als mensen zijn muziek niet begrijpen, is dat voor een belangrijk deel te wijten aan de gebrekkige muziekopleidingen, vindt hij. “In de zogenaamde primitieve maatschappijen en van de middeleeuwen tot in de achttiende eeuw was muziek een basisdiscipline. Vandaag is daar niets meer van over. In België ontbreekt muziek zelfs volledig in het onderwijsprogramma.”

De scheiding tussen publiek en eigentijdse muziek houdt hem bezig. “Dat componisten nog nooit in de geschiedenis componeerden voor een zo massaal en eenvormig publiek is te danken aan de media. Maar het zou wel eens een fout kunnen zijn deze massa rechtstreeks te willen bereiken. De researchmuziek waaraan we veertig jaar geleden werkten bereikte geen groot publiek, maar heeft toch enorme invloed gehad. Het gaat stapsgewijs. In onze experimenten gebruikten we elektronica die nu van fundamenteel belang is in de popmuziek. Ik ben niet somber over de toekomst. Het is een kwestie van geduld.”

    • Peter Peters