"Wachten op realiteitszin van ambtenaren'

DEN HAAG, 10 JUNI. De ambtenarenacties zullen ook morgen in de Trêveszaal weer op de agenda van de ministerraad staan. Dat is een wekelijks ritueel zolang de acties duren. Minister Dales (binnenlandse zaken) wil dat het kabinet extra geld beschikbaar stelt om enigszins tegemoet te komen aan de eisen van de bonden. De bonden eisen 2,5 procent en zowel de "werkgever Rijk' als de "werkgever gemeenten' bieden één procent.

De tactiek van minister-president Lubbers is simpel, meent een betrokken ambtenaar. “De premier benut het mooie weer en de komende vakantieperiode. De burgers merken weinig van de acties en die zullen dan ook heel langzaam doodbloeden.”

Tijdens het driedaagse congres van de vakcentrale FNV in Amsterdam onderstreepte Lubbers gisteren dat het kabinet geen geld vrijmaakt om aan de looneisen van de bonden tegemoet te komen. Verhoging van de salarissen gaat ten koste van de overheidsinvesteringen, meent Lubbers. Om de impasse in de onderhandelingen te doorbreken, zou aan een tweejarig contract kunnen worden gedacht. Lubbers wil de onderhandelingen opschorten tot na de zomer. “Het echte probleem voor de overheid ligt in 1994. We moeten kijken naar beide jaren (1993 en 1994) als er in augustus zicht is op de begroting voor het komend jaar”, aldus Lubbers.

Het idee pas in augustus verder te onderhandelen wijzen de vakbonden van de hand. “Voor de gemeente-ambtenaren onderhandelen wij met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Zij moet met een bod komen. Wij onderhandelen niet met Lubbers.”.

Saillant is dat op het jaarlijkse congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in Sas van Gent voorzitter Havermans, op vrijwel hetzelfde moment dat Lubbers sprak, zei dat alleen extra geld van het kabinet kan leiden tot een hoger loonaanbod van de VNG. “Een gebaar” van het kabinet is volgens hem noodzakelijk om de CAO-impasse te doorbreken. “De looneis van de bonden betekent een last die gemeenten onmogelijk zelf kunnen dragen.”

De Rotterdamse wethouder Smit, lid van het College voor Arbeidszaken dat namens de VNG onderhandelt met de bonden, beaamt dat deze zomer geen wonderen zijn te verwachten van de werkgevers, tenzij “ergens in Den Haag een fee opstaat”. Hoewel de VNG nul procent heeft gekregen van het rijk “schijnen de bonden nog steeds te denken dat de gemeenten de afgelopen jaren geld hebben overgehouden”. “Rare klets”, vindt hij. Voor 1993 is de marge nul, volgend jaar min 0,7 procent.

Als de bonden op hun strepen blijven staan zullen ze de consequenties ervan moeten aanvaarden, luidt de opvatting van de VNG. Een loonsverhoging van 2,5 procent betekent het verlies van vijfduizend arbeidsplaatsen bij de gemeenten en minder dienstverlening. “Dus minder vuil ophalen, om eens iets te noemen”, zegt Smit. Een loonsverhoging kan worden betaald door verhoging van de prijzen, verlaging van de kosten, of een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden. “Een loonsverhoging heeft altijd de geur van een sigaar uit eigen doos.”

Door de beperkte ruimte hebben de onderhandelaars van de VNG geen keus bij het kiezen van een strategie. Het enige dat de werkgevers volgens de Rotterdamse wethouder kunnen doen is wachten tot “de realiteitszin bij de ambtenaren toeslaat”. Dat zal voor de zomervakantie nog gebeuren, want ze zullen zich realiseren dat een vervolg van de stakingen in het najaar aan de precaire financiële situatie van de overheid niets verandert, zo is de stellige overtuiging van Smit.

Sinds dit jaar wordt in acht aparte sectoren onderhandeld over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren. In principe staat de VNG op eigen benen, maar de opmerkingen van Havermans en Smit illustreren de stand van zaken. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken keert de overheid ongeveer vijftig miljard gulden uit aan de salarissen van ongeveer 850.000 ambtenaren. Een verhoging van één procent kost de schatkist dus vijfhonderd miljoen gulden.

Met de decentralisatie wil het kabinet verschillen in beloning en de andere arbeidsvoorwaarden mogelijk maken tussen ambtenaren, maar in alle sectoren wordt bij de onderhandelingen over de ambtenaren-CAO eenzelfde percentage geëist. Topambtenaar Pont van Binnenlandse Zaken, en onderhandelaar namens Dales, heeft zich in het verleden al vaker sceptisch uitgelaten over mogelijke beloningsverschillen tussen sectoren van ambtenaren. “Het ontbreekt de overheid aan financiële middelen om grote verschillen te laten ontstaan”, voorspelde Pont een jaar geleden.

De bonden ontlenen een deel van hun eisen aan de ontwikkelingen in de markt. De gemiddelde loonstijging in de afgesloten CAO's in het bedrijfsleven ligt dit jaar op 2,3 procent. Maar bij ondernemingen waarmee het minder goed gaat, zo houden premier Lubbers en de VNG vol, is de loonverbetering aanzienlijk kleiner of zelfs nihil. De overheid vergelijkt zichzelf liever met de financieel kwakkelende Hoogovens dan met een florerend Unilever.

De vergelijking tussen ambtenaren-CAO's en markt-CAO's gaat ook op het vlak van de overige arbeidsvoorwaarden mank, vinden de werkgevers. De ambtenaren zijn nog steeds in het voordeel met de huidige wachtgeldregeling (de ambtenaren-WW) en het ziekengeld. Ook de vakbonden voor niet-ambtenaren hebben zich al kritisch over de starre eis van 2,5 procent uitgelaten.

Verslechtering van de arbeidsvoorwaarden of, zoals de werkgevers het noemen, een meer marktconforme benadering, vinden de bonden onbespreekbaar. “Een verslechtering van de overige voorwaarden betekent dat je je eigen loonstijging betaalt. In de marktsector wordt een loonsverhoging door het bedrijf betaald, niet door het personeel zelf”, menen de vakbonden.

Er is nog een lange weg te gaan voordat de onderhandelingen bij een ambtenaren-CAO zich ook qua procedure kunnen meten aan de marktsector. Volgens de Amsterdamse hoogleraar arbeidsrecht prof.mr. P.F. van der Heijden is er sprake van een misverstand. “Er bestaat helemaal geen ambtenaren-CAO. Het is nog steeds zo dat de overheid de arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren eenzijdig vaststelt. Geleidelijk aan is er wel sprake van iets meer open en reëel overleg, waardoor het steeds meer het karakter van onderhandelingen krijgt, maar van een overeenkomst, van een contract is nog steeds geen sprake.”

In de toekomst zal het wel die kant opgaan, zegt Van der Heijden. Hij verwacht dat dan de situatie ontstaat dat de verschillende sectoren een budget krijgen toebedeeld, waarover ze zelf kunnen beschikken en waarvan ze dus zelf kunnen bepalen welk deel in arbeidsvoorwaarden wordt gestoken. “Maar het budget zal altijd door de politiek worden bepaald.” Het model wordt dan vergelijkbaar met dat in het ziekenhuiswezen en het streekvervoer, waar CAO's worden afgesloten nadat het budget door de politiek is vastgesteld.

Het eerder gesloten akkoord over reparatie van het WAO-gat voor ambtenaren kwalificeert Van der Heijden als een onderhandelingstruc. “Dat was een poging om de vakbonden in de stemming te brengen in de buurt van de nullijn te gaan zitten. Dat is dus niet zo handig gespeeld van Binnenlandse Zaken.”