Voetgangers lopen sneller als stad groter is, maar ...

In 1976 toonden de Amerikaanse onderzoekers M.H. Bornstein en H.G. Bornstein aan dat de snelheid waarmee voetgangers zich voortbewegen hoger ligt naarmate hun stad groter is.

Ze verklaarden dit als een psychologische reactie op overstimulatie. De overbelaste inwoner van de grote stad zou zich sneller voortbewegen om zijn omgeving niet te veel tot zich te laten doordringen. Het onderzoek, dat onder de pakkende titel "The pace of life' werd gepubliceerd in Nature, zou nog vaak worden aangehaald.

Vorig jaar deden Peter Wirtz van de Universiteit van Freiburg en Gregor Ries van het Max Planck Instituut aldaar dit onderzoek over, in veertien plaatsen in Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Italië. Ook zij vonden het verband tussen stadsgrootte en wandelsnelheid.

Maar er bleek nog iets. Grote steden tellen verhoudingsgewijs meer jonge mannelijke voetgangers en minder wandelaars van boven de zestig jaar. De eerste onderzoekers hadden dit over het hoofd gezien.

Zowel mannelijke als vrouwelijke voetgangers bewegen zich na hun dertigste gaandeweg minder snel voort, met een ernstige terugval wanneer zij de zestig gepasseerd zijn. Mannen lopen gemiddeld sneller dan vrouwen. Aan de hand van de leeftijd en het geslacht van op straat aangetroffen mensen blijkt hun gemiddelde snelheid uitstekend te voorspellen. Het is dus voorlopig onnodig om verschillen in loopsnelheid tussen kleine en grote plaatsen op andere manieren te verklaren dan uit de bevolkingssamenstelling. Daarmee is het beeld van de door zijn omgeving voortgejaagde stadsmens vervallen. (Frans van der Helm / Behaviour 123)