Vakbeweging probeert rol in WAO-debâcle goed te praten; Stekelenburg: wij zijn onschuldig; "De FNV hoeft zich nergens schuldig over te voelen'

DEN HAAG, 10 JUNI. Getergd door de kritiek op het functioneren van de sociale partners haalde FNV-voorzitter Johan Stekelenburg woensdag op een driedaags FNV-congres fors uit naar de parlementaire enquête Uitvoeringsorganen Sociale Verzekeringen. Pas op, waarschuwde Stekelenburg, de FNV laat zich niet, op grond van de bevindingen van deze parlementaire enquête, “als een zondebok de woestijn in sturen.” Stekelenburg: “Een dergelijke opstelling zal door ons niet worden aanvaard.” De parlementaire enquête was volgens de FNV-voorzitter een uitvloeisel van “besmuikte” opvattingen.

CNV-voorzitter Anton Westerlaken viel zijn FNV-collega 's avonds in het NOS-journaal bij. De Nederlandse vakbeweging beweegt zich daarmee op gevaarlijk terrein. Terwijl de parlementaire enquête nog volop gaande is, wordt de commissie-Buurmeijer onder zware druk gezet door één van de belangrijkste belanghebbenden. Wie tornt aan de rol van vakbeweging in de sociale zekerheid, zei Stekelenburg, “die tornt aan het wezen van de arbeidsverhoudingen zoals we die hier kennen.” Met andere woorden: overheid, dan kun je de loonmatiging helemaal vergeten.

De "partners' op het sociale vlak, de werkgevers, reageerden terughoudend. Het Verbond van Nederlandse Ondernemingen liet weten dat men het ongepast vond om “hangende de enquête” op de resultaten vooruit te lopen. Het Nederlands Christelijke Werkgeversverbond wacht met een reactie tot de openbare verhoren voorbij zijn. “Uit beleefdheid, de zaak is als het ware de jure,” aldus een woordvoerder.

Stekelenburg kan dat geduld blijkbaar niet opbrengen. Hij opereert eigenlijk volgens de "wet van Dales': terwijl de parlementaire enquête nog loopt, komt hij met dreigementen om het resultaat bij te sturen.

Natuurlijk had Stekelenburg voor minister van Binnenlandse Zaken Ien Dales, die voor de enquête getuigde omdat ze in 1981/1982 staatssecretaris van Sociale Zaken was, geen goed woord over. Hij sprak van een “beschamend hoogtepunt”, van “wilde aantijgingen”. Nu was de beschuldiging van Dales dat de vakbeweging persoonlijke dreigementen niet schuwde weliswaar irrelevant voor de enquête - met de uitvoering van WAO, WW of Ziektewet had die beschuldiging niets te maken - maar of hier sprake is van “wilde aantijgingen” mag worden betwijfeld. Dales noemde betrouwbare getuigen.

Gelukkig had Stekelenburg ook inhoudelijk iets te melden. Zijn redenering liep als volgt. De politiek kan niet alleen leiding geven aan een land: tal van publieke taken worden “op een hoogwaardig niveau” geheel of gedeeltelijk door particuliere instellingen en organisaties uitgevoerd. Zie het onderwijs, de volkshuisvesting, de gezondheidszorg, de ontwikkelingssamenwerking, het publieke omroepbestel. Zie ook het stelsel van sociale zekerheid, dat zijn oorsprong vindt in inspanningen van vakorganisaties aan het eind van de negentiende eeuw. Voor dat stelsel “hebben we ons nog geen dag geschaamd”. Ontkende Stekelenburg dan dat de WAO uit de hand is gelopen? Nee. Maar hij wil wel “de context schetsen waarbinnen het uit de hand lopen van de WAO moet worden begrepen.” En toen kwam hij pas echt op dreef. Stekelenburg: “Er moest volumebeleid worden gevoerd. Er is volumebeleid gevoerd.” Hij verwees naar het akkoord van Wassenaar van najaar 1982, waar naast loonmatiging overeenstemming is bereikt over arbeidstijdverkorting. Stekelenburg: “Daarna is er nauwelijks meer volumebeleid gevoerd. Veel te weinig in de sfeer van het voorkómen van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Veel te weinig in de sfeer van herverdeling van werk. Veel te weinig ook in de bevordering van de rentegratie. Alle oproepen, vurige pleidooien, massale acties van de FNV ten spijt. De overheid hield zich doof. De werkgevers hielden zich doof.”

Nee, in plaats van te luisteren naar de FNV verlaagde de boze overheid de uitkeringen. De FNV deed haar “uiterste best (...) mensen, voor wie op de arbeidsmarkt geen plaats was, binnen de wettelijke mogelijkheden hun rechten te geven. Sinds wanneer is het een schande dat je voor mensen die in de verdrukking zitten opkomt!” Wat er ten aanzien van de collectieve lastendruk gebeurd zou zijn als de uitkeringen in de jaren tachtig niet waren verlaagd liet Stekelenburg wijselijk in het midden.

Binnen de wettelijke mogelijkheden? Het is een gotspe. Op grote schaal kregen mensen die recht hadden op een WW-uitkering in plaats daarvan een WAO-uitkering - wat voor de cliënt op langere termijn nu eenmaal veel voordeliger is. Kwam de vakbeweging voor mensen in de verdrukking op? Of drukte ze op duizenden en nog eens duizenden gezonde mensen het etiket "arbeidsongeschikt' zodat zij nooit meer aan de slag kwamen of wilden komen? Stekelenburg: “De FNV hoeft zich nergens schuldig over te voelen. We kunnen de samenleving recht in de ogen kijken. Wij blijven staan voor onze positie in de uitvoeringsorganisatie.”

Gelukkig was Stekelenburg “best bereid mee te denken over een andere inrichting van ons stelsel van sociale zekerheid”, hij verwees naar de FNV-nota "Met zekerheid aan het werk' waarin preventie en rentegratie centraal staan. Waarin ook wordt bepleit dat instanties die bezig zijn met verbetering van de arbeidsomstandigheden, met arbeidsvoorziening en met sociale uitkeringen beter - optimaal zelfs - samenwerken. Per regio.

Wanneer steekt de vakbeweging nu eindelijk eens de hand in eigen boezem? Het is toch opmerkelijk dat een grondige analyse van de eigen rol van de vakbeweging in de sociale zekerheidsexplosie nog steeds ontbreekt. De vakcentrales mogen mooie plannen formuleren, waar het op aan komt is of de bonden die uitvoeren. Die bonden besturen, samen met de werkgevers, de 19 bedrijfsverenigingen die de AAW/WAO, de WW en de Ziektewet uitvoeren (waarmee dit jaar bijna 50 miljard gulden is gemoeid). Een vertegenwoordiger van het algemeen belang ontbreekt in die besturen.

Een enkele uitzondering daargelaten (de bouw) voerden deze bedrijfsverenigingen in de jaren tachtig niet of nauwelijks een volumebeleid. Er waren geen plannen voor rentegratie, geen plannen voor preventie. De sociale partners stonden met hun neus bovenop de explosie van de sociale zekerheid, en deden er niets aan. Dat geldt niet alleen voor de vakbeweging, maar ook voor de werkgevers.

Als de bevindingen van de parlementaire enquête, die in september bekend worden, ertoe leiden dat de rol en de macht van de sociale partners in de uitvoering van de sociale zekerheid wordt herzien is dat een goede zaak. Dat wil niet zeggen dat de rol van de vakbeweging wordt “gemarginaliseerd”, zoals Stekelenburg stelt. Maar meer evenwicht kan geen kwaad.