SAUS VAN CHAMPIGNONS EN KAPPERTJES

Deze makkelijk te maken saus past bij vlees, gevogelte en vis. Denk hierbij aan ongepaneerde schitzels, kip- en kalkoenfilet, varkenshaas en koolvis- of kabeljauwfilet.

Voor 2-3 personen.

300 gram kalkoenschnitzel 1 sjalotje 125 gram grotchampignons 25 gram boter 1 1/2 deciliter kippebouillon (eventueel van een half bouillontablet) 1/8 liter crème frache zout, peper 1 - 1,5 eetlepel kappertjes 2 theelepels mazena. Snijd het vlees in vingerlange repen (of plakken afhankelijk van het soort vlees). Pel en snipper het sjalotje. Maak de champigons schoon en snijd ze in plakjes. Verhit de boter en bak daarin de repen vlees in enkele minuten rondom lichtbruin en bijna gaar. Voeg de stukjes sjalot en champignon toe. Bak alles twee minuten lang op hoog vuur. Af en toe omscheppen. Schenk de bouillon erbij en roer eventuele aanbaksels op de bodem van de pan los. Roer de crème frache door het gerecht. Even laten pruttelen. Voeg naar smaak zout, peper en kappertjes toe. Roer de mazena met 2 eetlepels water glad en bind hiermee de saus. Serveer het gerecht met flageolets, erwtjes of snijbonen. Bij vis kan de saus apart gemaakt worden, gebruik dan wel visbouillon in plaats van kippebouillon.

    • Annelène van Eijndhoven