Restauratie Biennale-paviljoen 1 mln; Grote expositie Nederlandse kunst in Venetië in '96

VENETIË, 10 JUNI. In het voorjaar van 1996 zal het Palazzo Grassi in Venetië een omvangrijk overzicht presenteren van Vlaamse en Nederlandse kunst. Dit maakte minister d' Ancona (WVC) gisteren bekend bij de officieuze opening van de Biennale van Venetië, die zondag voor het publiek opengaat.

Ze kondigde ook aan dat het Nederlandse Biennale-paviljoen voor een miljoen gulden opgeknapt gaat worden.

De tentoonstelling over drie jaar in het Palazzo Grassi, die voorbereid wordt door Jan Hoet, directeur van het Museum van Hedendaagse Kunst in Gent, en door Rudi Fuchs, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, omvat werken van het eind van de negentiende eeuw tot heden; vanaf James Ensor en Vincent van Gogh tot Panamarenko en Jan Dibbets.

Niet bekend

Tenminste drie universiteiten verlenen hun medewerking aan de totstandkoming van de tentoonstelling en een boek, dat als toekomstig standaardwerk zowel de beeldende kunst als architectuur en vormgeving van die periode zal belichten.

Palazzo Grassi rekent bij een dergelijke grote tentoonstelling op minimaal 300.000 bezoekers.

d'Ancona kondigde gisteren ook de definitieve restauratie aan van het Rietveldpaviljoen op het Biennale-terrein, het enige gebouw dat deze architect buiten de landsgrenzen heeft nagelaten. WVC draagt de helft van de een miljoen gulden aan verbouwingskosten bij; voor de resterende vijf ton zijn twee sponsors gevonden.

Het paviljoen waar al sinds dertig jaar Nederlandse presentaties worden verzorgd, een op het oog onberispelijke ruimte waar nu de glazen en polyesterbeelden en -panelen van Niek Kemps vertoont bouwkundige gebreken en moet een nieuwe vloer en kozijnen krijgen.

Overigens ligt het nu vast dat ook bij volgende Biennales België en Nederland nauw zullen samenwerken. Voor het eerst werden op deze Biennale beide paviljoens naar verwantschap gezocht door twee in toonzetting en intellectuele artisticiteit gelijk gerichte kunstenaars, Jan Vercruysse en Niek Kemps, te selecteren.

De expositie van vier Vlaamse en vier Nederlandse kunstenaars met onder andere werk van Marc Manders en Marc Mulders, een gezamenlijke presentatie in de kloosterschool Scuola San Pasquale in een Venetiaanse volksbuurt heeft nu al zoveel bijval gekregen van kerkelijke functionarissen en buurtbewoners dat WVC overweegt bij volgende Biennales lokaties met een dergelijk "verscholen en buurtachtig' karakter voor gezamenlijke tentoonstellingen te reserveren. Daarbij zouden voor specifieke ruimtes opdrachten aan Vlaamse en Nederlandse kunstenaars moeten worden verstrekt voor werk met een permanent karakter.

Op de huidige Biennale zijn vijftig landen vertegenwoordigd. Gisteren verzamelden zich onder het toeziend oog van een schare veiligheidsbeambten duizenden journalisten en museummensen die uren in een nauwe en oververhitte ruimte moesten wachten op het afwikkelen van de nodige formaliteiten. Deze Biennale mag dan volgens zijn voorzitter Achille Bonito Oliva in het teken staan van internationale verbroedering, het oponthoud leidde tot veeltalige scheldpartijen en internationale schermutselingen, die voor diezelfde Oliva aanleiding vormde om zich snel uit de voeten te maken. Dat ook het overkoepelend thema "internationalisme' niet al te letterlijk moet worden opgevat, blijkt onder meer uit het feit dat het dit keer niet gelukt is een Engelstalige catalogus te produceren. Kreeg gistermorgen nog de uitgever de schuld van verlate aflevering, gistermiddag bleek er überhaupt geen andere dan een Italiaanse catalogus te zijn gemaakt.

Veel gemoedelijker ging het er aan toe op de ontvangst die WVC 's avonds op een van de vele pleinen van Venetië aanbood en die ook door een flink aantal buitenlandse kunstenaars werd bezocht. De meeste aandacht echter trokken commandant M.A. van Maanen en zijn officieren van het fregat Kortenaer, een VN-smaldeel dat toevallig de haven van Venetië aan doet. De mariniers, die bijdragen een de blokkadebewaking van Montenegro, waren gestoken in een oogverblindend toetoep, een wit tropisch uitgaangskostuum, en werden aanvankelijk aangezien voor figuranten in een nog uit te voeren performance. “Wij zitten bijna een half jaar met zo'n tweehonderd man op een schip van 120 meter. Hoewel we het goed met elkaar kunnen vinden is het toch erg prettig om weer eens met andere Nederlanders te spreken”, aldus een van de officieren.

    • Marianne Vermeijden