Radar in Nederland

In een voortreffelijk artikel over de ontwikkeling van radar in Nederland (W&O 27 mei) tikt George Beekman mij 36 jaar na dato op de vingers wegens een onjuiste opmerking uit 1957 over de situatie in 1944.

Nu had ik mij destijds inderdaad onvoldoende verdiept in de voorgeschiedenis van de radar en van de rol die Nederlanders daarbij hebben gespeeld, maar toch berustte mijn opmerking niet alleen op onwetendheid. Toen eind 1944 de nevelen der geheimhouding begonnen op te trekken, werden wij geconfronteerd met een tot rijpheid gekomen techniek van centimetergolven, die aanvankelijk werd toegepast in radarinstallaties - die daardoor veel grotere mogelijkheden kregen - en later ook in telecommunicatie en in wetenschappelijk onderzoek. Ik vind het nog steeds geen overdrijving te zeggen dat we hier met een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de radiotechniek te maken hadden.

Er was dus wel degelijk een achterstand en het heeft heel wat inspanning vereist het niveau van onze Engelse en Amerikaanse collega's te bereiken, al kon men gedeeltelijk voortbouwen op vroegere ervaring, vooral op het gebied van elektronenbuizen.

Bij de door Beekman vermeldde persconferentie had ik niet over radar moeten spreken, maar over de in eerste instantie voor radar ontwikkelde techniek van centimetergolven. Dan had ik niemand tekortgedaan.