Raadslid Amsterdam mogelijk vervolgd wegens plegen meineed

AMSTERDAM, 10 JUNI. Het Amsterdamse raadslid dr. W.J. Bruijn wordt mogelijk vervolgd wegens meideed. Het onafhankelijke raadslid, dat eerder na een ruzie de Centrumdemocraten verliet, noemde in de gisteren gehouden raadsvergadering artikel een van de grondwet “onzinnig”. Burgemeester Van Thijn laat onderzoeken of Bruijn hiermee de afgelegde belofte van trouw aan de wetten overtreedt.

In het raadsdebat over de subsidiëring van het Emancipatiebureau Amsterdam maakte Bruijn duidelijk dat met name het gelijkheidsbeginsel in het eerste artikel van de grondwet hem niet zint. Het artikel verbiedt een ongelijke behandeling van mensen op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook. Bruijn zei dat het bewuste artikel hem niks zegt. “De Tweede Kamer neemt wel vaker onzinnige wetten aan”, aldus het raadslid.

Het PvdA-raadslid A. Grewel reageerde onmiddellijk op de uitlatingen van Bruijn door het raadslid te beschuldigen van meineed. Ze wees op de installatie waarbij de raadsleden beloven “de wetten des lands te handhaven en eerbiedigen”. Gezien zijn uitlatingen zou Bruijn bij deze gelegenheid een valse verklaring hebben afgelegd. Burgemeester Van Thijn laat onderzoeken in hoeverre Bruijn inderdaad meineed heeft gepleegd. Is dit het geval, dan zal er aangifte worden gedaan bij de officier van justitie. Op het afleggen van een valse verklaring staat een maximale gevangenisstraf van zes jaar of een geldboete van 25.000 gulden.