Oubollige klucht met kijvende kantklossters

Holland Festival. Voorstelling: Le baruffe chiozzotte van Carlo Goldoni door Piccolo Teatro. Regie: Giorgio Strehler; decor en kostuums: Luciano Damiani. Gezien: 9/6 Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 11/6.

De intriges die Carlo Goldoni voor zijn komedies bedacht zijn weliswaar zo omslachtig dat ze nauwelijks naverteld kunnen worden, maar toch hebben ze in feite weinig om het lijf. Dat geldt ook voor Le baruffe chiozzotte (Krakeel in Chioggia), een komedie in drie bedrijven uit 1761. Giorgio Strehler, die het stuk bij zijn eigen Piccolo Teatro in Milaan regisseerde en met deze voorstelling nu drie dagen Amsterdam aandoet ter gelegenheid van het Holland Festival, heeft mogelijk om die reden afgezien van een simultaanvertaling. Het is alsof hij ons niet lastig wilde vallen met triviale details en liever had dat de toeschouwer zich zou onderdompelen in wat hij ziet.

Erg verstandig van Strehler is dat niet. Wie geen Italiaans verstaat en het verhaal niet kent zal niet begrijpen wat al die kijvende mannen en vissersvrouwen mankeert en er gauw op uitgekeken raken. Maar ook degene die wel op de hoogte is van het handelingsverloop krijgt na een poosje het gevoel dat alle scènes inwisselbaar zijn. Dat ligt overigens niet uitsluitend aan de enscenering, zo zit ook het stuk in elkaar. De scènes bevatten een reeks gelijksoortige misverstanden, voortkomend uit nijd en jaloezie, waar voortdurend iedereen slachtoffer van wordt, omdat alle karakters sprekend op elkaar lijken.

Er komt nog iets anders bij. Goldoni, die zijn stuk situeerde in een klein vissersplaatsje waar een groep vrouwen al kantklossend wacht op de terugkeer van de op zee vissende mannen, wekt de indruk dat de figuren het schelden beschouwen als een soort spel waarvan de uitkomst bij voorbaat vaststaat. Namelijk: men maakt ruzie omdat men nu eenmaal graag zijn mond opendoet, daar hoeven verder geen conclusies aan verbonden te worden. Sterker nog, de mannen en vrouwen die elkaar het ene moment naar het leven staan, zijn het volgende moment bereid alles te vergeten en met elkaar te trouwen.

Strehler, die veel Goldoni-stukken op zijn naam heeft staan, brengt deze simplistische mentaliteit tot uitdrukking in van-dik-hout-zaagt-men-planken-theater waarin rauw schreeuwende en wild gebarende acteurs elkaar meppend met de bezem op zware klompen achterna zitten. Het nadrukkelijke en Jan Klaassen-achtige spel heeft van deze voorstelling een oubollige klucht gemaakt waarbij vergeleken de sfeervolle decors van Luciano Damiani een wonder van subtiel realisme zijn. Je vraagt je werkelijk af wat het Holland Festival bezield heeft om deze produktie hierheen te halen.

    • Noor Hellmann